Getypt afschrift van een brief.
Origineel
Getypt afschrift van een brief. 16 november 1942 (datum brief) en 25 november 1942 (datum ambtelijke aantekening). B. ten Hoeve, Albert Cuypstraat 167 III, Amsterdam-Zuid. Burgemeester en Wethouders van Amsterdam. AFSCHRIFT.
No.46a/321/111 a, M.1942 25/11.
No.259 L.M.1942 23/11.
Amsterdam, 16 November 1942.
Aan Burgemeester en Wethouder van Amsterdam,
Edelachtbare Heeren,
Naar aanleiding van Uw geacht schrijven L.M.289 van 13 November jl. neemt ondergeteekende nogmaals beleefd de vrijheid zich tot U te wenden met het verzoek om een onderzoek te willen instellen naar het door mij gepleegde op 20 September jl. waarvoor U mij straft met uitsluiting van vischtoewijzing tot 1 April a.s.
Ondergeteekende is aan het geheele geval onschuldig en alles berust op een misverstand, hij heeft nnoit en ook dien Zondag niet visch gekocht buiten de verdeeling, toen ondergeteekende dien dag van de markt kwam met visch in de Albert Cuypstraat kwam was er geen publiek en zeide mij de marktmeester deze in het ijs te zetten, bij mijn gaan naar de loods werd hij aangehouden door de politie die mijn bewering, niet geloofde en moest mede naar het bureau en ook daar werd het bericht van den marktmeester niet geloofd en werd mijn visch is beslag genomen en op het bureau verkocht.
Daar ondergeteekende door ziekte niet in staat is tot arbeid hier of elders, is het mij nu onmogelijk voor mijen mijn gezin het onderhoud te verdienen.
Gaarne zou ondergeteekende een en ander indien mogelijk persoonlijk met U bespreken.
Hoogachtend,
B. ten Hoeve,
A. Cuypstraat 167 III,
Amsterdam-Z.
De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en Schoonmaak, Bad- en Zweminrichtingen stelt deze in handen van den Directeur van het Marktwezen om advies,
A'dam, 25 November 1942. * Juridische en administratieve context: De brief is een bezwaarschrift tegen een administratieve sanctie tijdens de Duitse bezetting. De afzender, B. ten Hoeve, is uitgesloten van de vis-toewijzing tot april 1943. Dit was een zware straf in een tijd van schaarste en rantsoenering.
* Taalgebruik en fouten: Het document bevat enkele typfouten (zoals "nnoit" voor nooit, "mijen" voor mij en, en "is beslag" voor in beslag), wat vaker voorkwam bij haastig getypte afschriften of doorslagen. Het taalgebruik is formeel en onderdanig ("Edelachtbare Heeren", "neemt beleefd de vrijheid").
* De verdediging: Ten Hoeve voert een feitelijke verdediging aan: hij volgde instructies van de marktmeester op de Albert Cuypmarkt, maar de politie geloofde hem niet. Hij wijst op zijn penibele sociale situatie (ziekte, gezin) om clementie af te dwingen.
* Bureaucratische gang van zaken: De onderaan toegevoegde notitie laat de ambtelijke molen zien: de verantwoordelijke wethouder (Levensmiddelen) stuurt de zaak door naar de Directeur van het Marktwezen voor advies. Dit document stamt uit het hart van de Tweede Wereldoorlog. In 1942 was de voedselvoorziening in Nederland volledig gereguleerd via het distributiestelsel. "Buiten de verdeling" om goederen verkrijgen werd beschouwd als zwarte handel en streng gestraft.
De Albert Cuypstraat was destijds, net als nu, een belangrijk handelscentrum. Voor veel Amsterdammers was de toegang tot de officiële distributie van levensbelang, zeker voor degenen die door ziekte geen inkomen hadden. De brief illustreert de machteloosheid van de individuele burger tegenover de strenge handhaving van de distributiewetten door de politie en het gemeentebestuur onder toezicht van de bezetter. De uitsluiting van vistoewijzing voor bijna een half jaar betekende een directe bedreiging voor de voedselzekerheid van het gezin Ten Hoeve.