Archief 745
Inventaris 745-382
Pagina 7
Dossier 103
Jaar 1942
Stadsarchief

Handgeschreven verzoekbrief.

26 mei 1942 (gebaseerd op het stempel "M. 1942 26/5"). Van: W. Kranenberg, Soerabajastraat 42, Rotterdam.

Origineel

Handgeschreven verzoekbrief. 26 mei 1942 (gebaseerd op het stempel "M. 1942 26/5"). W. Kranenberg, Soerabajastraat 42, Rotterdam. № 46^A/205/1 M. 1942 26/5

Betr
Voor Toewijzing
voor gerookte paling
en andere Visch
opbergen

Mijnheer
Daar ik vroeger altijd
gevent hep met Haring en Gerookte
Visch. Maar nu er geen Haring meer
is en ik een Winkel hep. Zou Ik ook
graag een Toewijzing willen hebben voor
Paling enz. Daar vroeger mijn leveransiers
aan de deur kwamen maar die komen ook
niet meer. Hoo doende ben ik verplicht om
weer naar de Visch markt te gaan, Maar daar
moet ik een Toewijzing voor hebben. Zou u zoo
vriendelijk willen zijn om mij die te verstrekken.
In afwachting op gunstig bericht
Teeken ik.
W. Kranenberg W. Rot.
Soerabajastr. 42. HUIS
A. Dam De brief is een direct verzoek van een kleine Rotterdamse ondernemer aan een officiële instantie (vermoedelijk een Rijksbureau voor de Voedselvoorziening) tijdens de Duitse bezetting. De schrijver, W. Kranenberg, schetst de veranderde marktsituatie: voorheen ventte hij met vis die aan huis werd geleverd, maar door schaarste (het verdwijnen van haring) en het wegvallen van leveringen aan de deur, is hij nu afhankelijk van de centrale vismarkt. Om daar te mogen inkopen voor zijn winkel, is een formele 'toewijzing' vereist. Het handschrift en de spelling (zoals "hep" voor "heb" en "Hoo doende" voor "Zoodoende") wijzen op een man van de praktijk die in eenvoudige, doch dringende woorden zijn zaak bepleit. In mei 1942 was het distributiesysteem in bezet Nederland volledig van kracht. Vanwege de oorlogsomstandigheden en blokkades was de visserij op de Noordzee nagenoeg stilgevallen, waardoor haring zeer schaars was geworden. De handel werd strak gereguleerd door de overheid om zwarte handel te voorkomen en de beperkte voorraden te verdelen. Voor kleine middenstanders zoals Kranenberg uit de Soerabajastraat (gelegen in de wijk Katendrecht/Feijenoord) was het verkrijgen van zulke officiële toewijzingen cruciaal voor het voortbestaan van hun nering in een tijd van toenemende economische nood.

Samenvatting

De brief is een direct verzoek van een kleine Rotterdamse ondernemer aan een officiële instantie (vermoedelijk een Rijksbureau voor de Voedselvoorziening) tijdens de Duitse bezetting. De schrijver, W. Kranenberg, schetst de veranderde marktsituatie: voorheen ventte hij met vis die aan huis werd geleverd, maar door schaarste (het verdwijnen van haring) en het wegvallen van leveringen aan de deur, is hij nu afhankelijk van de centrale vismarkt. Om daar te mogen inkopen voor zijn winkel, is een formele 'toewijzing' vereist. Het handschrift en de spelling (zoals "hep" voor "heb" en "Hoo doende" voor "Zoodoende") wijzen op een man van de praktijk die in eenvoudige, doch dringende woorden zijn zaak bepleit.

Historische Context

In mei 1942 was het distributiesysteem in bezet Nederland volledig van kracht. Vanwege de oorlogsomstandigheden en blokkades was de visserij op de Noordzee nagenoeg stilgevallen, waardoor haring zeer schaars was geworden. De handel werd strak gereguleerd door de overheid om zwarte handel te voorkomen en de beperkte voorraden te verdelen. Voor kleine middenstanders zoals Kranenberg uit de Soerabajastraat (gelegen in de wijk Katendrecht/Feijenoord) was het verkrijgen van zulke officiële toewijzingen cruciaal voor het voortbestaan van hun nering in een tijd van toenemende economische nood.

Gerelateerde Documenten 6