Officiële kennisgeving/strafbeschikking (doorslag/archiefkopie).
Origineel
Officiële kennisgeving/strafbeschikking (doorslag/archiefkopie). 6 juli 1942. De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Vischafslag Amsterdam). Den Heer A.N. Staats, Laurierstraat 61 I, Amsterdam-Centrum. [Handgeschreven in blauw potlood/inkt, linksboven:]
Merrender [?]
[Handgeschreven, rechtsboven:]
M. Visscher
e e e D .
VB/HB.
den Heer A.N. Staats,
Laurierstraat 61 I,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 6.
46A/321/30 M. 6 Juli 1942.
Mij is gerapporteerd, dat U op 29 Juni j.l. op de markt Jan Evertsenstraat, gerookte aal in pakjes van ½ kg. ter verkoop heeft aangeboden, welke na ingesteld onderzoek slechts ± 400 gram bleken te bevatten. In verband hiermede heb ik U met ingang van heden gestraft met uitsluiting van de verdeeling van aal aan den Gemeentelijken Vischafslag alhier, voor onbepaalden tijd.
De Directeur, Het document is een zakelijke, dwingende brief waarin een marktkoopman (A.N. Staats) op de hoogte wordt gesteld van een disciplinaire maatregel. De kern van de zaak is consumentenbedrog: de heer Staats verkocht pakjes gerookte paling als zijnde 500 gram (½ kg), terwijl deze na controle slechts ongeveer 400 gram bleken te wegen.
De sanctie is zwaar: de man wordt voor onbepaalde tijd uitgesloten van de toewijzing van aal via de Gemeentelijke Vischafslag. Dit betekende in de praktijk dat hij zijn handel in paling niet meer legaal kon voortzetten. Het taalgebruik is typisch ambtelijk en streng ("Mij is gerapporteerd", "ingesteld onderzoek", "gestraft met uitsluiting"). De brief dateert van juli 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van schaarste en waren veel goederen, waaronder vis, onderworpen aan strikte distributieregels ("de verdeeling").
Fraude met gewichten werd in oorlogstijd extra streng aangepakt, omdat het de officiële rantsoenering en prijsbeheersing ondermijnde. De Jan Evertsenstraat in Amsterdam-West was (en is) een bekende winkellocatie met een markt. De vermelding van "Wijk 6" duidt op de indeling van de stad voor administratieve of distributiedoeleinden. De straf—uitsluiting van de afslag—was een effectieve manier voor de overheid om controle uit te oefenen op de zwarte handel en eerlijke handel af te dwingen in een tijd van tekorten.