Handgeschreven verzoekschrift / zakelijke correspondentie.
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift / zakelijke correspondentie. 2 juni 1942. W. Taili, van Hogendorpstraat 30 III, Amsterdam. Onbekende functionaris (geadresseerd als "Hoog geachte Heer"), waarschijnlijk verbonden aan een distributie- of visserijcommissie. Nº 46A/259/3 M. 1942 11/6 [rechtsboven:] Imp.
Amsterdam 2 Juni 1942.
Hoog geachte Heer,
Ondertekende W Taili uwe dienaar
schrijft u dezen brief met een
vriendelijk verzoek of ik bij uwe
in de gunst zou mogen komen
voor toewijzing voor aal en alle
soorten zoet watervisch Daar u
de bewijzen heeft als dat ik in
1940 - en 1941 - met aal en anderen
soorten visch heeft gewerkt. Daar u
aan de gene die toewijzing heeft
van rauwe aal en evengoed
toewijzing heeft gekregen van de
heeren commissie voor gerookte aal
Als dat ik toewijzing heeft van 20 pond
gerookte aal als dat ik met mijn
huisgezin niet van kan bestaan
Zoo hoop ik een gunstig en goed -
antwoord van u terug te mogen
ontvangen. In afwachting
W. Taili
v Hogendorpstr 30 III 46A * Taalgebruik: De brief is geschreven in een formeel, doch enigszins archaïsch en grammaticaal onvolkomen Nederlands (bijv. "als dat ik toewijzing heeft"). Dit duidt op een schrijver die probeert een zeer beleefde, onderdanige toon aan te slaan ("uwe dienaar") jegens de autoriteiten om zijn doel te bereiken.
* Kernboodschap: De afzender, W. Taili, vraagt om een verhoging van zijn toewijzing (vergunning/quotum) voor aal en andere zoetwatervis. Hij voert aan dat hij een ervaren vishandelaar is (actief in 1940-1941) en dat zijn huidige quotum van 20 pond gerookte aal per periode onvoldoende is om zijn gezin te onderhouden.
* Administratieve sporen: De cijfers bovenaan en onderaan de brief ("46A") lijken te verwijzen naar een dossiernummer of een specifieke sector binnen de distributie-organisatie tijdens de bezettingsjaren. Dit document stamt uit juni 1942, ruim twee jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de schaarste aan voedsel en brandstof alomtegenwoordig en was bijna elk aspect van de handel gereguleerd via een streng distributiesysteem.
Handelaren waren volledig afhankelijk van de overheid (en de bezetter) voor hun voorraden. De "commissie voor gerookte aal" waarnaar verwezen wordt, maakte deel uit van het bureaucratische apparaat dat bepaalde wie hoeveel mocht verhandelen. De brief illustreert de persoonlijke en economische wanhoop van kleine zelfstandigen in oorlogstijd, die letterlijk moesten bedelen om genoeg handel te mogen drijven om hun gezin te kunnen voeden. De Van Hogendorpstraat in Amsterdam was destijds een typische volksbuurt (Staatsliedenbuurt) waar de impact van de crisis en de oorlog diep gevoeld werd. W. Taili