Dienstverslag / Rapport (vervolgvel)
Origineel
Dienstverslag / Rapport (vervolgvel) 28 april 1948 [Linkerkolom]
3) vervolg.
J. Jansen meldde zich op Vrijdag j.l. 24 April bij mij aan, doch deelde mede niet in de wachtkamer zijn beurt te willen afwachten. Wanneer ik hem niet onmiddellijk te woord kon staan, dan moest ik hem maar van de lijst afvoeren.
Ten aanzien van K. Jansen kan ik u nog rapporteeren, dat mij van verschillende kanten is medegedeeld, dat hij een aantal groeners te IJmuiden heeft opgelicht voor een bedrag van f 8000.- en thans voortvluchtig is.
Gelet op het bovenstaande geef ik u in overweging om
[Rechterkolom]
ook de kooplieden J. Jansen, K. Jansen en C.C. Huisman voor onbepaalden tijd, van de verdeeling van aal en zoetwatervisch en garnalen uit te sluiten.
Amsterdam 28-4-'48
De Inspecteur
[Signatuur]
[Handgeschreven in potlood:]
2x
29/4/48 Het document is een ambtelijk rapport geschreven kort na de Tweede Wereldoorlog. De toon is zakelijk maar veroordelend. Er worden drie specifieke incidenten/personen besproken:
- J. Jansen: Vertoont brutaal en ongeduldig gedrag tegenover de inspecteur. Hij weigert te wachten en daagt de ambtenaar uit hem van de lijst te schrappen.
- K. Jansen: Wordt beschuldigd van zware fraude (oplichting van 'groeners' – groothandelaren in verse zeevis – voor het destijds aanzienlijke bedrag van 8000 gulden). Hij is op dat moment voortvluchtig.
- Sanctie: De inspecteur adviseert om deze personen, samen met een zekere C.C. Huisman, permanent (voor onbepaalde tijd) uit te sluiten van de toewijzing/distributie van aal, zoetwatervis en garnalen.
Het handschrift is een typisch midden-20e-eeuws Nederlands cursief, met gebruik van de oude spelling (zoals 'visch', 'verdeeling', 'rapporteeren'). In 1948 bevond Nederland zich nog in de periode van de wederopbouw. Veel goederen, waaronder vis, vielen nog onder distributieregelingen of strikte overheidscontroles om de voedselvoorziening en eerlijke handel te waarborgen. De 'groeners' in IJmuiden vormden de spil van de verse visaanvoer. Fraude in deze sector werd hoog opgenomen, omdat het de stabiliteit van de kwetsbare naoorlogse economie ondermijnde. De uitsluiting van de "verdeeling" betekende effectief een beroepsverbod voor deze kooplieden in de vishandel.