Archief 745
Inventaris 745-390
Pagina 463
Dossier 55
Jaar 1942
Stadsarchief

Getypt officieel schrijven (afschrift).

10 april 1942. Van: Inspectie voor de Prysbeheersching te Amsterdam (ondertekend namens de inspecteur door R.E. Hattink). Aan: De Heer Directeur der Centrale Markt, Jan van Galenstraat, Amsterdam.

Origineel

Getypt officieel schrijven (afschrift). 10 april 1942. Inspectie voor de Prysbeheersching te Amsterdam (ondertekend namens de inspecteur door R.E. Hattink). De Heer Directeur der Centrale Markt, Jan van Galenstraat, Amsterdam. Inspectie voor de Prysbeheersching
te Amsterdam.
Afschrift.

No. 4428
AMSTERDAM-Z., 10 April 1942.
Dict. Hk./H.
Emmastraat 35.
Betreft: Jacobus Oudhof
Telefoon 21433, Postgiro 408874.
Bijlagen: Geene.

Aan den Heer Directeur der Centrale Markt,
Jan van Galenstraat
A M S T E R D A M.

Jacobus Oudhof, geboren te Westbroek, 12 Januari 1889, en wonende te Amsterdam, Overtoom No. 101, heeft zich tot my gewend met de mededeeling, dat hem den toegang tot de terreinen der Centrale Markt geweigerd wordt.

Ik neem aan, dat U tot dit besluit gekomen bent, teneinde mede te werken aan het effectueeren der tegen de N.V. Cornelis Oudhof door mij gewezen tuchtbeschikking, doch waar Jacobus Oudhof persoonlijk een erkenning heeft als kleinhandelaar, en hem niet van mijnentwege een verbod tot beroepsuitoefening is opgelegd, heb ik er – zonder te treden in Uw bevoegdheid om bepaalden persoon den toegang te ontzeggen – geen bezwaar tegen, dat hem toegang verleend wordt.

Voor de feitelyke tenuitvoerlegging der tuchtbeschikking tegen de N.V., is de door U opgelegde maatregel niet noodig.

DE INSPECTEUR VOOR DE
PRYSBEHEERSCHING.
namens dezen:
w.g. R.E. Hattink, T.I. Dit document is een formele verduidelijking van de Inspectie voor de Prijsbeheersing aan de directeur van de Centrale Markt in Amsterdam. De kern van de zaak is een misverstand over een toegangsverbod.

Jacobus Oudhof beklaagde zich bij de Inspectie omdat hem de toegang tot de Centrale Markt werd geweigerd. De Inspecteur vermoedt dat de directeur dit verbod heeft opgelegd naar aanleiding van een tuchtmaatregel die de Inspectie had genomen tegen de firma "N.V. Cornelis Oudhof".

De Inspecteur stelt echter duidelijk dat hoewel het bedrijf een sanctie heeft gekregen, Jacobus Oudhof als persoon (erkend kleinhandelaar) geen beroepsverbod heeft gekregen. De Inspectie geeft expliciet aan geen bezwaar te hebben tegen zijn aanwezigheid op de markt en stelt dat het toegangsverbod niet nodig is voor het uitvoeren van de straf tegen de N.V. De brief is een diplomatieke manier om de marktmeester te verzoeken het verbod voor deze specifieke persoon op te heffen. Het document dateert uit april 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De Inspectie voor de Prijsbeheersing was een cruciaal orgaan in die tijd; vanwege de toenemende schaarste en de invoering van distributie moest de overheid prijzen streng controleren om woekerprijzen en de zwarte handel tegen te gaan.

De Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat was het logistieke hart van de voedselvoorziening in Amsterdam. Wie daar geen toegang toe had, kon feitelijk zijn beroep als handelaar in levensmiddelen niet uitoefenen. De tuchtbeschikkingen waarover gesproken wordt, hadden vaak betrekking op overtredingen van de prijsvoorschriften. De taal is formeel en bevat de destijds gebruikelijke spelling (zoals "Prysbeheersching" en "geene"). De brief toont de bureaucratische complexiteit van economische controle in oorlogstijd, waarbij individuele rechten soms bekneld raakten tussen maatregelen tegen bedrijven.

Samenvatting

Dit document is een formele verduidelijking van de Inspectie voor de Prijsbeheersing aan de directeur van de Centrale Markt in Amsterdam. De kern van de zaak is een misverstand over een toegangsverbod.

Jacobus Oudhof beklaagde zich bij de Inspectie omdat hem de toegang tot de Centrale Markt werd geweigerd. De Inspecteur vermoedt dat de directeur dit verbod heeft opgelegd naar aanleiding van een tuchtmaatregel die de Inspectie had genomen tegen de firma "N.V. Cornelis Oudhof".

De Inspecteur stelt echter duidelijk dat hoewel het bedrijf een sanctie heeft gekregen, Jacobus Oudhof als persoon (erkend kleinhandelaar) geen beroepsverbod heeft gekregen. De Inspectie geeft expliciet aan geen bezwaar te hebben tegen zijn aanwezigheid op de markt en stelt dat het toegangsverbod niet nodig is voor het uitvoeren van de straf tegen de N.V. De brief is een diplomatieke manier om de marktmeester te verzoeken het verbod voor deze specifieke persoon op te heffen.

Historische Context

Het document dateert uit april 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De Inspectie voor de Prijsbeheersing was een cruciaal orgaan in die tijd; vanwege de toenemende schaarste en de invoering van distributie moest de overheid prijzen streng controleren om woekerprijzen en de zwarte handel tegen te gaan.

De Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat was het logistieke hart van de voedselvoorziening in Amsterdam. Wie daar geen toegang toe had, kon feitelijk zijn beroep als handelaar in levensmiddelen niet uitoefenen. De tuchtbeschikkingen waarover gesproken wordt, hadden vaak betrekking op overtredingen van de prijsvoorschriften. De taal is formeel en bevat de destijds gebruikelijke spelling (zoals "Prysbeheersching" en "geene"). De brief toont de bureaucratische complexiteit van economische controle in oorlogstijd, waarbij individuele rechten soms bekneld raakten tussen maatregelen tegen bedrijven.

Gerelateerde Documenten 6