Proces-verbaal / Ambtseedig rapport.
Origineel
Proces-verbaal / Ambtseedig rapport. 18 september 1942 (betreffende een incident op 16 september 1942). Na deze verklaring van Vroegt voornoemd,
door mij na mij bekend te hebben gemaakt
vischventer gehoord, welke desgevraagd opgaf
te zijn:
Marinus Hendrik Redeker
geboren den 16 April 1887 te A’dam – wonende
Bilderdijkstr 202 II te Amsterdam Nederlander
van nationaliteit van beroep vischventer ook
als zoodanig ingeschreven bij de Gem. Vischver-
deeling te Amsterdam
[Doorgehaald gedeelte met paars kruis:]
desgevraagd verklaarde Redeker,
“Ja mijnheer ik heeft het gezien dat ik een brasem
verkocht van 2 pond en 1 1/2 ons voor f 2,87 wat
neerkomt op f 1,25 per pond. Ik zou dat niet heb-
ben gedaan maar de zaak zit zoo. Van morgen kreeg
ik naast gerookte paling ook brasem uit de
verdeeling aan de Gem Vischafslag te A’dam.
Mijn gerookte paling verkocht ik op mijn stand-
plaats Jan Evertsenstr even als mijn brasem, doch
hield daar 4 stuks van voor mij zelf dit met
het oog in verband, daar mijn ongelukkige
dochter die na haar huwelijk ongelukkig is
geworden, een baby heeft gekregen, doch daar
er geen olie of boter was heb ik de brasem
verkocht.”
[In de linkermarge bij bovenstaand gedeelte:]
om te bakken
Hierop werd door mij gevraagd of hij bekend
was met de regeling en verkoopprijzen van zoetwater-
visch welke ontvangen wordt van de Gem-
Vischafslag te Amsterdam, antwoordde Redeker
“daar ben ik mede bekend”
De 3 nog bij Redeker in bezit zijnde brasems
werden ter plaatse voor de max prijs
verkocht.
In verband met het feit dat door Redeker
op 16 Sept 1942 brasem verkocht werd boven
de vastgestelde max prijs en tevens verkocht
op zijn niet aangewezen standplaats werd
door mij aan Redeker een proces verbaal aangezegd
en heb ik hiervan opgemaakt op ambtseed
dit ambtseedig rapport gesloten – geteekend
de 18 Sept 1942 te Amsterdam
[In de linkermarge onderaan:]
Verzoeke de vischventer
van de vervolging uit
te sluiten [Paraaf/Handtekening]
[Onderaan rechts:]
De Controleur
Landbouw Crisiswet 1933
[Handtekening] * Juridische context: Het document betreft een overtreding van de prijsvoorschriften tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De "Landbouw Crisiswet 1933" werd door de bezetter en de Nederlandse bureaucratie gebruikt om de schaarse voedselvoorraden te reguleren.
* De overtreding: Marinus Redeker, een erkende visboer, verkocht brasem voor een prijs (f 1,25 per pond) die aanzienlijk boven de vastgestelde maximumprijs lag. Bovendien deed hij dit op een plek waar hij geen officiële standplaats had.
* Het verweer: Redeker voert een emotionele reden aan: zijn "ongelukkige dochter" had net een baby gekregen. Hij wilde de vis voor haar bewaren om te bakken, maar door het gebrek aan bakvet (olie of boter) besloot hij de vis alsnog te verkopen.
* Opmerkelijk detail: Hoewel de controleur formeel een proces-verbaal opmaakt, staat er linksonder een handgeschreven verzoek om de visboer niet te vervolgen. Dit duidt op enige mate van coulance of menselijkheid van de beambte tegenover de kleine zelfstandige in oorlogstijd.
* Taalgebruik: Typisch ambtelijk Nederlands uit de eerste helft van de 20e eeuw (bijv. "vischventer", "zoodanig", "ambtseedig"). Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Nederland onderworpen aan een streng distributiesysteem. De Amsterdamse Gemeentelijke Visafslag controleerde de aanvoer en verdeling van vis. Omdat voedsel schaars was, ontstond er een levendige zwarte handel. Controleurs van de Landbouw Crisiswet hielden toezicht op de naleving van de prijzen om woekerprijzen te voorkomen. Voor een gewone Amsterdammer zoals Redeker was het balanceren tussen de strikte regels van de overheid en de bittere noodzaak van het dagelijks overleven voor zijn familie. De genoemde locaties (Bilderdijkstraat en Jan Evertsenstraat) liggen in Amsterdam-West, een buurt die in de oorlogsjaren zwaar getroffen werd door voedseltekorten. Landbouw Crisiswet (Controleur)