Extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam.
Origineel
Extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam. 8 januari 1943. No. 77/94/11 M. 1942^23^
No. 54/38 L.M. 1942.
Straf bezoeker Centrale Markt.
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten
van den Burgemeester van Amsterdam.
Vrijdag, 8 Januari 1943.
Op voorstel van den Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak, bad- en zweminrichtingen wordt het volgende besluit genomen:
De Burgemeester van Amsterdam;
Gezien het rapport van den Directeur van den Dienst van het Marktwezen dd. 23 December 1942, No. 77/94/8;
B e s l u i t :
met ingang van 7 Januari 1943 den termijn van veertien dagen, gedurende welken de Directeur van het Marktwezen den toegang tot de Centrale Markt heeft ontzegd aan H.J. Schlatman, Populierenstraat 148 te Beverwijk, wegens het zich opnieuw schuldig maken aan het onbevoegd uitoefenen van den groothandel op de Centrale Markt, voor onbepaalden tijd te verlengen.
Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeelingen Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak, bad- en zweminrichtingen (3 stuks) en Sociale Zaken (2 stuks).
JB.
Voor eensluidend extract,
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN Dit document is een officieel uittreksel van een besluit van de burgemeester van Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het betreft een administratieve strafmaatregel tegen een individu, H.J. Schlatman. De man wordt ervan beschuldigd zich "opnieuw schuldig" te hebben gemaakt aan "onbevoegd uitoefenen van den groothandel".
De straf is aanzienlijk: een eerdere toegangsontzegging van veertien dagen (opgelegd door de directeur van de Centrale Markt) wordt door de burgemeester omgezet in een verlenging voor "onbepaalden tijd". Dit wijst op een streng handhavingsbeleid ten aanzien van de marktreglementen en de distributie van goederen in oorlogstijd. De distributie naar diverse afdelingen (Levensmiddelen, Sociale Zaken) onderstreept de administratieve vastlegging van dergelijke overtredingen. Ten tijde van dit besluit (januari 1943) stond Nederland onder Duitse bezetting. De burgemeester van Amsterdam was Edward Voûte, die door de bezetter was aangesteld. De controle op de voedselvoorziening en de handel op de Centrale Markt was in deze periode extreem streng vanwege de schaarste en de bestrijding van de zwarte handel.
Hoewel de term "onbevoegd uitoefenen van den groothandel" technisch-juridisch klinkt, was het in de praktijk een middel om de informele economie en tussenhandelaren die buiten de officiële distributiekanalen om werkten, uit te schakelen. De Centrale Markt in Amsterdam (aan de Jan van Galenstraat) was het vitale knooppunt voor de voedselvoorziening van de stad; onregelmatigheden daar werden door de collaborerende overheid zwaar bestraft.