Archief 745
Inventaris 745-380
Pagina 168
Dossier 3
Jaar 1942
Stadsarchief

Getypt afschrift van een brief.

9 september 1942. Van: De Directeur van de Dienst der Gemeentelijke Wasch- en Schoonmaak, Bad- en Zweminrichtingen.

Origineel

Getypt afschrift van een brief. 9 september 1942. De Directeur van de Dienst der Gemeentelijke Wasch- en Schoonmaak, Bad- en Zweminrichtingen. A f s c h r i f t .

No.46A/4/65 M.1942 10/9.
No.767 L.M.1942 8/9.
den Heer Wethouder v.d.W.S.B.Z.int.
Raadhuis.

No.4364 W.S.Z.B.

Van de zijde van het personeel van mijn dienst is mij medegedeeld, dat ten behoeve van het personeel van het Gemeente-Energiebedrijf enkele malen gerookte aal ter beschikking is gesteld tegen een prijs van f 1.10 - f 1,50 per pond. Bij navraag bij laatstgenoemd bedrijf bleek deze mededeeling juist. Het Energiebedrijf zou voor deze verstrekking in aanmerking komen, omdat het gerekend wordt te behooren tot de zoogenaamde Rustungsbedrijven .
In het belang van mijn personeel van mijn Dienst meen ik een poging te moeten doen om dit personeel eveneens voor soortgelijke verstrekkingen in aanmerking te doen komen. Indien het Energiebedrijf als Rustungsbedrijf wordt aangemerkt dan is er m.i. alle aanleiding om ook mijn dienst als zoodanig te beschouwen.
Ook mijn Dienst werkt ten deele ten behoeve van de bezettende macht en wel in de wasscherij voor de verpleegde militairen in het W.G., in de afdeeling Stofferderij voor de inrichting van bezette gebouwen in de badhuizen en de zwembaden voor de van deze inrichting gebruik makende militairen.
ik zal het zeer op ppijsstellen, als U mijn standpunt zou kunnen deelen en derhalve zoudt willen bevorderen, dat het personeel van mijn Dienst voor de bedoelde, in dezen tijd zoo gewaardeerde bijzondere verstrekkingen van levensmiddelen in aanmerking worden gebracht.

De Directeur van den Dienst
der Gem.Wasch-en Schoonmaak,Bad-
en Zweminrichtingen,

w.g. onleesbaar.

De Wethouder voor de
Levensmiddelen, Wasch-
en Schoonmaak, Bad-en
Zweminrichtingen stelt
deze in handen van den
Directeur van het Marktwezen,

A'dam, 9 September 1942, * Onderwerp: Een verzoek om extra voedselverstrekkingen (gerookte paling) voor het personeel van de gemeentelijke was- en badinrichtingen.
* Argumentatie: De directeur voert aan dat zijn personeel dezelfde extraatjes verdient als het personeel van het Energiebedrijf. Om dit te rechtvaardigen, claimt hij dat zijn dienst ook als een 'Rüstungsbetrieb' (een bedrijf dat essentieel is voor de Duitse oorlogsvoering) moet worden beschouwd.
* Bewijs van 'oorlogsinzet': Hij noemt expliciet diensten die aan de Duitse bezetter worden geleverd: het wassen van textiel voor gewonde militairen in het Wilhelmina Gasthuis (W.G.), het stofferen van door de Duitsers gevorderde gebouwen, en het openstellen van bad- en zweminrichtingen voor militairen.
* Taal en toon: De brief is formeel en ambtelijk, maar bevat een typfout in de laatste alinea ("ppijsstellen" in plaats van "prijsstellen"). Het gebruik van de Duitse term "Rustungsbedrijven" illustreert de invloed van de bezetter op de ambtelijke terminologie. Dit document stamt uit het derde oorlogsjaar (1942), een periode waarin de schaarste in Nederland toenam. Voedselbonnen en distributie waren aan de orde van de dag, en luxeartikelen zoals gerookte paling waren zeer gewild. Bedrijven die de status van Rüstungsbetrieb hadden, genoten privileges van de bezetter, waaronder soms extra voedselrantsoenen of 'deputaatleveringen' om de motivatie van het personeel hoog te houden. De brief toont de morele spagaat van die tijd: een Nederlandse dienstdirecteur benadrukt de collaboratie (diensten aan de "bezettende macht") om het welzijn van zijn eigen personeel te verbeteren. Het document is uiteindelijk doorgestuurd naar de Directeur van het Marktwezen, die waarschijnlijk verantwoordelijk was voor de toewijzing van dergelijke partijen levensmiddelen.

Samenvatting

  • Onderwerp: Een verzoek om extra voedselverstrekkingen (gerookte paling) voor het personeel van de gemeentelijke was- en badinrichtingen.
  • Argumentatie: De directeur voert aan dat zijn personeel dezelfde extraatjes verdient als het personeel van het Energiebedrijf. Om dit te rechtvaardigen, claimt hij dat zijn dienst ook als een 'Rüstungsbetrieb' (een bedrijf dat essentieel is voor de Duitse oorlogsvoering) moet worden beschouwd.
  • Bewijs van 'oorlogsinzet': Hij noemt expliciet diensten die aan de Duitse bezetter worden geleverd: het wassen van textiel voor gewonde militairen in het Wilhelmina Gasthuis (W.G.), het stofferen van door de Duitsers gevorderde gebouwen, en het openstellen van bad- en zweminrichtingen voor militairen.
  • Taal en toon: De brief is formeel en ambtelijk, maar bevat een typfout in de laatste alinea ("ppijsstellen" in plaats van "prijsstellen"). Het gebruik van de Duitse term "Rustungsbedrijven" illustreert de invloed van de bezetter op de ambtelijke terminologie.

Historische Context

Dit document stamt uit het derde oorlogsjaar (1942), een periode waarin de schaarste in Nederland toenam. Voedselbonnen en distributie waren aan de orde van de dag, en luxeartikelen zoals gerookte paling waren zeer gewild. Bedrijven die de status van Rüstungsbetrieb hadden, genoten privileges van de bezetter, waaronder soms extra voedselrantsoenen of 'deputaatleveringen' om de motivatie van het personeel hoog te houden. De brief toont de morele spagaat van die tijd: een Nederlandse dienstdirecteur benadrukt de collaboratie (diensten aan de "bezettende macht") om het welzijn van zijn eigen personeel te verbeteren. Het document is uiteindelijk doorgestuurd naar de Directeur van het Marktwezen, die waarschijnlijk verantwoordelijk was voor de toewijzing van dergelijke partijen levensmiddelen.

Locaties

Amsterdam (A'dam).

Gerelateerde Documenten 6