Archief 745
Inventaris 745-392
Pagina 307
Dossier 29
Jaar 1942
Stadsarchief

Ambtelijk correspondentieblad (Bijblad van de gemeente Amsterdam, Model No. 14).

4 mei 1942 (met stempels en aantekeningen van april en mei 1942).

Origineel

Ambtelijk correspondentieblad (Bijblad van de gemeente Amsterdam, Model No. 14). 4 mei 1942 (met stempels en aantekeningen van april en mei 1942). [Stempel linksboven:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 85/14/1 1942
DOORGEZONDEN: 25/4-'42

[Rechtsboven handgeschreven:]
353

[Bovenzijde midden:]
J. Pront, voorkeurskaart m.
211 Waterlooplein.

[Hoofdtekst:]
Waterlooplein 4-5-42
Den Heer
Inspecteur

Aangezien J. Pront voorkeurskaarthouder nº 214 een standplaats verg: heeft gehad, en daardoor in het bezit is van een eigen handkar, zou ik U in overweging willen geven het verzoek toe te staan, dat hij op de markt Waterlooplein zijn eigen handkar mag gebruiken voor uit te stallen.
Zou het geen aanbeveling verdienen om ook voortaan de eigen stallen te noteeren, tot het betalen van de gebruikelijke kramen belasting.

[Onderaan, handgeschreven opmerking:]
Tegen inwilliging van het verzoek van J. Pront (zie rapport marktwezen) bestaat geen bezwaar.
[Handtekening/Paraaf] 11-5-'42

[Blauwe aantekeningen dwars door de tekst:]
Hr Rens
advies
spoed 29-4-'42
akkoord

[Rode en blauwe inkt rechtsonder:]
2 doorst
85/14/2/17
16/5/42 [Paraaf]

[Drukwerk linksonder:]
Alg. Zaken-Model No. 14 - 14333-1000-7-'41-1727 Dit document is een ambtelijk schrijven gericht aan de "Heer Inspecteur" (waarschijnlijk van het Marktwezen in Amsterdam). Het betreft een verzoek namens een marktkoopman genaamd J. Pront, die op het Waterlooplein werkzaam is.

De kern van het verzoek is tweeledig:
1. Individueel: Pront heeft een "voorkeurskaart" (een vergunning voor vaste standplaatshouders) en beschikt over een eigen handkar. Er wordt gevraagd of hij deze handkar mag gebruiken om zijn waren op uit te stallen in plaats van de standaard marktkramen.
2. Beleidsmatig: De schrijver suggereert om voortaan ook bij het gebruik van eigen uitstalmiddelen ("eigen stallen") de gebruikelijke kramenbelasting te innen, zodat de gemeente geen inkomsten misloopt.

Onderaan is te zien dat er na onderzoek ("zie rapport") geen bezwaar is tegen het inwilligen van het verzoek. De blauwe aantekeningen duiden op een snelle ambtelijke afhandeling met de status "spoed" en "akkoord". Het document dateert uit mei 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. Het Waterlooplein was op dat moment nog steeds het centrum van de Amsterdamse Joodse buurt en de bijbehorende markt. De naam "Pront" is een bekende Joodse familienaam in Amsterdam; veel Joodse handelaren waren afhankelijk van de markt op het Waterlooplein voor hun levensonderhoud.

De bureaucratische toon van het document illustreert hoe het dagelijks leven en de lokale economie onder de bezetting strikt gereguleerd bleven door de Nederlandse gemeentelijke administratie. De invoering van de "voorkeurskaart" was een middel om de marktcapaciteit te beheersen. Kort na de datum van dit document zouden de restricties voor Joodse markthandelaren extreem worden aangescherpt, wat uiteindelijk leidde tot het volledig verdwijnen van de Joodse handelaren van de markt als gevolg van de deportaties.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk schrijven gericht aan de "Heer Inspecteur" (waarschijnlijk van het Marktwezen in Amsterdam). Het betreft een verzoek namens een marktkoopman genaamd J. Pront, die op het Waterlooplein werkzaam is.

De kern van het verzoek is tweeledig:
1. Individueel: Pront heeft een "voorkeurskaart" (een vergunning voor vaste standplaatshouders) en beschikt over een eigen handkar. Er wordt gevraagd of hij deze handkar mag gebruiken om zijn waren op uit te stallen in plaats van de standaard marktkramen.
2. Beleidsmatig: De schrijver suggereert om voortaan ook bij het gebruik van eigen uitstalmiddelen ("eigen stallen") de gebruikelijke kramenbelasting te innen, zodat de gemeente geen inkomsten misloopt.

Onderaan is te zien dat er na onderzoek ("zie rapport") geen bezwaar is tegen het inwilligen van het verzoek. De blauwe aantekeningen duiden op een snelle ambtelijke afhandeling met de status "spoed" en "akkoord".

Historische Context

Het document dateert uit mei 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. Het Waterlooplein was op dat moment nog steeds het centrum van de Amsterdamse Joodse buurt en de bijbehorende markt. De naam "Pront" is een bekende Joodse familienaam in Amsterdam; veel Joodse handelaren waren afhankelijk van de markt op het Waterlooplein voor hun levensonderhoud.

De bureaucratische toon van het document illustreert hoe het dagelijks leven en de lokale economie onder de bezetting strikt gereguleerd bleven door de Nederlandse gemeentelijke administratie. De invoering van de "voorkeurskaart" was een middel om de marktcapaciteit te beheersen. Kort na de datum van dit document zouden de restricties voor Joodse markthandelaren extreem worden aangescherpt, wat uiteindelijk leidde tot het volledig verdwijnen van de Joodse handelaren van de markt als gevolg van de deportaties.

Gerelateerde Documenten 6