Archief 745
Inventaris 745-392
Pagina 395
Dossier 29
Jaar 1942
Stadsarchief

Doorslag van een officiële brief/kennisgeving.

Van: Waarschijnlijk een gemeentelijke instantie van Amsterdam (gezien de afkorting "HG." en de vermelding "Inspecteur").

Origineel

Doorslag van een officiële brief/kennisgeving. Waarschijnlijk een gemeentelijke instantie van Amsterdam (gezien de afkorting "HG." en de vermelding "Inspecteur"). [Links boven:]
86/10/2 M.

[Midden boven:]
HG.

[Rechts boven, handgeschreven:]
Inspecteur

[Onder HG, handgeschreven in blauw potlood:]
Verzonden 9/4

[Rechts midden:]
9 April 1942.

den Heer J.A. Cathan,
Zwanenburgwal 86 II,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 3.

[Links midden:]
Waterlooplein.

[Rechts onder de adresgegevens:]
vrijstelling betaling
marktgeld Waterlooplein.

Waterlooplein
15 Maart 1942

[Onderaan:]
XXXXXXXX Dit document is een administratieve doorslag van een besluit of kennisgeving betreffende de vrijstelling van marktgeld voor een marktkoopman op het Waterlooplein. De brief is gedateerd op 9 april 1942, maar verwijst onderaan naar "15 Maart 1942", wat mogelijk de ingangsdatum van de vrijstelling is of de datum van de aanvraag.

De handgeschreven notitie "Verzonden 9/4" dient als administratieve verificatie dat de originele brief op de genoemde datum is uitgegaan. De vermelding "Wijk 3" verwijst naar de administratieve indeling van de stad Amsterdam in die tijd. De reeks "XXXXXXXX" onderaan werd vaak gebruikt op typemachines om een document af te sluiten of om ruimte voor een handtekening op het origineel aan te duiden. Het document dateert uit de Tweede Wereldoorlog, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Het Waterlooplein was van oudsher een centrum van de Joodse handel in Amsterdam. In 1941 hadden de bezetters het Waterlooplein aangewezen als een 'Joodsche markt', waar alleen Joden mochten handelen en kopen.

De geadresseerde, J.A. Cathan, woonde aan de Zwanenburgwal, een straat direct grenzend aan het Waterlooplein in de oude Joodse buurt. In 1942 werden de anti-Joodse maatregelen in Amsterdam steeds nijpender. Een vrijstelling van marktgeld kon duiden op persoonlijke omstandigheden van de koopman (zoals armoede), maar het kan ook een administratief uitvloeisel zijn van de steeds veranderende en beperkende regelgeving voor Joodse ondernemers vlak voordat de grootschalige deportaties in de zomer van 1942 begonnen. Dit document biedt een inkijkje in de voortdurende bureaucratie van het stadsbestuur te midden van de tragische ontwikkelingen van de Holocaust in Amsterdam.

Samenvatting

Dit document is een administratieve doorslag van een besluit of kennisgeving betreffende de vrijstelling van marktgeld voor een marktkoopman op het Waterlooplein. De brief is gedateerd op 9 april 1942, maar verwijst onderaan naar "15 Maart 1942", wat mogelijk de ingangsdatum van de vrijstelling is of de datum van de aanvraag.

De handgeschreven notitie "Verzonden 9/4" dient als administratieve verificatie dat de originele brief op de genoemde datum is uitgegaan. De vermelding "Wijk 3" verwijst naar de administratieve indeling van de stad Amsterdam in die tijd. De reeks "XXXXXXXX" onderaan werd vaak gebruikt op typemachines om een document af te sluiten of om ruimte voor een handtekening op het origineel aan te duiden.

Historische Context

Het document dateert uit de Tweede Wereldoorlog, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Het Waterlooplein was van oudsher een centrum van de Joodse handel in Amsterdam. In 1941 hadden de bezetters het Waterlooplein aangewezen als een 'Joodsche markt', waar alleen Joden mochten handelen en kopen.

De geadresseerde, J.A. Cathan, woonde aan de Zwanenburgwal, een straat direct grenzend aan het Waterlooplein in de oude Joodse buurt. In 1942 werden de anti-Joodse maatregelen in Amsterdam steeds nijpender. Een vrijstelling van marktgeld kon duiden op persoonlijke omstandigheden van de koopman (zoals armoede), maar het kan ook een administratief uitvloeisel zijn van de steeds veranderende en beperkende regelgeving voor Joodse ondernemers vlak voordat de grootschalige deportaties in de zomer van 1942 begonnen. Dit document biedt een inkijkje in de voortdurende bureaucratie van het stadsbestuur te midden van de tragische ontwikkelingen van de Holocaust in Amsterdam.

Gerelateerde Documenten 6