Administratieve kennisgeving/notitie betreffende marktgeld.
Origineel
Administratieve kennisgeving/notitie betreffende marktgeld. [Handgeschreven, linksboven:] Verzonden 10/6
[Handgeschreven, rechtsboven:] Inspecteur
HB.
104/17/2 M.
9 Juni 1942.
den Heer J. Fransman,
Lepelkruisstraat 15 II,
Joubertstraat.
Amsterdam-Centrum.
Wijk 10.
Vrijstelling betaling marktgeld.
Tegoed: f 0.60.
xxx xxx Joubertstraat
24 Mei 1942.
xxxxxxxxxx Het document is een officiële administratieve mededeling van de gemeente Amsterdam aan een marktkoopman. Uit de tekst blijkt dat de heer J. Fransman een vrijstelling heeft ontvangen voor het betalen van het 'marktgeld' (de staanplaatsvergoeding voor een marktkraam) voor de marktdag van 24 mei 1942 in de Joubertstraat. Het bedrag van 0,60 gulden wordt genoteerd als een "tegoed", wat suggereert dat het bedrag reeds was voldaan of verrekend moest worden. De handgeschreven aantekening "Verzonden 10/6" duidt op de datum waarop het bericht daadwerkelijk de gemeentelijke administratie verliet. De afkorting "HB." verwijst vermoedelijk naar de afdeling Handels- en Bedrijfsbelastingen. Dit document dateert uit juni 1942, een kritieke periode tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De geadresseerde, Joël Fransman (1876-1943), was een Joodse koopman. Zijn adres in de Lepelkruisstraat bevond zich in het hart van de oude Joodse buurt van Amsterdam.
Vanaf 1941 werden Joodse Amsterdammers door de bezetter steeds verder geïsoleerd. Joodse marktkooplieden werden verbannen van de reguliere markten en mochten hun waren alleen nog verkopen op speciaal aangewezen "Joodse markten" voor een uitsluitend Joods publiek. De markt in de Joubertstraat (Transvaalbuurt) was een van deze locaties. De administratieve precisie van dit document vormt een schril contrast met de historische werkelijkheid van die dagen: in de zomer van 1942 begonnen de grootschalige deportaties van de Joodse bevolking uit Amsterdam. Joël Fransman en zijn vrouw werden uiteindelijk gedeporteerd en zijn in 1943 in vernietigingskamp Sobibor vermoord. J. Fransman Gemeente Amsterdam
Samenvatting
Het document is een officiële administratieve mededeling van de gemeente Amsterdam aan een marktkoopman. Uit de tekst blijkt dat de heer J. Fransman een vrijstelling heeft ontvangen voor het betalen van het 'marktgeld' (de staanplaatsvergoeding voor een marktkraam) voor de marktdag van 24 mei 1942 in de Joubertstraat. Het bedrag van 0,60 gulden wordt genoteerd als een "tegoed", wat suggereert dat het bedrag reeds was voldaan of verrekend moest worden. De handgeschreven aantekening "Verzonden 10/6" duidt op de datum waarop het bericht daadwerkelijk de gemeentelijke administratie verliet. De afkorting "HB." verwijst vermoedelijk naar de afdeling Handels- en Bedrijfsbelastingen.
Historische Context
Dit document dateert uit juni 1942, een kritieke periode tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De geadresseerde, Joël Fransman (1876-1943), was een Joodse koopman. Zijn adres in de Lepelkruisstraat bevond zich in het hart van de oude Joodse buurt van Amsterdam.
Vanaf 1941 werden Joodse Amsterdammers door de bezetter steeds verder geïsoleerd. Joodse marktkooplieden werden verbannen van de reguliere markten en mochten hun waren alleen nog verkopen op speciaal aangewezen "Joodse markten" voor een uitsluitend Joods publiek. De markt in de Joubertstraat (Transvaalbuurt) was een van deze locaties. De administratieve precisie van dit document vormt een schril contrast met de historische werkelijkheid van die dagen: in de zomer van 1942 begonnen de grootschalige deportaties van de Joodse bevolking uit Amsterdam. Joël Fransman en zijn vrouw werden uiteindelijk gedeporteerd en zijn in 1943 in vernietigingskamp Sobibor vermoord.