Ambtelijk schrijven/rapport.
Origineel
Ambtelijk schrijven/rapport. 8 december 1942. Klacht over marktambtenaar Stadionplein
A’dam, 8/12 1942
W.R.M.
Onder terugzending van bijgaand stuk No 102/2 L.M. / 1942 hebben ondergetekenden de eer U te berichten, dat zij vermoeden, dat de anonieme briefschrijfster uit het feit, dat de vischkooplieden voor zich zelf, voor eigen gebruik, een mandje visch mogen achterhouden, de conclusie heeft getrokken, dat deze visch voor den marktambtenaar bestemd is.
Wij [onderget.] hebben den betreffenden marktambtenaar hedenmiddag over de onderhavige aangelegenheid gehoord, waarbij deze nadrukkelijk verklaarde, nimmer visch van de kooplieden op het Stadionplein te betrekken, wanneer er nog publiek aanwezig was, dat visch wilde koopen. Ook verklaarde hij ten stelligste dat hij de kooplieden geen visch voor hem laat weg leggen. Hij bevestigde het hierboven door ons vermelde vermoeden en wees er daarbij op, dat het publiek den indruk kon krijgen, dat hij met het wegleggen der visch van doen kon hebben, omdat hij zich steeds overtuigde, welke kwantiteit de kooplieden voor zich achterhouden. Het publiek ziet hem dan dus over deze visch met de kooplieden spreken.
Wel verklaarde de marktambtenaar, dat het een enkele maal in den namiddag is voorgekomen, dat er geen koopers meer aanwezig waren, terwijl de kooplieden nog visch of garnalen over hadden. In zoo’n zelden voorkomend geval heeft hij wel garnalen of visch gekocht. Het publiek werd hierdoor in geen enkel opzicht geschaad.
Het is een feit, dat een enkele maal den kooplieden van het Stadionplein moest worden toegestaan, in den namiddag naar een andere markt te gaan, omdat zij op het Stadionplein niet konden "los" komen.
De marktambtenaar deelde nog mede, dat het publiek van het Stadionplein als zeer lastig bekend staat. In dit document reageren ambtenaren op een anonieme klacht over een marktmeester op het Amsterdamse Stadionplein. De klacht suggereert corruptie of vriendjespolitiek: de ambtenaar zou vis voor zichzelf apart laten leggen door kooplieden.
De rapporteurs verdedigen de ambtenaar echter. Hun verklaring is tweeledig:
1. Optische misvatting: Kooplieden mogen wettelijk een kleine hoeveelheid vis achterhouden voor eigen consumptie. De ambtenaar controleert deze hoeveelheid. Voor omstanders lijkt dit overleg op het "regelen" van vis voor de ambtenaar zelf.
2. Restpartijen: De ambtenaar geeft toe wel eens vis te kopen, maar alleen aan het einde van de dag als er geen publiek meer is en de kooplieden met overschotten zitten.
Opvallend is de slotopmerking waarin de ambtenaar de rollen omdraait door het publiek op die locatie als "zeer lastig" te bestempelen. Dit duidt op een gespannen sfeer op de markt. Het document dateert uit december 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van toenemende schaarste en voedseldistributie. Visch was een belangrijk product, maar vaak schaars of duur.
De "anonieme briefschrijfster" past in het tijdsbeeld van de bezettingsjaren, waarin burgers elkaar nauwlettend in de gaten hielden en verdenkingen van zwarte handel of bevoordeling van ambtenaren snel leidden tot klachten of aangiften. De opmerking dat kooplieden naar een andere markt wilden omdat ze op het Stadionplein niet "los konden komen" (hun waar niet konden verkopen), suggereert dat de koopkracht of de animo op die specifieke plek op dat moment laag was, ondanks de algemene schaarste. De verdedigende toon van het rapport wijst erop dat de administratie dergelijke klachten serieus onderzocht, maar ook loyaal bleef aan het eigen personeel zolang er geen hard bewijs van malversaties was. W.R.M.