Handgeschreven brief (klacht of verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (klacht of verzoekschrift). [Linkermarge: Barents]
partheijtje sinesappel te vervoeging gesteld kregen
dan zoude zich hun klandisirie ook spoedig
vergrooten, natuurlijk ook groenten.
deze winkel is in de Prinsenstraat No 22
Het zijn mensen die graag willen werken en
niets anders beginnen kunnen als een groenten
winkel, om reden zij al te oud zijn, je ziet het
de vrouw aan, dat zij een heel verhongerd
gezicht heeft, en radeloos in het rond kijkt.
Bij deze mensen koop ik mijn aardappelen,
als zij nu geen groente toegewezen krijgen
moet ik ze ook weder verlaten.
En dan wordt ik gedwongen om te vragen
waar ik zijn moet om groente te krijgen.
Ik vind zoo een toestand wil Hitler
heelemaal niet, en Seijss Inquart ook niet.
Hoogachtend.
Met de Pingsterdagen heb ik in t’ geheel geen
groenten gehad en was bijna tot omgevallen
van den honger. De tekst is een brandbrief van een burger die pleit voor de bevoorrading van een specifieke groentewinkel aan de Prinsenstraat 22. De schrijver benadrukt de schrijnende situatie van de winkeliers (een ouder echtpaar) die er volgens de brief "verhongerd" en "radeloos" uitzien.
De toon is een mengeling van wanhoop en een strategische beroep op autoriteit. De schrijver gebruikt de namen van Adolf Hitler en Rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart om zijn punt kracht bij te zetten. Dit was een tactiek die vaker werd toegepast in correspondentie met de bezettingsautoriteiten: men suggereerde dat de lokale ellende of bureaucratische fouten indruisten tegen de (vermeende) goede bedoelingen van de hoogste leiders. De toevoeging onder de groet over de persoonlijke honger tijdens Pinksteren onderstreept de ernst van de voedseltekorten voor de burgerbevolking. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) werd de voedselvoorziening steeds schaarser. Winkeliers waren voor hun handel volledig afhankelijk van officiële toewijzingen door de distributiediensten. De Prinsenstraat 22 bevindt zich in de Jordaan in Amsterdam, een buurt die zwaar getroffen werd door de voedseltekorten. De vermelding van "Seijss Inquart" (de nazi-bestuurder van Nederland) plaatst het document direct in de politieke context van de bezettingsjaren. De naam "Barents" in de kantlijn is waarschijnlijk een administratieve aantekening van de ontvangende instantie.