Archief 745
Inventaris 745-394
Pagina 203
Jaar 1942
Stadsarchief

Handgeschreven brief met ambtelijke aantekeningen.

5 september 1942. Van: Mevrouw J. Dukker-v.d. Kar, Kloveniersburgwal 14 II, Amsterdam.

Origineel

Handgeschreven brief met ambtelijke aantekeningen. 5 september 1942. Mevrouw J. Dukker-v.d. Kar, Kloveniersburgwal 14 II, Amsterdam. A.dam, 5/9/42

Aan de Weled: Heer
Directeur Marktwezen

Hierbij deelt ondergetekende U Ed: mede
daar mijn man al eenige weken in een werkkamp
vertoefd is de rede dat mijn plaats onbezet is.

Plaats No 91.

Hopende U Ed: hiermede ingelicht te
hebben teken ik hierbij bij voorbaat mijn
dank

Achtend
J Dukker
v d Kar
Kloveniersburgwal 14 II

[Stempel en handgeschreven nummers:]
No 103/102/1 M. 1942 7/9

[Handgeschreven ambtelijke notitie onderaan:]
103/102/2
Mw. J. Dukker-v.d. Kar moet te kennen
geven of zij persoonlijk van plaats
gebruik wenscht te maken.
mondbriefje.

[Stempel rechtsonder:]
GEZIEN
DE INSPECTEUR,
[Paraaf/Handtekening]
9/9 42 * Taalgebruik: De brief is geschreven in de formele stijl die destijds gebruikelijk was in correspondentie met overheidsinstanties ("Weled: Heer", "U Ed:", "Achtend").
* Inhoudelijke kern: De schrijfster verklaart waarom haar marktplaats (No. 91) niet wordt gebruikt. De reden die zij opgeeft, is aangrijpend: haar man verblijft al enkele weken in een "werkkamp". In de context van september 1942 is dit een directe verwijzing naar de Joodse werkkampen in Nederland, die door de Duitse bezetter waren opgezet als tussenstation voor deportatie.
* Ambtelijke afhandeling: De brief is voorzien van registratienummers en stempels van de inspecteur van het Marktwezen. De ambtelijke reactie onderaan is zakelijk en procedureel: er moet worden nagegaan of de vrouw de marktplaats zelf wil gaan exploiteren. Er wordt verwezen naar een "mondbriefje" (een mondelinge of korte schriftelijke mededeling). Dit document is een getuigenis van de bureaucratische werkelijkheid tijdens de Jodenvervolging in Amsterdam gedurende de Tweede Wereldoorlog. In 1942 werden duizenden Joodse mannen opgeroepen voor de Joodse werkkampen onder het voorwendsel van werkverschaffing, terwijl dit in feite een voorfase was van de grootschalige deportaties naar de vernietigingskampen.

De afzender, J. Dukker-v.d. Kar, probeert door middel van deze brief haar zakelijke belangen (de marktplaats) te behartigen terwijl haar gezin uiteengescheurd is. De achternaam "v.d. Kar" is een bekende Joodse naam in Amsterdam, vaak verbonden aan de markthandel. De ambtelijke molen van de gemeente Amsterdam draaide ondertussen gewoon door, waarbij het lot van de individuele burger ondergeschikt was aan de reglementen van de markt. De datum 5 september 1942 valt in de periode dat de deportaties vanuit Amsterdam naar kamp Westerbork in volle gang waren.

Samenvatting

  • Taalgebruik: De brief is geschreven in de formele stijl die destijds gebruikelijk was in correspondentie met overheidsinstanties ("Weled: Heer", "U Ed:", "Achtend").
  • Inhoudelijke kern: De schrijfster verklaart waarom haar marktplaats (No. 91) niet wordt gebruikt. De reden die zij opgeeft, is aangrijpend: haar man verblijft al enkele weken in een "werkkamp". In de context van september 1942 is dit een directe verwijzing naar de Joodse werkkampen in Nederland, die door de Duitse bezetter waren opgezet als tussenstation voor deportatie.
  • Ambtelijke afhandeling: De brief is voorzien van registratienummers en stempels van de inspecteur van het Marktwezen. De ambtelijke reactie onderaan is zakelijk en procedureel: er moet worden nagegaan of de vrouw de marktplaats zelf wil gaan exploiteren. Er wordt verwezen naar een "mondbriefje" (een mondelinge of korte schriftelijke mededeling).

Historische Context

Dit document is een getuigenis van de bureaucratische werkelijkheid tijdens de Jodenvervolging in Amsterdam gedurende de Tweede Wereldoorlog. In 1942 werden duizenden Joodse mannen opgeroepen voor de Joodse werkkampen onder het voorwendsel van werkverschaffing, terwijl dit in feite een voorfase was van de grootschalige deportaties naar de vernietigingskampen.

De afzender, J. Dukker-v.d. Kar, probeert door middel van deze brief haar zakelijke belangen (de marktplaats) te behartigen terwijl haar gezin uiteengescheurd is. De achternaam "v.d. Kar" is een bekende Joodse naam in Amsterdam, vaak verbonden aan de markthandel. De ambtelijke molen van de gemeente Amsterdam draaide ondertussen gewoon door, waarbij het lot van de individuele burger ondergeschikt was aan de reglementen van de markt. De datum 5 september 1942 valt in de periode dat de deportaties vanuit Amsterdam naar kamp Westerbork in volle gang waren.

Locaties

Amsterdam ("A.dam").

Gerelateerde Documenten 6