Archief 745
Inventaris 745-394
Pagina 238
Jaar 1942
Stadsarchief

Zakelijke brief op officieel briefpapier van een "Treuhandgesellschaft".

18 september 1942. Van: Hans Wolter, namens "OMNIA" Treuhandgesellschaft M.B.H., Amsterdam.

Origineel

Zakelijke brief op officieel briefpapier van een "Treuhandgesellschaft". 18 september 1942. Hans Wolter, namens "OMNIA" Treuhandgesellschaft M.B.H., Amsterdam. [Linksboven briefhoofd:]
HANS WOLTER
BEAUFTRAGTER DER „OMNIA"
TREUHANDGESELLSCHAFT M.B.H.

[Rechtsboven:]
Amsterdam, den 18. September 1942,
Heerengracht 503 III
Telefon 32210.
[Handgeschreven:] n.u. [onleesbaar] 71

[Kenmerk:]
018/g.

An den

Herrn Direktor van
het Marktwezen te Amsterdam

A m s t e r d a m

Jan van Galenstraat

[Paars stempel over de adresgegevens:]
M. 1942 [Handgeschreven:] 22/9
[Handgeschreven links van het stempel:] 103/115/1

Durch Verfügung des Herrn Reichskommissars für die besetzten
niederländischen Gebiete vom 23. Mai 1942, Li.Nr.5945/H.A.1/41,
sind wir mit der Liquidierung der Firma :

Blocq & van der Glas, Amsterdam, Vechtstraat 30 I

beauftragt.

Die bei den Juden noch vorgefundenen Legitimatiekarten für das
Jahr 1942 ( Platz Nr.165 und Nr,11 ) geben wir Ihnen anliegend
zurück.

Hochachtungsvoll !

DER TREUHÄNDER
OMNIA
TREUHANDGESELLSCHAFT M.B.H.
i.V.

2 Anlagen.

[Handgeschreven aantekeningen linksonder:]
H. van Moerkerken,
afvoeren [initialen]
[initialen]
afged. 21/9-42 [initialen]
v. 20/9 '42

[Paars stempel rechtsonder:]
GEZIEN
DE INSPECTEUR,
[Handtekening] * Administratieve Roof: De brief is een illustratie van de "Arisering" of liquidatie van Joodse bezittingen. De firma "Blocq & van der Glas" wordt door de Omnia Treuhandgesellschaft geliquideerd op basis van een verordening van Rijkscommissaris Seyss-Inquart.
* Uitsluiting van de Markt: Specifiek gaat deze brief over het intrekken van marktvergunningen. De legitimatiekaarten voor standplaatsen 165 en 11 worden geretourneerd aan de directeur van het Marktwezen. Dit betekende dat de Joodse handelaren hun bron van inkomsten definitief kwijt waren.
* Terminologie: De frase "Die bei den Juden noch vorgefundenen Legitimatiekarten" (de bij de Joden nog aangetroffen legitimatiekaarten) getuigt van de kille, ambtelijke ontmenselijking die kenmerkend was voor de bezettingsadministratie.
* Verwerking: De handgeschreven kanttekeningen ("afvoeren", "afged.") en de datumstempels laten zien hoe de Amsterdamse gemeentelijke bureaucratie deze uitsluiting onmiddellijk in haar eigen registers verwerkte. De Omnia Treuhandgesellschaft speelde een centrale rol in de economische vervolging van Joden in Nederland. Het was een door de Duitsers aangestelde instantie die 'vijandelijk vermogen' en Joods bezit moest beheren of liquideren. In de praktijk betekende dit dat Joodse ondernemers uit hun bedrijf werden gezet. De bezittingen werden verkocht aan 'Ariërs' of de inboedel werd geveild, waarbij de opbrengst naar de Duitse schatkist of roofbanken (zoals Lippmann, Rosenthal & Co.) vloeide.

In september 1942, de datum van deze brief, was de deportatie van Joden uit Nederland naar de vernietigingskampen reeds in volle gang. De administratieve afwikkeling van hun achtergebleven "zaken", zoals het intrekken van marktplaatsen, was een rader in de grotere machine van de Holocaust. De firma Blocq & van der Glas was een van de vele duizenden kleine Joodse ondernemingen die in deze periode werden weggevaagd.

Samenvatting

  • Administratieve Roof: De brief is een illustratie van de "Arisering" of liquidatie van Joodse bezittingen. De firma "Blocq & van der Glas" wordt door de Omnia Treuhandgesellschaft geliquideerd op basis van een verordening van Rijkscommissaris Seyss-Inquart.
  • Uitsluiting van de Markt: Specifiek gaat deze brief over het intrekken van marktvergunningen. De legitimatiekaarten voor standplaatsen 165 en 11 worden geretourneerd aan de directeur van het Marktwezen. Dit betekende dat de Joodse handelaren hun bron van inkomsten definitief kwijt waren.
  • Terminologie: De frase "Die bei den Juden noch vorgefundenen Legitimatiekarten" (de bij de Joden nog aangetroffen legitimatiekaarten) getuigt van de kille, ambtelijke ontmenselijking die kenmerkend was voor de bezettingsadministratie.
  • Verwerking: De handgeschreven kanttekeningen ("afvoeren", "afged.") en de datumstempels laten zien hoe de Amsterdamse gemeentelijke bureaucratie deze uitsluiting onmiddellijk in haar eigen registers verwerkte.

Historische Context

De Omnia Treuhandgesellschaft speelde een centrale rol in de economische vervolging van Joden in Nederland. Het was een door de Duitsers aangestelde instantie die 'vijandelijk vermogen' en Joods bezit moest beheren of liquideren. In de praktijk betekende dit dat Joodse ondernemers uit hun bedrijf werden gezet. De bezittingen werden verkocht aan 'Ariërs' of de inboedel werd geveild, waarbij de opbrengst naar de Duitse schatkist of roofbanken (zoals Lippmann, Rosenthal & Co.) vloeide.

In september 1942, de datum van deze brief, was de deportatie van Joden uit Nederland naar de vernietigingskampen reeds in volle gang. De administratieve afwikkeling van hun achtergebleven "zaken", zoals het intrekken van marktplaatsen, was een rader in de grotere machine van de Holocaust. De firma Blocq & van der Glas was een van de vele duizenden kleine Joodse ondernemingen die in deze periode werden weggevaagd.

Gerelateerde Documenten 6