Archief 745
Inventaris 745-379
Pagina 410
Dossier 113
Jaar 1942
Stadsarchief

Archiefdocument

9 oktober 1942. Van: Centraal Verkoopkantoor van Mosselen, Bergen op Zoom. Aan: Het Marktwezen van de Gemeente Amsterdam. Dossier: 261192, 674

Origineel

9 oktober 1942. Centraal Verkoopkantoor van Mosselen, Bergen op Zoom. Het Marktwezen van de Gemeente Amsterdam. CENTRAAL VERKOOPKANTOOR VAN MOSSELEN


BERGEN OP ZOOM, den 9 October, 1942.

BETREFFENDE ........................................
BERICHT OP SCHRIJVEN VAN ...........................
No. ................................................
BIJLAGEN STUKS, T.W.: ..............................

Postgiro No. 261192
Telefoon No. 674
Telegram-adres: CEVEMOS
Bankiers:
ROTTERDAMSCHE BANKVEREENIGING N.V.
Bergen op Zoom
NED. MIDDENSTANDSBANK N.V.
Noordeinde 35 — ’s-Gravenhage

№ 46ª/1/28 M. 1942 12/10 [handgeschreven in paars/blauw]

AAN
het Marktwezen van de Gemeente Amsterdam,
te
AMSTERDAM.

[Onleesbaar handgeschreven paraaf/notitie]

Alvorens in te gaan op enkele brieven, welke U ons hebt toegezonden van winkeliers te Amsterdam, die beweren regelmatig een hoeveelheid mosselen voor hun eigen winkelverkoop te hebben ingelegd, doen wij U hierbij toekomen een lijstje van dergelijke menschen met verzoek ons te willen mededeelen, of het inderdaad juist is dat deze menschen de laatste jaren regelmatig kleine hoeveelheden mosselen zelf hebben ingelegd om deze als ingelegde mosselen via hun winkel aan het publiek te verkoopen.

Ook zouden wij het op prijs stellen Uw standpunt in deze te vernemen daar U de plaatselijke toestand beter kunt bekijken dan wij en in een dergelijk geval een compromis gezocht moet worden tusschen wellicht minder hygiënische behandeling in een bedrijf dat feitelijk geen conservenfabriek is en het belang van een winkelier, die op deze manier zijn artikel beter aan den man denkt te kunnen brengen.

{ J. Jansen, Zeedijk 97 III, A’dam-C.
{ P.A. Huysman, Oosterparkstr. 81 III, A’dam-O.
{ W.J. Vermeulen, Fagestraat 37 III A’dam-W.
{ A.C. Postma, Bentinckstr. 34 hs, A’dam.

Komt U voor genoemde personen tot de conclusie, dat het wenschelijk is een bestaande toestand te handhaven, dan zijn wij bereid betrokkene hiervoor een tijdelijke vergunning af te geven. Zonder het in bezit zijn van een dergelijke vergunning, zijn zij echter in overtreding.

Centraal Verkoopkantoor van Mosselen
[Handtekening]
Directeur

7541 In deze brief vraagt het Centraal Verkoopkantoor van Mosselen aan het Amsterdamse Marktwezen om advies over vier specifieke winkeliers. Deze winkeliers hebben aangegeven dat zij zelf mosselen inleggen (conserveren) voor de verkoop in hun eigen winkel.

De kern van de brief draait om de spanning tussen drie zaken:
1. Regelgeving: Het inleggen van mosselen door winkeliers gebeurt buiten de officiële conservenfabrieken om. Zonder vergunning is dit strikt genomen een overtreding.
2. Hygiëne: De afzender erkent dat de behandeling door deze winkeliers mogelijk minder hygiënisch is omdat zij geen officiële fabrieksuitrusting hebben.
3. Economisch belang: Men ziet in dat winkeliers hun product beter kunnen verkopen als zij deze waarde toevoegen (door ze in te leggen).

Het Verkoopkantoor stelt een pragmatische oplossing voor: als het Marktwezen bevestigt dat dit een langdurige praktijk is en dat het handhaven ervan wenselijk is, wil men tijdelijke vergunningen verstrekken om de situatie te legaliseren. De brief is gedateerd op 9 oktober 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog. Tijdens de bezetting was de voedselvoorziening in Nederland strikt gereguleerd via een distributiesysteem en diverse centrale bureaus. Het "Centraal Verkoopkantoor van Mosselen" was een van de organen die toezicht hielden op de handel in specifieke voedselproducten.

In deze periode was er vaak sprake van schaarste en strenge controle op de verwerking van voedsel om zwarte handel tegen te gaan en de kwaliteit (voor zover mogelijk) te waarborgen. Het feit dat er gezocht wordt naar een "compromis" wijst op de moeite die de administratie had om de starre regels van de bezettingstijd te rijmen met de dagelijkse praktijk van kleine neringdoenden die probeerden het hoofd boven water te houden. De genoemde adressen (Zeedijk, Oosterparkstraat, Fagestraat en Bentinckstraat) laten zien dat het hier gaat om verspreide buurtwinkeliers in verschillende delen van Amsterdam. A.C. Postma J. Jansen N.V. Gemeente Amsterdam Marktwezen

Samenvatting

In deze brief vraagt het Centraal Verkoopkantoor van Mosselen aan het Amsterdamse Marktwezen om advies over vier specifieke winkeliers. Deze winkeliers hebben aangegeven dat zij zelf mosselen inleggen (conserveren) voor de verkoop in hun eigen winkel.

De kern van de brief draait om de spanning tussen drie zaken:
1. Regelgeving: Het inleggen van mosselen door winkeliers gebeurt buiten de officiële conservenfabrieken om. Zonder vergunning is dit strikt genomen een overtreding.
2. Hygiëne: De afzender erkent dat de behandeling door deze winkeliers mogelijk minder hygiënisch is omdat zij geen officiële fabrieksuitrusting hebben.
3. Economisch belang: Men ziet in dat winkeliers hun product beter kunnen verkopen als zij deze waarde toevoegen (door ze in te leggen).

Het Verkoopkantoor stelt een pragmatische oplossing voor: als het Marktwezen bevestigt dat dit een langdurige praktijk is en dat het handhaven ervan wenselijk is, wil men tijdelijke vergunningen verstrekken om de situatie te legaliseren.

Historische Context

De brief is gedateerd op 9 oktober 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog. Tijdens de bezetting was de voedselvoorziening in Nederland strikt gereguleerd via een distributiesysteem en diverse centrale bureaus. Het "Centraal Verkoopkantoor van Mosselen" was een van de organen die toezicht hielden op de handel in specifieke voedselproducten.

In deze periode was er vaak sprake van schaarste en strenge controle op de verwerking van voedsel om zwarte handel tegen te gaan en de kwaliteit (voor zover mogelijk) te waarborgen. Het feit dat er gezocht wordt naar een "compromis" wijst op de moeite die de administratie had om de starre regels van de bezettingstijd te rijmen met de dagelijkse praktijk van kleine neringdoenden die probeerden het hoofd boven water te houden. De genoemde adressen (Zeedijk, Oosterparkstraat, Fagestraat en Bentinckstraat) laten zien dat het hier gaat om verspreide buurtwinkeliers in verschillende delen van Amsterdam.

Genoemde Personen 3

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit Huishoudelijk: Pan Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Mossel Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Gemeente Amsterdam Marktwezen

Kooplieden in dit dossier 23

A.S. Kroon Uilenburg 5/71 '41
A.S. Kroon Uilenburg 5/71 '41
C.L.J. Berkhout Uilenburg 764 '39
C.L.J. Berkhout Uilenburg 764 '39
D. Espinoza Uilenburg 764 '39
D. Espinoza Uilenburg 764 '39
D. Poortvliet Uilenburg 764 '39
D. Poortvliet Uilenburg 764 '39
G. J. Roseboom Uilenburg 764 '39
K. Rozeboom Uilenburg 764 '39
G. Zwaaf-Pront. Uilenburg 764 '39
H. Dijkstra Uilenburg 764 '39
H. Dijkstra Uilenburg 764 '39
R. Hooft Uilenburg van de vier grootouders van zijn echtgenoote zijn meer dan twee van Joodschen bloede.
H. Wiersma Uilenburg 764 '39
H. Wiersma Uilenburg 764 '39
J. Zwaaf-Front Uilenburg 764 '39
L. Brandse Uilenburg 764 '39
L. Brandse Uilenburg 764 '39
Mozes Aronson Uilenburg 607 '40
Mozes Aronson Uilenburg 607 '40
A. Koedyk Uilenburg 5/172 '41
A. Koedyk Uilenburg 5/172 '41

Gerelateerde Documenten 6