Ambtelijke brief / intern memorandum.
Origineel
Ambtelijke brief / intern memorandum. 11 februari 1942. [Marge linksboven]
Intrekking
vergunning plaatsen
kramen buiten de
markten.
[Rechtsboven]
A'dam, 11/2 1942
W. L. M. 85/6/1 M
[Inhoud]
In bijlage dezes heb ik de eer
U een opgave te doen toekomen van
een aantal personen, aan wie in het jaar 1938
(onder no. 8116/17-1938) door B. en W. vergunning is verleend
tot het plaatsen van kramen c.a.
op de markten vóór markttijd.
Deze vergunninghouders hebben
sedert maanden geen gebruik
van hun vergunning gemaakt,
reden waarom ik u voorstel
genoemde vergunningen door den
Bburg. te doen intrekken. De met
x gemerkte personen hebben
mij medegedeeld, dat zij op het
behoud der onderhavige vergunning
niet langer prijs stellen. De
overige, 3, vergunninghouders zijn
desertijds twee maal opgeroepen
om te mijnen kantore te komen,
aan welke oproepingen zij geen gevolg
hebben gegeven. Ik neem aan, dat deze
vergunninghouders ook niet langer prijs
stellen op handhaving hunner ver-
gunning. Intrekking der onderhavige verg.
heeft administratieve besparing ten gevolge. De tekst is een ambtelijk voorstel gericht aan (waarschijnlijk) de burgemeester van Amsterdam om een reeks marktvergunningen uit 1938 in te trekken. Het gaat specifiek om vergunningen voor het plaatsen van kramen vóór de officiële markttijd.
De schrijver voert twee redenen aan voor deze opschoning van het vergunningenbestand:
1. Expliciete opzegging: Een deel van de vergunninghouders heeft zelf aangegeven de vergunning niet meer nodig te hebben.
2. Verzuim: Een drietal vergunninghouders is ondanks herhaalde oproepen niet op kantoor verschenen, waaruit wordt geconcludeerd dat zij geen belang meer hebben bij de vergunning.
De uiteindelijke rechtvaardiging voor de intrekking is "administratieve besparing", oftewel het verminderen van de bureaucratische last voor de gemeente. Gebruikte afkortingen zijn onder meer B. en W. (Burgemeester en Wethouders), Bburg. (Burgemeester) en c.a. (cum annexis / met bijbehorende zaken). Dit document is geschreven tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). Hoewel de toon strikt administratief is, vond in deze periode (1941-1942) een grootschalige sanering van de Amsterdamse markten plaats. Joodse kooplieden waren vanaf september 1941 al geweerd van de reguliere markten en mochten alleen nog op aangewezen 'Joodse markten' staan.
Het archiefkenmerk 'W.L.M.' staat zeer waarschijnlijk voor de afdeling 'Waren- en Landsmarkten' van de gemeente Amsterdam. De 'leegloop' van de marktplaatsen die in dit document beschreven wordt, kan zowel te maken hebben met de algemene oorlogsschaarste als met de uitsluiting van specifieke groepen burgers uit het economische leven.