Ambtseedig Rapport (proces-verbaal).
Origineel
Ambtseedig Rapport (proces-verbaal). [Linksboven, paars stempel en inkt:]
№ 46 a/321/05 M. 1942 21/9
[Rechtsboven:]
Aan
De Directie v.h. Gemeentelijk-
Marktwezen van Amsterdam
Jan v. Galenstr. te Amsterdam
[In de linkermarge, diagonaal geschreven in blauwe inkt:]
spoor
Rev. hr. 46a/321/06
voorloopig
schorsen en
voorstel aan W. & M. 46a/321/07
voor onbepaalde tijd.
[Midden, onderstreept:]
Ambtseedig Rapport
Ondergetekende Huibregt Korn oud 50
jaar, wonende Paramaribostr. 155 II te Adam
Controleur Landbouw-Crisiswet 1933, juncto
art 8 lid 3 v.h. Economisch Sanctie besluit
verklaart als volgt.
Op Woensdag den 16 den Sept. 1942 te ongeveer
14 uur bevond ik mij in mijn voormelde
kwaliteit op de openbare weg Kinkerstraat hoek
Bilderdijkstr. gelegen binnen de gemeente Adam.
Op dien zelfden tijd en plaats zag ik dat een
vischventer daar standplaats had genomen en zijn
visch Brasem daar verkocht aan het publiek.
Na mij bekend te hebben gemaakt werd de
kooper van deze zoetwatervisch (brasem) door
mij staande gehouden, die des gevraagd opgaf
te zijn:
Wouter Johannis Voogt,
geboren den 27 Februari 1907 te Adam, wonende
Pieter v/d Doesstr 38 h te Adam van beroep
kantoorbediende en Nederlandsche nationa-
liteit.
Op mijn vraag hiertoe antwoordde Voogt
voornoemd:
"Ik heb bij dezen vischventer 2 pond en 1/2 ons
brasem gekocht en betaalde daarvoor f 2,875"
Deze betaling werd door mij verbalisant gezien. Het document is een officieel rapport opgesteld door een controleur van de Landbouw-Crisiswet. De kern van de zaak is een overtreding van de economische regelgeving tijdens de bezettingsjaren.
Belangrijke elementen:
1. De Overtreding: Een visverkoper ("vischventer") verkocht brasem op de hoek van de Kinkerstraat en de Bilderdijkstraat in Amsterdam.
2. De Getuigenis: De controleur hield een koper staande, de 35-jarige kantoorbediende Wouter Johannis Voogt. Deze verklaarde 2,5 pond brasem te hebben gekocht voor het bedrag van 2,875 gulden.
3. Administratieve verwerking: In de kantlijn is met blauwe pen genoteerd dat er een voorstel is gedaan voor "voorloopige schorsing" voor "onbepaalde tijd", wat waarschijnlijk betrekking heeft op de vergunning van de visverkoper. Dit document stamt uit september 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De Landbouw-Crisiswet van 1933 werd door de bezetter en het Nederlandse ambtelijke apparaat gebruikt (en uitgebreid met het Economisch Sanctiebesluit) om de distributie en prijsvorming van voedsel streng te controleren.
In deze periode was er sprake van toenemende schaarste. Om zwarte handel tegen te gaan en de voedselvoorziening te reguleren, waren er vaste prijzen en distributieregels. De "Controleurs" van de Crisis-Controle-Dienst (CCD) hielden toezicht op straathandel. Een bedrag van f 2,875 voor 2,5 pond vis was in die tijd aanzienlijk, wat erop kan wijzen dat de prijs boven het vastgestelde maximum lag of dat de verkoop buiten de officiële distributiebonnen om ging. De locatie, de Kinkerbuurt, was een drukke Amsterdamse volksbuurt waar veel straathandel plaatsvond. Huibregt Korn (Controleur) Wouter Johannis Voogt (Koper). Marktwezen