Ambtsbrief / Rapportage
Origineel
Ambtsbrief / Rapportage 28 april 1942 (met stempel van ontvangst op 29 april 1942) De Inspecteur van het Marktwezen [Getypt]
M A R K T W E Z E N A M S T E R D A M .
Den Heer Directeur van
het Marktwezen,
Amsterdam.
N^o 46A/50/2 M. 1942 [Stempel: 29/4]
Door den heer Veldkamp van de Nederlandsche Visscherijcentrale en door het Bureau van Prijsbeheersching te Amsterdam werd mij telefonisch medegedeeld, dat L. Jansen buiten de verdeeling om geregeld aal ontvangt.
Volgens de Prijsbeheersching laat L. Jansen deze aal rooken en te Amsterdam uitventen ver boven den maximumprijs.
Aangezien L. Jansen voor verdeelvisch in aanmerking komt is het hem verboden visch buiten de verdeeling om in ontvangst te nemen. Daar niet kan worden verwacht, dat L. Jansen zich aan dit voorschrift zal houden, geef ik U in overweging hem voor onbepaalden tijd van de verdeeling van aal, zoetwatervisch en garnalen uit te sluiten.
De kooplieden F. Jansen, K. Jansen en C.C. Huisman hebben óp 10 April jl. uit de verdeeling aal ontvangen. De marktopzichter De Wolff rapporteerde mij op dien datum, dat genoemde kooplieden niet met deze aal op hun marktplaatsen waren verschenen.
Teneinde hen in de gelegenheid te stellen, zich te verantwoorden, heb ik genoemde kooplieden opgeroepen om op het Hoofdkantoor van het Marktwezen te komen. Aan deze oproeping hebben de kooplieden K. Jansen en C.C. Huisman geen gevolg gegeven.
F. Jansen meldde zich op Vrijdag 24 April bij mij aan, doch deelde mede niet in de wachtkamer zijn beurt te willen afwachten. Wanneer ik hem niet onmiddellijk te woord kon staan, dan moest ik hem maar van de lijst afvoeren.
Ten aanzien van K. Jansen kan ik U nog rapporteeren, dat mij van verschillende kanten is medegedeeld, dat hij een aantal grossiers te IJmuiden heeft opgelicht voor een bedrag van f 8.000,- en thans voortvluchtig is.
Gelet op het bovenstaande geef ik U in overweging om ook de kooplieden F. Jansen, K. Jansen en C.C. Huisman voor onbepaalden tijd van de verdeeling van aal, zoetwatervisch en garnalen uit te sluiten.
Amsterdam, 28 April 1942.
De Inspecteur,
[Handtekening: J.M. de Maer (?)]
[Handgeschreven kanttekeningen en besluit]
Links: spoed / heven! [mogelijk 'behandelen' of 'horen']
Midden (besluit in rode/zwarte inkt):
F Jansen ingevolge zijn verzoek van lijst afvoeren
L. Jansen uitsluiten voor onbepaalden tijd
K. Jansen [id] [id]
C.C. Huisman [id] [id]
[Initialen/Paraaf] 1/5/42
[Datumstempel onderaan:] 1/5/42 / 1-5-42 Dit document is een ambtelijk verslag waarin ernstige misstanden in de Amsterdamse vishandel tijdens de Tweede Wereldoorlog worden gerapporteerd. De kern van de zaak is de schending van het distributiesysteem ("de verdeeling") en prijsopdrijving.
- L. Jansen: Wordt beschuldigd van illegale inkoop buiten het systeem om en het verkopen van gerookte aal boven de vastgestelde maximumprijzen (zwarte handel).
- F. Jansen, K. Jansen en C.C. Huisman: Zij ontvingen legale toewijzingen van aal, maar verkochten deze niet op hun toegewezen marktplaatsen. Dit suggereert dat de vis direct in het illegale circuit is verdwenen.
- K. Jansen: Dit dossier is het meest ernstig; hij wordt niet alleen verdacht van distributiefraude, maar ook van grootschalige oplichting van grossiers in IJmuiden (8.000 gulden, een aanzienlijk bedrag in 1942) en is voortvluchtig.
- Houding: De arrogantie van F. Jansen (die weigert te wachten en eist van de lijst afgevoerd te worden) wordt expliciet vermeld als reden voor zijn uitsluiting.
Het handgeschreven besluit onderaan bevestigt dat het advies van de inspecteur integraal is overgenomen: alle genoemde personen worden voor onbepaalde tijd uitgesloten van de visdistributie. Het document dateert uit april 1942, een periode in de bezetting waarin de schaarste in Nederland nijpend begon te worden. Het "Bureau van Prijsbeheersching" en organisaties zoals de "Nederlandsche Visscherijcentrale" waren door de bezetter gecontroleerde of ingestelde organen om de economie en voedselvoorziening strak te reguleren.
Dergelijke documenten illustreren de "economische oorlogsvoering" op lokaal niveau. Voor marktkooplieden was de toegang tot de officiële "verdeeling" essentieel voor hun overleving. Uitsluiting betekende effectief een beroepsverbod. De strijd tegen de zwarte handel was voor de autoriteiten prioriteit, niet alleen om de voedselvoorziening te waarborgen, maar ook om de inflatie onder controle te houden. De vermelding van oplichting in IJmuiden laat zien hoe de chaos van de oorlogstijd ook ruimte bood voor zware criminaliteit binnen de handelsketen.