Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 13 april 1942. H. Overdijk, Rombout Hogerbeetsstraat 68 II, Amsterdam (W). Waarschijnlijk een distributie-instantie of de Directie van de Visafslag te Amsterdam. Amsterdam 13 April 1942
Mijnheer
Daar ik ruim 20 jaar in de vishandel
ben zooals Haring gerookte en
gestoomde vis en daar ik mijn
gerookte vis zooals aal harde
bokking en spekbokking enz kwam
met de wagen van buiten van
Volendam Monnikendam en Spaarn-
dam en verleden jaar hebben ze
mij steeds overgeslagen zoodoende
vraag ik u beleefd om in aan-
merking te komen voor de verdeling
aan de afslag want daar ben ik
ook steeds ingeschreven
Mijn leeftijd is 52 jaar en gehuwd
Hoogachtend
H. Overdijk Rombout Hoger-
beetsstraat nr 68 II
A’dam. (W) * Inhoud: De briefschrijver, H. Overdijk, verzoekt om weer te worden opgenomen in de verdeling van vis op de afslag. Hij voert aan dat hij al ruim 20 jaar werkzaam is in de vishandel (gerookte en gestoomde vis) en dat hij voorheen zijn handel per wagen uit plaatsen als Volendam en Monnikendam haalde. Hij beklaagt zich erover dat hij het voorgaande jaar is "overgeslagen" bij de officiële verdeling.
* Taal en Toon: De toon is beleefd doch dringend. Overdijk benadrukt zijn ervaring en zijn persoonlijke omstandigheden (leeftijd, huwelijkse staat) om zijn recht op een toewijzing te onderbouwen.
* Paleografie: Het handschrift is een duidelijk leesbaar 20e-eeuws cursief. Opvallend is het gebruik van de "double o" in "zooals" en "zoodoende", wat destijds nog gangbaar was in de spelling-De Vries en Te Winkel. Dit document stamt uit de tijd van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van een strikt distributiesysteem voor voedsel en goederen. Zelfstandige handelaren zoals Overdijk waren voor hun voortbestaan volledig afhankelijk van officiële toewijzingen via centrale organen (zoals de visafslag).
De aanwezigheid van de naam "Polak" op de onderliggende documenten is intrigerend. In 1942 werden Joodse ondernemers (waaronder veel vishandelaren in Amsterdam) door de bezetter gedwongen hun zaken te staken of over te dragen aan "ariërs". Hoewel de brief van Overdijk een regulier verzoek om toewijzing lijkt, kan de context van het dossier te maken hebben met de herverdeling van handelsrechten of voorraden die vrijkwamen door de uitsluiting van Joodse burgers. Het feit dat de documenten bij elkaar gevoegd zijn, suggereert dat de instantie die deze aanvragen behandelde, meerdere dossiers tegelijkertijd beoordeelde of dat er een conflict was over toewijzingen ("misverstand" is zichtbaar op het rechter fragment). H. Overdijk