Getypte ambtelijke brief (doorslag op dun papier).
Origineel
Getypte ambtelijke brief (doorslag op dun papier). 30 september 1942. Gemeente-Adviseur voor voedings- en distributieaangelegenheden en de Directeur van het Marktwezen (waarschijnlijk Gemeente Amsterdam). Bladzijde 2 van brief No.46A/1/26 M. d.d. 30 September 1942 aan den Heer
Wethouder voor de Levensmiddelen van den Heer Gemeente-Adviseur voor
voedings- en distributieaangelegenheden en den Directeur van het Markt-
wezen.
of het venten met mosselen ook in het komende seizoen zou worden toege-
staan. Wij merken ten aanzien hiervan het volgende op.
Krachtens de bestaande besluiten van den Burgemeester, welke op
de vischverkoopregeling van toepassing zijn (vide besluiten d.d. 22 Mei
jl. No.259 L.M.1942) geldt het verbod van venten met visch formeel nog
niet voor mosselen.
Het is noodig, dat hieromtrent nader een standpunt wordt be-
paald.
De reden waarom tot een verbod van venten met visch is overge-
gaan was hierin gelegen, dat de contrôle op de handhaving van de maximum-
prijzen voor visch bij den straathandel het gemakkelijkst door te voeren
is, wanneer deze handel op bepaalde aangewezen plaatsen in de stad zou
plaatsvinden. Voor den verkoop van mosselen is dezelfde reden aanwezig,
mede ook, omdat voor mosselen twee prijzen gelden, namelijk voor wilde
mosselen 8 cent per kg. en voor halfwilde- en Zeeuwsche mosselen 11 cent
per kg. Het verschil tusschen de twee eerstgenoemde soorten is voor het
publiek praktisch alleen vast te stellen bij het proeven van de mosselen.
De wilde mossel is namelijk zandiger dan de halfwilde mossel. Het vorige
jaar zijn door de venters de wilde mosselen dan ook als regel voor 11
cent per kg. verkocht. Op grond hiervan is er dus alle aanleiding om het
venten met mosselen eveneens te verbieden en de verkoop door den straat-
handel te doen geschieden op de aangewezen marktplaatsen voor visch.
Er kan eenige reden tot twijfel rijzen voor het nemen van dezen
maatregel wanneer op het volgende wordt gelet.
De mossel is bij uitstek een artikel, waarmede de venter naar
/hier- het publiek gaat, mede op grond/van dat zij als regel bij vrij groote
hoeveelheden tegelijk wordt gekocht en in een emmer in ontvangst wordt
genomen. De vraag kan worden gesteld of aan te nemen is, dat het publiek
zich de moeite zal willen getroosten om zich met een emmer naar een
markt, op vrij grooten afstand gelegen, te begeven om zich van mosselen
te voorzien. In venterskringen bestaat groote vrees, dat dit niet het
geval zal zijn. Bovendien moet dit artikel meestal denzelfden dag weg,
omdat de weersgesteldheid dikwijls het overstaan tot den volgenden dag
niet toelaat.
Alhoewel wij oog hebben voor deze bezwaren zouden wij toch
eerst daarvoor uit den weg willen gaan, indien de practijk ons daartoe
zou nopen. Voorshands meenen wij te mogen aannemen, dat de hoeveelheid
mosselen, welke dagelijks waarschijnlijk zal worden aangevoerd, te weten
23.000 kg. op de 9 markten wel van de hand zullen worden gedaan, gezien
de groote vraag onder de bevolking naar goed voedsel. Zoo op eenigen
dag blijkt, dat de mosselen niet weggaan en de weersgesteldheid geeft
reden tot gerechten twijfel, dat bederf bij overstaan zou optreden,
dan ware het marktpersoneel de bevoegdheid te geven bijtijds de mosselen-
kooplieden in staat te stellen de resteerende hoeveelheid mosselen door
venten alsnog van de hand te doen. Soortgelijke maatregel wordt door de
keurmeesters van den Keuringsdienst van Waren ten aanzien van de garnalen
meermalen toegepast.
Indien U zich met ons standpunt zou kunnen vereenigen en der-
halve het venten met mosselen zou willen verbieden, geven wij U beleefd
in overweging te willen bevorderen, dat het besluit van den Burgemeester
d.d. 22 Mei jl. No.259 L.M. gewijzigd bij besluit van 3 Juli jl. No.259
L.M. wordt aangevuld in dien zin, dat de ventvergunningen voor mosselen
worden ingetrokken en dat de standplaatsvergunningen ten kantore van den
Dienst van het Marktwezen moeten worden gedeponeerd. * Kernproblematiek: De brief behandelt het dilemma tussen enerzijds de noodzaak tot prijscontrole (handhaving van maximumprijzen) en anderzijds de logistieke distributie van een bederfelijk product naar de burger.
* Fraude: Er wordt melding gemaakt van prijsfraude door venters in het voorgaande jaar: goedkopere "wilde" mosselen (8 cent/kg) werden verkocht als duurdere "halfwilde/Zeeuwse" mosselen (11 cent/kg), omdat het publiek het verschil in kwaliteit (zandgehalte) niet direct kon waarnemen zonder te proeven.
* Centralisatie: De overheid stelt voor om de verkoop te centraliseren op 9 aangewezen markten. Dit maakt inspectie door keurmeesters en prijscontroleurs eenvoudiger dan wanneer venters door de hele stad trekken.
* Logistiek en bederf: De brief erkent dat consumenten vaak emmers mosselen kopen, wat zwaar is om te dragen vanaf een verre markt. Ook wordt gewezen op de korte houdbaarheid. Als oplossing wordt een "noodventvergunning" gesuggereerd: als de voorraad op de markt niet opraakt en dreigt te bederven, mogen kooplieden aan het eind van de dag alsnog gaan venten. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In 1942 was er sprake van toenemende schaarste en een streng distributiesysteem. De overheid (onder toezicht van de bezetter) probeerde de zwarte handel en prijsopdrijving in te dammen door strikte maximumprijzen vast te stellen voor schaarse goederen zoals vis en schelpdieren.
De genoemde "Burgemeester" in Amsterdam was in deze periode Edward Voûte, een nationaalsocialistisch gezinde functionaris. De focus op "goed voedsel" voor de bevolking onderstreept de nijpende voedselsituatie in de steden. Het document toont de bureaucratische precisie waarmee zelfs de verkoop van mosselen tot op de cent en de kilogram werd gereguleerd om de sociale orde en de voedselvoorziening beheersbaar te houden.