Getypte ambtelijke brief met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte ambtelijke brief met handgeschreven kanttekeningen. 18 januari 1943. Waarschijnlijk een afdeling van de Gemeente Amsterdam (gezien de referentie naar de Wethouder en de Centrale Markt). De initialen "VD/HB" staan rechtsboven. [Handgeschreven: Verzonden W/1]
[Handgeschreven parafen: Hillen / A.v.D.]
[Getypt rechtsboven: VD/HB.]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
2c/1/3 M. 1. 18 Januari 1943.
Adres J.H.Wolkers
in zake groentevoorziening
gesticht.
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 4 dezer om spoedig advies ontvangen stuk no. 1066 L.M.1942 hebben ondergeteekenden de eer U, na terzake een uitgebreid onderzoek te hebben ingesteld, het volgende te berichten.
Adressant is een rustend tuinder, 64 jaar oud, gefortuneerd, die van de rente van zijn eigendommen (huizen) leeft. Hij is in het geheel niet meer in den groentenhandel werkzaam en is als zoodanig ook niet erkend door de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale. Vanaf het jaar 1914 bedient hij het gesticht "De Voorzienigheid"; aanvankelijk als tuinder, doch de laatste jaren, sedert hij van zijn geld leeft, als particulier. Het is voor hem een werk van liefdadigheid geworden, want hij verdient bij deze transacties niets. De facturen van zijn inkoopen legt hij over aan het gesticht, dat daarop betaalt. Een en ander is ons door het gesticht bevestigd.
De op de Centrale Markt door den bedrijfsschap als verdeelcommissaris aangestelden grossier De Geus deelt ons nu ten aanzien van de onderhavige klacht het volgende mede.
[Einde leesbare tekst op deze zijde] Dit document is een ambtelijk verslag van een onderzoek naar de heer J.H. Wolkers. Er was blijkbaar een klacht ingediend of een onregelmatigheid geconstateerd met betrekking tot de levering van groenten aan het gesticht "De Voorzienigheid" (een bekend katholiek opvangtehuis/school aan de Lauriergracht in Amsterdam).
Uit het onderzoek blijkt dat Wolkers een gepensioneerde, welgestelde tuinder is die de instelling al sinds 1914 helpt. De kern van de zaak is dat hij niet officieel erkend is door de "Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale". De onderzoekers concluderen echter dat er geen sprake is van illegale handel of winstbejag, maar van pure liefdadigheid: hij koopt in en laat het gesticht de kostprijs betalen zonder zelf marge te nemen. De brief introduceert aan het einde de getuigenis van een officiële verdeelcommissaris (De Geus) om de klacht verder te beoordelen. Het document dateert uit januari 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening strikt gereguleerd via een systeem van distributie en "Bedrijfsschappen". De "Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale" was een orgaan dat door de bezetter was ingesteld (of gelijkgeschakeld) om de totale productie en distributie van voedsel te controleren.
Particuliere initiatieven, zelfs voor liefdadigheid, waren in deze tijd verdacht omdat ze de officiële distributiekanalen konden omzeilen (wat werd gezien als zwarte handel). De ambtenaren in deze brief lijken echter een verdedigende toon aan te slaan ten opzichte van Wolkers, door te benadrukken dat hij "gefortuneerd" is en geen winst maakt, waarmee ze hem vrijpleiten van economische delicten.