Archief 745
Inventaris 745-390
Pagina 552
Dossier 100
Jaar 1942
Stadsarchief

Archiefdocument

13 November 1942. Van: Gemeente Amsterdam, Raadhuis, O.Z. Voorburgwal. Aan: Den heer Directeur van den Dienst van het Marktwezen.

Origineel

13 November 1942. Gemeente Amsterdam, Raadhuis, O.Z. Voorburgwal. Den heer Directeur van den Dienst van het Marktwezen. [Stempel linksboven:] Nº 77/2/01 M. 1942 [Handgeschreven:] 13/11
[Stempel midden:] Gemeente Amsterdam
Raadhuis, O.Z. Voorburgwal
[Handgeschreven rechtsboven:] spoed

Telefoon 43130, 43321

Men wordt verzocht, bij het antwoord nauwkeurig den datum, het nummer en de afdeeling van dezen brief te vermelden

Aan den heer Directeur van den Dienst van het Marktwezen.
[Handgeschreven:] m. Dir.

Afd. L.M. No. 945 Bijlagen -1942-
Uw brief:
Datum: 13 November 1942.

Onderwerp:

In antwoord op Uw schrijven van 28 October j.l., No. 77/2/77 M, medeonderteekend door den Gemeentelijken Adviseur voor de Voedings- en Distributieaangelegenheden, bericht ik U het volgende.
Daar aan den heer Broerse, als gemeentelijk gevolmachtigde in grossierszaken voor groente en fruit een 5-tal pakhuizen der uitgesloten grossiers zijn verhuurd, bestaat er mijns inziens geen bezwaar tegen om de grossiers ter markt, welke ook dergelijke pakhuizen wenschen te huren, daartoe in de gelegenheid te stellen. Aan de uitgesloten grossiers, wier pakhuizen gedurende dien tijd aan anderen worden verhuurd, zal moeten worden bericht, dat zij gedurende den tijd van uitsluiting geen huur behoeven te betalen, doch dat deze bij hun terugkeer weer te hunner beschikking zullen zijn. Aan de grossiers moet worden meegedeeld, dat, mocht gedurende hun uitsluiting de huur van de pakhuizen eindigen, zij in de gelegenheid worden gesteld opnieuw een huurcontract aan te gaan. Aan de grossiers, die de pakhuizen huren, moet worden meegedeeld, dat deze huur maar tijdelijk is en eindigt op het tijdstip, waarop de betreffende uitgesloten grossier weer toegang krijgt tot de Centrale Markt.

[Handgeschreven kanttekening in de linker marge:]
moet dezen
grossiers
hun
waarin [of: worden]
gevraagd
of zij
accoord
gaan
met
verhuur?
[Initialen/Parraaf]

[Onderaan:]
Model G.A. 6
Stadsdrukkerij Amsterdam
15196-7-42-5000 Deze brief van de gemeente Amsterdam betreft de herverdeling en verhuur van pakhuizen op de Centrale Markt. Het document regelt dat de pakhuizen van "uitgesloten grossiers" tijdelijk gehuurd kunnen worden door andere ondernemers. Er wordt bepaald dat de oorspronkelijke (uitgesloten) eigenaren geen huur hoeven te betalen tijdens hun afwezigheid en dat zij hun pakhuis terugkrijgen zodra zij weer toegang hebben tot de markt. De nieuwe huurders moeten expliciet op de hoogte worden gesteld van het tijdelijke karakter van deze overeenkomst.

De handgeschreven kanttekening stelt de kritische vraag of deze "uitgesloten grossiers" wel om hun toestemming gevraagd moet worden voor deze gang van zaken. Het document dateert uit november 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De term "uitgesloten grossiers" is een ambtelijk eufemisme voor de Joodse handelaren die door de anti-Joodse maatregelen van de bezetter uit het economische leven werden verbannen en de toegang tot de Centrale Markthallen werd ontzegd.

De tekst weerspiegelt de kille, bureaucratische afhandeling van het ontnemen van bezit en kansen aan de Joodse bevolking. Hoewel de brief spreekt over een toekomstige "terugkeer" en de tijdelijkheid van de nieuwe huurcontracten, was op het moment van schrijven de grootschalige deportatie van Joodse Amsterdammers naar de vernietigingskampen al in volle gang. Het document is een treffend voorbeeld van hoe de gemeentelijke administratie meewerkte aan de "Arisering" van de stad en de distributie van vrijgekomen Joodse activa.

Samenvatting

Deze brief van de gemeente Amsterdam betreft de herverdeling en verhuur van pakhuizen op de Centrale Markt. Het document regelt dat de pakhuizen van "uitgesloten grossiers" tijdelijk gehuurd kunnen worden door andere ondernemers. Er wordt bepaald dat de oorspronkelijke (uitgesloten) eigenaren geen huur hoeven te betalen tijdens hun afwezigheid en dat zij hun pakhuis terugkrijgen zodra zij weer toegang hebben tot de markt. De nieuwe huurders moeten expliciet op de hoogte worden gesteld van het tijdelijke karakter van deze overeenkomst.

De handgeschreven kanttekening stelt de kritische vraag of deze "uitgesloten grossiers" wel om hun toestemming gevraagd moet worden voor deze gang van zaken.

Historische Context

Het document dateert uit november 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De term "uitgesloten grossiers" is een ambtelijk eufemisme voor de Joodse handelaren die door de anti-Joodse maatregelen van de bezetter uit het economische leven werden verbannen en de toegang tot de Centrale Markthallen werd ontzegd.

De tekst weerspiegelt de kille, bureaucratische afhandeling van het ontnemen van bezit en kansen aan de Joodse bevolking. Hoewel de brief spreekt over een toekomstige "terugkeer" en de tijdelijkheid van de nieuwe huurcontracten, was op het moment van schrijven de grootschalige deportatie van Joodse Amsterdammers naar de vernietigingskampen al in volle gang. Het document is een treffend voorbeeld van hoe de gemeentelijke administratie meewerkte aan de "Arisering" van de stad en de distributie van vrijgekomen Joodse activa.

Gerelateerde Documenten 6