Dienstbrief / Rapportage
Origineel
Dienstbrief / Rapportage 21 juni 1942 Hoofdbureau van Politie Amsterdam (namens de Hoofdcommissaris, getekend door de Commissaris toegevoegd voor de Administratie, H. Holsbergen) De Heer Directeur van het Marktwezen te Amsterdam ("ALHIER") HOOFDBUREAU VAN POLITIE
—————
Dict.Bo./Sl. Amsterdam-C., 21 Juni 1942 .
Lr.S.No.5141/1942.
Doss.S.l. Verzoeke bij beantwoording datum, letter en
nummer van dit schrijven aan te halen.
Nº 72/3/5 M. 1942 26/6 [handgeschreven: n.i. Loop.]
Ik heb de eer UEdelGestrenge te berichten,
dat door het politiepersoneel in de maand
Mei 1942 21 processen-verbaal werden opge-
maakt terzake overtreding van de Verorde-
ning op het venten.
Coll.: [handgeschreven paraaf] **DE HOOFDCOMMISSARIS VAN POLITIE,**
**namens dezen**
**De Commissaris van Politie**
**toegevoegd voor de Administratie**
[handtekening H. Holsbergen]
**H. Holsbergen**
Aan
den Heer Directeur van het
Marktwezen
ALHIER.
72
M 72 - 10000-4-42 K 9665 Dit document is een formele, ambtelijke mededeling van de Amsterdamse politie aan de directeur van het Marktwezen. In de brief wordt gerapporteerd dat er in de maand mei 1942 in totaal 21 processen-verbaal zijn opgemaakt voor overtredingen van de "Verordening op het venten" (straatverkoop).
Het document getuigt van de strikte administratieve afhandeling van toezicht op economische activiteiten in de stad. De brief is ondertekend door H. Holsbergen, een hoge politiefunctionaris die belast was met de administratie onder het gezag van de (toen door de bezetter aangestelde) hoofdcommissaris. De datum van het document, juni 1942, plaatst deze correspondentie midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode stond de Amsterdamse politie onder direct toezicht van de bezetter.
Hoewel het opstellen van processen-verbaal voor illegaal venten een reguliere politietaak lijkt, kreeg handhaving in 1942 een specifieke lading. Straathandel was voor velen, waaronder de door de bezetter steeds meer in het nauw gedreven Joodse bevolking, een laatste middel van bestaan nadat zij uit vele beroepen waren gezet. In mei 1942 (de maand waarover gerapporteerd wordt) was net de Jodenster ingevoerd (3 mei 1942) en werden de restricties op Joodse economische activiteiten steeds verstikkender. De controle op "venten" was een instrument om de openbare ruimte en de informele economie strak te reguleren en te controleren.