Doorslag van een officiële brief (ambtelijke correspondentie).
Origineel
Doorslag van een officiële brief (ambtelijke correspondentie). 16 mei 1942 (verzonden 18 mei 1942). De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Marktwezen, Amsterdam). Den Heer I. Pront, Lepelstraat 86, Amsterdam-Centrum. [Handgeschreven bovenin:] verzonden 18/5 [Handgeschreven rechtsboven:] Inspecteur
[Getypt:]
HG.
den Heer I.Pront,
Lepelstraat 86,
<u>Amsterdam-Centrum.</u>
Wijk 10.
85/14/2 M. 16 Mei 1942.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 25 April jl. verleen
ik U hierbij toestemming op Uw plaats op de markt Waterlooplein van
Uw eigen handkar gebruik te maken.
De Directeur, Dit document is een administratief besluit van de gemeente Amsterdam uit de Tweede Wereldoorlog. In de brief krijgt de heer I. Pront toestemming om zijn eigen handkar te gebruiken op zijn standplaats op de markt op het Waterlooplein.
De brief is een typisch voorbeeld van de vergaande regulering van het dagelijks leven tijdens de bezetting. Zelfs voor het gebruik van een eigen vervoermiddel op een marktplaats was officiële toestemming van de "Directeur" (waarschijnlijk van het Marktwezen) vereist. De handgeschreven notitie "verzonden 18/5" en de vermelding "Inspecteur" wijzen op de interne ambtelijke verwerking van dit dossier. De datum (mei 1942) en de locatie (Lepelstraat en Waterlooplein) geven dit schijnbaar banale document een tragische historische lading:
- De Jodenvervolging: De Lepelstraat lag in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. De naam 'Pront' is een bekende Sefardisch-Joodse naam in Amsterdam. In mei 1942 was de isolatie van de Joodse bevolking in volle gang; de invoering van de Jodenster had slechts enkele weken eerder plaatsgevonden (3 mei 1942).
- De Markt op het Waterlooplein: Sinds medio 1941 was het Waterlooplein door de bezetter aangewezen als een "Joodse markt", waar alleen Joden mochten handelen en kopen. Voor velen was een marktplaats de laatste bron van inkomsten nadat zij uit andere beroepen waren gezet.
- Bureaucratie vs. Realiteit: Terwijl de ambtelijke molen nog brieven verstuurde over handkarren en marktplaatsen, bereidde de bezetter de grootschalige deportaties voor. Slechts twee maanden na deze brief, in juli 1942, begonnen de systematische deportaties vanuit Amsterdam naar kamp Westerbork en verder naar de vernietigingskampen. Uit archieven (zoals het Joods Monument) blijkt dat bewoners van Lepelstraat 86, waaronder leden van de familie Pront, de oorlog grotendeels niet hebben overleefd. I. Pront Gemeente Amsterdam Marktwezen