Gerechtelijke/administratieve uitspraak (Tuchtbeschikking).
Origineel
Gerechtelijke/administratieve uitspraak (Tuchtbeschikking). 27 april 1942. HEEFT GOEDGEVONDEN :
den verdachte te veroordeelen tot betaling van een geldboete van: Vijftig Gulden (f. 50,-).
verbeurd te verklaren de bij ~~proces-verbaal van den~~ voornoemd rapport ~~194-~~ inbeslaggenomen goederen ;
~~te bepalen, dat de sluiting van het bedrijf van verdachte en stil-legging van de bedrijfsmiddelen te bevelen voor den tijd van twee maanden, ingaande op 1 Mei 1942, en het Hoofd der Politie der Gemeente-Amsterdam op te dragen, om de sluiting voor een ieder kenbaar te maken, door aanplakking van deze maatregel op een in het oog vallende plaats bij den toegang van het perceel waarin verdachte zijn bedrijf uitoefent, alsmede om nauwgezet te waken tegen, en de opsporing te bevorderen van de overtre-dingen, genoemd in artikel 10 van het Prijsbeheerschingsbesluit;~~
verdachte te verbieden om gedurende twee maanden, eveneens in-gaande op 1 Mei 1942, als kleinhandelaar in groenten, fruit en/of aardappelen op te treden;
den verdachte te veroordeelen in de kosten ten beloope van Twintig Gulden (f. 20,-), berekend overeenkomstig de bepalingen van het "Tarief voor Tuchtstrafproceskosten" van 23 Januari 1942.
AMSTERDAM, den 27 APR 1942 194
De Inspecteur voornoemd,
[Handtekening: Alkmaar]
Mr. R. E. Hattink,
Toegevoegd Inspecteur.
BETALING van de opgelegde boete moet geschieden binnen acht dagen na de uitreiking der tuchtbeschikking door storting of overschrijving op postrekening No. 408.874 van ~~voormelden Inspecteur.~~ de Inspectie voornoemd,
Bij gebreke hiervan volgt tenuitvoerlegging der tuchtbeschikking.
BEROEP tegen tuchtbeschikkingen is mogelijk :
a. indien is opgelegd een geldboete van meer dan f 500.—, al of niet met een bijkomende straf ;
b. indien is opgelegd een geldboete van f 500.— of minder, mits daarbij een bijkomende straf is opgelegd, uitgezonderd de bijkomende straf van openbaarmaking.
Beroep moet binnen veertien dagen na de uitreiking der tuchtbeschikking worden ingesteld bij een door den veroordeelde onderteekend beroepschrift, hetwelk moet worden ingediend bij den Gemachtigde voor de Prijzen te 's-Gravenhage of bij den Inspecteur voor de Prijsbeheersching, door wien de beschikking in eersten aanleg genomen werd. Hk./H.
K 1049 Dit document is een zogenaamde 'tuchtbeschikking'. Het betreft een vonnis tegen een handelaar die de regels van het Prijsbeheerschingsbesluit heeft overtreden. Opvallend is dat de volledige sluiting van het bedrijfspand (de doorgehaalde paragraaf) is omgezet naar een specifiek beroepsverbod van twee maanden voor de handel in groenten, fruit en aardappelen. De boete van 50 gulden was voor die tijd een aanzienlijk bedrag (ter vergelijking: een gemiddeld weekloon lag rond de 20 tot 30 gulden). De documentcode 'K 1049' linksonder verwijst naar de drukker of het formuliernummer van de overheid. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) voerde de bezetter een strikte prijsbeheersching in om inflatie en zwarte handel tegen te gaan. De "Inspectie voor de Prijsbeheersching" controleerde of winkeliers zich hielden aan de vastgestelde maximumstelsels. Overtredingen werden niet via het reguliere strafrecht, maar via 'tuchtrechtspraak' afgehandeld, wat de overheid in staat stelde om snel en efficiënt straffen zoals boetes, inbeslagnames en beroepsverboden op te leggen. Dit specifieke document dateert uit het voorjaar van 1942, een periode waarin de schaarste aan voedsel toenam en de controles op de distributie en prijsvorming werden verscherpt.