Archief 745
Inventaris 745-380
Pagina 500
Dossier 100
Jaar 1942
Stadsarchief

Ambtelijk rapport/brief.

28 april 1942. Van: De Inspecteur van het Marktwezen Amsterdam (ondertekend, naam lijkt "Audelaer"). Aan: Den Heer Directeur van het Marktwezen, Amsterdam.

Origineel

Ambtelijk rapport/brief. 28 april 1942. De Inspecteur van het Marktwezen Amsterdam (ondertekend, naam lijkt "Audelaer"). Den Heer Directeur van het Marktwezen, Amsterdam. M A R K T W E Z E N A M S T E R D A M .

Den Heer Directeur van
het Marktwezen,
Amsterdam.

    Door den heer Veldkamp van de Nederlandsche Visscherijcentrale en door het Bureau van Prijsbeheersching te Amsterdam werd mij telefonisch medegedeeld, dat L. Jansen buiten de verdeeling om geregeld aal ontvangt.
    Volgens de Prijsbeheersching laat L. Jansen deze aal rooken en te Amsterdam uitventen ver boven den maximumprijs.
    Aangezien L. Jansen voor verdeelvisch in aanmerking komt is het hem verboden visch buiten de verdeeling om in ontvangst te nemen. Daar niet kan worden verwacht, dat L. Jansen zich aan dit voorschrift zal houden, geef ik U in overweging hem voor onbepaalden tijd van de verdeeling van aal, zoetwatervisch en garnalen uit te sluiten.
    De kooplieden F. Jansen, K. Jansen en C.C. Huisman hebben op 10 April jl. uit de verdeeling aal ontvangen. De marktopzichter De Wolff rapporteerde mij op dien datum, dat genoemde kooplieden niet met deze aal op hun marktplaatsen waren verschenen.
    Teneinde hen in de gelegenheid te stellen, zich te verantwoorden, heb ik genoemde kooplieden opgeroepen om op het Hoofdkantoor van het Marktwezen te komen. Aan deze oproeping hebben de kooplieden K. Jansen en C.C. Huisman geen gevolg gegeven.
    F. Jansen meldde zich op Vrijdag 24 April bij mij aan, doch deelde mede niet in de wachtkamer zijn beurt te willen afwachten. Wanneer ik hem niet onmiddellijk te woord kon staan, dan moest ik hem maar van de lijst afvoeren.
    Ten aanzien van K. Jansen kan ik U nog rapporteeren, dat mij van verschillende kanten is medegedeeld, dat hij een aantal grossiers te IJmuiden heeft opgelicht voor een bedrag van f 8.000,- en thans voortvluchtig is.
    Gelet op het bovenstaande geef ik U in overweging om ook de kooplieden F. Jansen, K. Jansen en C.C. Huisman voor onbepaalden tijd van de verdeeling van aal, zoetwatervisch en garnalen uit te sluiten.

Amsterdam, 28 April 1942.

De Inspecteur,
[Handgeschreven handtekening: Audelaer] Dit document is een intern rapport van de Amsterdamse inspectiedienst van het Marktwezen. De kern van de rapportage betreft fraude en zwarte handel met distributievis (met name aal).

  • L. Jansen: Wordt beschuldigd van het illegaal inkopen van aal buiten het officiële toewijzingssysteem ("de verdeeling"). Hij laat de vis roken en verkoopt deze tegen woekerprijzen.
  • F. Jansen, K. Jansen en C.C. Huisman: Deze drie ontvingen wel legale vis, maar brachten deze niet naar de markt. Dit suggereert dat zij de vis direct hebben doorverkocht aan de zwarte markt in plaats van aan het publiek tegen gereguleerde prijzen.
  • Wangedrag: De inspecteur noteert het brutale gedrag van F. Jansen (die weigerde te wachten voor verhoor) en de ernstige criminele feiten van K. Jansen (oplichting van grossiers in IJmuiden voor een voor die tijd enorm bedrag van 8.000 gulden).
  • Sanctie: De inspecteur adviseert een zware administratieve straf: uitsluiting van de distributie van aal, zoetwatervis en garnalen voor onbepaalde tijd. Het document dateert van april 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er sprake van toenemende schaarste en een streng distributiesysteem voor voedsel. De overheid probeerde via instanties zoals het Bureau van Prijsbeheersching en het Marktwezen de prijzen laag te houden en eerlijke verdeling te garanderen.

Overtredingen zoals hier beschreven werden in oorlogstijd als economische delicten beschouwd. De zwarte handel was echter wijdverbreid omdat de officiële marges voor kooplieden klein waren en de vraag van kapitaalkrachtige burgers naar schaarse producten zoals paling (aal) groot was. De oplichting door K. Jansen wijst op de harde criminaliteit die in de marges van de distributieeconomie ontstond. De genoemde instantie Nederlandsche Visscherijcentrale was een door de bezetter gecontroleerde organisatie die toezicht hield op de gehele vissector.

Samenvatting

Dit document is een intern rapport van de Amsterdamse inspectiedienst van het Marktwezen. De kern van de rapportage betreft fraude en zwarte handel met distributievis (met name aal).

  • L. Jansen: Wordt beschuldigd van het illegaal inkopen van aal buiten het officiële toewijzingssysteem ("de verdeeling"). Hij laat de vis roken en verkoopt deze tegen woekerprijzen.
  • F. Jansen, K. Jansen en C.C. Huisman: Deze drie ontvingen wel legale vis, maar brachten deze niet naar de markt. Dit suggereert dat zij de vis direct hebben doorverkocht aan de zwarte markt in plaats van aan het publiek tegen gereguleerde prijzen.
  • Wangedrag: De inspecteur noteert het brutale gedrag van F. Jansen (die weigerde te wachten voor verhoor) en de ernstige criminele feiten van K. Jansen (oplichting van grossiers in IJmuiden voor een voor die tijd enorm bedrag van 8.000 gulden).
  • Sanctie: De inspecteur adviseert een zware administratieve straf: uitsluiting van de distributie van aal, zoetwatervis en garnalen voor onbepaalde tijd.

Historische Context

Het document dateert van april 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er sprake van toenemende schaarste en een streng distributiesysteem voor voedsel. De overheid probeerde via instanties zoals het Bureau van Prijsbeheersching en het Marktwezen de prijzen laag te houden en eerlijke verdeling te garanderen.

Overtredingen zoals hier beschreven werden in oorlogstijd als economische delicten beschouwd. De zwarte handel was echter wijdverbreid omdat de officiële marges voor kooplieden klein waren en de vraag van kapitaalkrachtige burgers naar schaarse producten zoals paling (aal) groot was. De oplichting door K. Jansen wijst op de harde criminaliteit die in de marges van de distributieeconomie ontstond. De genoemde instantie Nederlandsche Visscherijcentrale was een door de bezetter gecontroleerde organisatie die toezicht hield op de gehele vissector.

Locaties

Amsterdam IJmuiden.

Gerelateerde Documenten 6