Archief 745
Inventaris 745-394
Pagina 457
Dossier 103
Jaar 1942
Stadsarchief

Handgeschreven brief (correspondentie).

26 mei 1942. Van: D. Haalman, Majubastraat 30, Amsterdam. Aan: Het Marktwezen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam West.

Origineel

Handgeschreven brief (correspondentie). 26 mei 1942. D. Haalman, Majubastraat 30, Amsterdam. Het Marktwezen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam West. Aan
Het Marktwezen
Jan van Galenstr. 14
Amsterdam. W.

Amsterdam 26 Mei 1942

Mijne Heeren,

Ondergetekende (D. Haalman, Maju-
bastraat 30 alhier, deelt U naar aanleiding
van een brief, d.d. 24 Mei 1942 aan den
heer D. Kool Laing’s Nekstraat 24II
alhier het volgende mede:

Genoemde heer K. is sedert 11 Meij jl.
in het werkkamp te Vledder te werk-
gesteld. Dit is de reden, dat het markt-
geld door hem nog niet is betaald.
Hij verzoekt U, zoolang hij in het werk-
kamp vertoeft, vervallenverklaring van
betaling.

Bij voorbaat dankend,
hoogachtend,

D Haalman * Inhoud: De schrijver, D. Haalman, treedt op als bemiddelaar voor de heer D. Kool. Hij reageert op een brief (waarschijnlijk een aanmaning) van de dienst Marktwezen. De reden voor de wanbetaling van het marktgeld is dat de heer Kool op 11 mei 1942 naar het werkkamp Vledder is gestuurd. Er wordt verzocht om de betalingsverplichting te laten vervallen voor de duur van zijn verblijf in het kamp.
* Toon: De brief is geschreven in een zakelijke, formele en beleefde stijl, zoals destijds gebruikelijk in correspondentie met overheidsinstanties.
* Paleografie: Het handschrift is een duidelijk leesbaar 20e-eeuws cursief. Opvallend is de afkorting "jl." (jongstleden) en de schrijfwijze "Meij".
* Locaties: Zowel de afzender als de betrokkene (D. Kool) wonen in de Transvaalbuurt in Amsterdam-Oost (Majubastraat en Laing’s Nekstraat), een buurt die in 1942 grotendeels bewoond werd door Joodse Amsterdammers. Dit document is een aangrijpend voorbeeld van de bureaucratische realiteit tijdens de Duitse bezetting van Nederland.

  1. Joodse Werkverruiming: Het genoemde "werkkamp te Vledder" was een van de kampen van de Joodse Werkverruiming. Vanaf begin 1942 werden werkloze Joodse mannen door de Rijksdienst voor de Werkverruiming naar kampen in Noord- en Oost-Nederland gestuurd om zwaar graaf- en ontginningswerk te verrichten.
  2. Uitsluiting: Veel Joodse marktkooplieden waren hun inkomen al kwijtgeraakt door anti-Joodse maatregelen die hen de toegang tot markten ontzegden of hun vergunningen introkken. De brief laat zien hoe men probeerde om te gaan met lopende financiële verplichtingen terwijl het dagelijks leven door de bezetter werd ontwricht.
  3. Lot van de betrokkenen: De werkkampen zoals Vledder fungeerden vanaf de zomer van 1942 als 'voorportaal' voor deportatie. In de nacht van 2 op 3 oktober 1942 werden de meeste mannen uit deze kampen (waaronder waarschijnlijk de heer Kool) gedeporteerd naar kamp Westerbork en van daaruit naar de vernietigingskampen in Polen. Dit verzoek om "vervallenverklaring van betaling" is daarmee een van de laatste administratieve sporen van een leven dat op het punt stond gewelddadig te worden beëindigd.

Samenvatting

  • Inhoud: De schrijver, D. Haalman, treedt op als bemiddelaar voor de heer D. Kool. Hij reageert op een brief (waarschijnlijk een aanmaning) van de dienst Marktwezen. De reden voor de wanbetaling van het marktgeld is dat de heer Kool op 11 mei 1942 naar het werkkamp Vledder is gestuurd. Er wordt verzocht om de betalingsverplichting te laten vervallen voor de duur van zijn verblijf in het kamp.
  • Toon: De brief is geschreven in een zakelijke, formele en beleefde stijl, zoals destijds gebruikelijk in correspondentie met overheidsinstanties.
  • Paleografie: Het handschrift is een duidelijk leesbaar 20e-eeuws cursief. Opvallend is de afkorting "jl." (jongstleden) en de schrijfwijze "Meij".
  • Locaties: Zowel de afzender als de betrokkene (D. Kool) wonen in de Transvaalbuurt in Amsterdam-Oost (Majubastraat en Laing’s Nekstraat), een buurt die in 1942 grotendeels bewoond werd door Joodse Amsterdammers.

Historische Context

Dit document is een aangrijpend voorbeeld van de bureaucratische realiteit tijdens de Duitse bezetting van Nederland.

  1. Joodse Werkverruiming: Het genoemde "werkkamp te Vledder" was een van de kampen van de Joodse Werkverruiming. Vanaf begin 1942 werden werkloze Joodse mannen door de Rijksdienst voor de Werkverruiming naar kampen in Noord- en Oost-Nederland gestuurd om zwaar graaf- en ontginningswerk te verrichten.
  2. Uitsluiting: Veel Joodse marktkooplieden waren hun inkomen al kwijtgeraakt door anti-Joodse maatregelen die hen de toegang tot markten ontzegden of hun vergunningen introkken. De brief laat zien hoe men probeerde om te gaan met lopende financiële verplichtingen terwijl het dagelijks leven door de bezetter werd ontwricht.
  3. Lot van de betrokkenen: De werkkampen zoals Vledder fungeerden vanaf de zomer van 1942 als 'voorportaal' voor deportatie. In de nacht van 2 op 3 oktober 1942 werden de meeste mannen uit deze kampen (waaronder waarschijnlijk de heer Kool) gedeporteerd naar kamp Westerbork en van daaruit naar de vernietigingskampen in Polen. Dit verzoek om "vervallenverklaring van betaling" is daarmee een van de laatste administratieve sporen van een leven dat op het punt stond gewelddadig te worden beëindigd.

Gerelateerde Documenten 6