Ambtelijke correspondentie / Concept-brief.
Origineel
Ambtelijke correspondentie / Concept-brief. 19 oktober 1942. [Marginale notities linksboven:]
vischhandel:
straf
hoofheeren
goedhard c.s.
[Marginale notities links, in rood en potlood:]
46 A/321/116 b.
20/10/42/W
[Rechtsboven:]
A’dam, 19/10 1942
W. L. M.
[In kader rechtsboven:]
Typen
Leveren
[Inhoud:]
onder terugzending van
het met Uw kantbrief dd. 14 dezer
om advies ontvangen stuk No
259. L. M. 1942 heb ik de eer U te
berichten, dat ~~het is~~ vaststaat,
dat adressanten garnalen buiten
de verdeling om hebben verhan-
deld. Dit blijkt duidelijk uit
het door den controleur Felthuis
van mijn dienst opgemaakt
rapport dd. 8 Sept. jl., welk
rapport o.a. als bijlage was
gevoegd bij mijn op deze
aangelegenheid betrekking hebbend
voorstel dd. 18 Sept. jl. No
46 A/571/3 M. Eveneens blijkt
uit dit rapport, dat de keur-
meester geen toestemming tot
den onderhandigen verkoop
heeft gegeven, doch [invoeging: zich in tegendeel] ~~hem~~ naar den afslager had be- * Onderwerp: De brief betreft een onderzoek naar fraude in de visserijsector. Specifiek gaat het om "adressanten" (vermoedelijk de genoemde Goedhart c.s.) die garnalen hebben verkocht buiten het officiële distributiesysteem om ("buiten de verdeling om").
* Bewijsvoering: De schrijver (geïdentificeerd door initialen W.L.M.) verwijst naar een rapport van controleur Felthuis van 8 september 1942. Dit rapport weerlegt de bewering dat een keurmeester toestemming zou hebben gegeven voor de onderhandse verkoop. Integendeel, de keurmeester had de betrokkenen doorverwezen naar de officiële afslag.
* Administratieve proces: Het document is een antwoord op een "kantbrief" (een formele aantekening in de marge van een ander document of een begeleidend schrijven) van 14 oktober 1942. De instructie "Typen / Leveren" duidt erop dat dit handgeschreven stuk een concept is dat door een secretarieel medewerker uitgewerkt moest worden. Dit document is geschreven in oktober 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog. Tijdens de Duitse bezetting was Nederland onderworpen aan een streng distributiestelsel om voedseltekorten te beheersen en de Duitse bezetter te bevoorraden. Handel buiten de officiële kanalen ("zwarte handel") werd gezien als een economisch delict en streng vervolgd door de Crisis Controle Dienst (CCD) of aanverwante instanties.
De termen "controleur", "afslager" en "keurmeester" tonen de bureaucratische controle op de voedselvoorziening aan. De vermelding "Goedhard c.s." suggereert dat het om een groep verdachten gaat. Dergelijke dossiers zijn cruciaal voor sociaal-economisch historisch onderzoek naar de overlevingseconomie en de handhaving van de distributiewetten tijdens de bezettingsjaren.