Archief 745
Inventaris 745-382
Pagina 324
Dossier 103
Jaar 1942
Stadsarchief

Brief (handgeschreven)

27 mei 1942 Van: K. Visser, Koninginneweg 155, Amsterdam Dossier: 467/207/1

Origineel

Brief (handgeschreven) 27 mei 1942 K. Visser, Koninginneweg 155, Amsterdam [Stempel linksboven:] Nº 467/207/1 M. 1942 6/6
[Handgeschreven rechtsboven:] 2 Zoetwatervisch
[Paraaf/aantekening:] visscher afbergs [Rode V]

Amsterdam 27 Mei '42

M. H.

Ondergeteekende K. Visser Koninginneweg 155.
Deeld u het volgende mede. Ik heb een toewijzing van
aal ontvangen van 40 pond per keer. De vorige week is door
mij geheel ontvangen. 120 pond à 41 en 40 pond à 62 ct.
Daaraan is dus aan verdiend 120 x 11 ct = f 13.20 en 40 x 18 = f 7.20
Dus te zamen f 20.40. Nu vraag ik u af kan een winkelier
daarvan bestaan? Ik heb steeds aal ontvangen van H. Buijs
te Enkhuizen en van Santen. Ook werd door mij de dikke
aal gekocht van v. Santen. Voor 1938 heb ik betrokken van
Molenaar te Volendam. Ik heb in de aaltijd +/- 250 tot
300 pond per week omgezet. Nu is de aalvangst veel
grooter als de jaren 1935 - 1940. Ook is door mij altijd
dikke aal gekocht. Door mij is een installatie voor aal
aangelegd in 1938 zooals er weinige in Amsterdam zijn.
Het is wel een bewijs dat ik altijd in aal gehandeld heb.
Ik laat geen installatie van +/- f 1000,- voor mijn genoegen aan-
leggen. Moet ik gelijk gesteld worden met een venter?
Ik heb ongeveer f 70.00 per week onkosten. Zondag was
het mijn beurt, maar daar ik uit principe niet op die
dag werk is deze beurt voorbij gegaan. Ik heb op die dag
nooit gewerkt en zal het ook niet doen. Waarom krijg
ik die niet op een volgende dag? Er zijn verschillende In deze brief beklaagt vishandelaar K. Visser zich over de beperkte toewijzing van aal (paling) die hij ontvangt. De kernpunten van zijn betoog zijn:
1. Economische onhaalbaarheid: Met de huidige toewijzing verdient hij slechts ƒ 20,40 per week, terwijl zijn vaste lasten ƒ 70,00 bedragen. Hij stelt de retorische vraag of een winkelier hiervan kan bestaan.
2. Status als vakman: Visser benadrukt dat hij een serieuze ondernemer is met een dure installatie (ter waarde van ƒ 1000,-), en geen eenvoudige straatventer. Hij verwijst naar zijn historische omzetcijfers (250-300 pond per week) om zijn recht op een grotere toewijzing te onderbouwen.
3. Religieuze/Principiele bezwaren: Hij weigert op zondag te werken. Omdat een leveringsbeurt op zondag viel, is hij deze misgelopen. Hij eist dat deze beurt op een doordeweekse dag wordt ingehaald. Het document dateert uit mei 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De handel in schaarse goederen, waaronder vis, was strikt gereguleerd via distributie-instellingen en toewijzingen (quota). De administratieve stempels bovenaan duiden erop dat de brief is behandeld door een overheidsinstantie die toezicht hield op de visserij of de voedselvoorziening (mogelijk het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening). De brief illustreert de precaire positie van kleine zelfstandigen die klem kwamen te zitten tussen stijgende kosten, strenge regelgeving en de schaarste van de oorlogstijd. H. Rijksbureau

Samenvatting

In deze brief beklaagt vishandelaar K. Visser zich over de beperkte toewijzing van aal (paling) die hij ontvangt. De kernpunten van zijn betoog zijn:
1. Economische onhaalbaarheid: Met de huidige toewijzing verdient hij slechts ƒ 20,40 per week, terwijl zijn vaste lasten ƒ 70,00 bedragen. Hij stelt de retorische vraag of een winkelier hiervan kan bestaan.
2. Status als vakman: Visser benadrukt dat hij een serieuze ondernemer is met een dure installatie (ter waarde van ƒ 1000,-), en geen eenvoudige straatventer. Hij verwijst naar zijn historische omzetcijfers (250-300 pond per week) om zijn recht op een grotere toewijzing te onderbouwen.
3. Religieuze/Principiele bezwaren: Hij weigert op zondag te werken. Omdat een leveringsbeurt op zondag viel, is hij deze misgelopen. Hij eist dat deze beurt op een doordeweekse dag wordt ingehaald.

Historische Context

Het document dateert uit mei 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De handel in schaarse goederen, waaronder vis, was strikt gereguleerd via distributie-instellingen en toewijzingen (quota). De administratieve stempels bovenaan duiden erop dat de brief is behandeld door een overheidsinstantie die toezicht hield op de visserij of de voedselvoorziening (mogelijk het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening). De brief illustreert de precaire positie van kleine zelfstandigen die klem kwamen te zitten tussen stijgende kosten, strenge regelgeving en de schaarste van de oorlogstijd.

Genoemde Personen 1

H.

Locaties

Amsterdam

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit Olie & Techniek: Lood Olie & Techniek: Olie Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Paling Vis & Zee: Vis Vis & Zee: Visch Vis & Zee: Zoetwatervis Vleeswaren: Lever Vleeswaren: Vlees

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Rijksbureau

Gerelateerde Documenten 6