Brief (handgeschreven)
Origineel
Brief (handgeschreven) 16 juni 1943 Wed. J.M. v Diemen, Heerengracht 79, Amsterdam Groentencentrale, Jan v. Galenstraat, Amsterdam Wed. J.M. v Diemen
Heerengracht 79
Amsterdam
No. 20/25/1 M. 1943 18/6
Mijne Heeren
Amsterdam 16. 6. 43
Groentencentrale
Jan v. Gaalenstraat
Nu bij de uitrijking van nieuwe bonnen ook groentenbonnen uitgereikt worden, weet ik niet hoe, ik aan groente moet komen. Er zijn groentenwinkels die zooveel groenten bekomen, dat er heel wat op den grond vertrapt wordt, en de klant in vele gevallen groente ontv. welke niet meer deugdelijk is, geef je maar een teken van misnoegen, dan krijg zoo een groote mond dat je niet meer terug komt.
Ik heb dit in verschillende winkels ondervonden, en van veel kennissen gehoord. In de Buiten Brouwer-straat No 20 kreeg ik op mijn vraag om groente ten antw. U krijgt niet U bent geen klant.
Op de Prinsengracht bij de Gebouwen van Vroom en Dreesman schept de groentenman er bizonder genoegen in als hij je aanziet komen, om de deur te sluiten, of zijn vriendjes een oogje te geven, te verhinderen dat je aan de beurt komt.
Nu heb ik al drie winkels geprobeert, maar deze mensen hebben zoo weinig groente dat ze je nooit kunnen helpen. Als deze lui nu ook eens een In deze brief beklaagt de weduwe J.M. van Diemen zich bij de Groentencentrale over de ernstige problemen bij de distributie van groenten in Amsterdam tijdens de bezettingsjaren. Haar klachten vallen uiteen in drie punten:
1. Verspilling en onbeschoftheid: Ze stelt dat groenten bij sommige winkels op de grond vertrapt worden en dat klanten producten van slechte kwaliteit ontvangen. Wie daarover klaagt, wordt afgeblaft.
2. Uitsluiting: Winkeliers weigeren te verkopen aan mensen die geen vaste klant zijn (zoals bij Buiten Brouwerstraat 20).
3. Favoritisme: Ze beschrijft hoe een groenteman bij de V&D aan de Prinsengracht de deur opzettelijk sluit voor ongewenste klanten of zijn eigen "vriendjes" voortrekt.
De toon van de brief is verontwaardigd en wanhopig; ondanks de officiële toewijzing van "groentenbonnen" slaagt zij er niet in om daadwerkelijk voedsel te kopen. De brief dateert uit juni 1943, een periode in de Tweede Wereldoorlog waarin de schaarste in Nederland steeds nijpender werd. Het distributiestelsel was bedoeld om voedsel eerlijk te verdelen via bonnen, maar de praktijk was vaak grillig.
Winkeliers hadden veel macht omdat de vraag vele malen groter was dan het aanbod. Dit leidde tot "onder de toonbank"-verkoop en favoritisme, waarbij vaste klanten of bekenden werden voorgetrokken. De Groentencentrale was het orgaan dat toezicht moest houden op de eerlijke verdeling en aanvoer. Brieven zoals deze zijn waardevolle egodocumenten die de dagelijkse overlevingsstrijd en de sociale spanningen in de steden tijdens de bezetting illustreren. J.M. van Diemen M. Sicht
Samenvatting
In deze brief beklaagt de weduwe J.M. van Diemen zich bij de Groentencentrale over de ernstige problemen bij de distributie van groenten in Amsterdam tijdens de bezettingsjaren. Haar klachten vallen uiteen in drie punten:
1. Verspilling en onbeschoftheid: Ze stelt dat groenten bij sommige winkels op de grond vertrapt worden en dat klanten producten van slechte kwaliteit ontvangen. Wie daarover klaagt, wordt afgeblaft.
2. Uitsluiting: Winkeliers weigeren te verkopen aan mensen die geen vaste klant zijn (zoals bij Buiten Brouwerstraat 20).
3. Favoritisme: Ze beschrijft hoe een groenteman bij de V&D aan de Prinsengracht de deur opzettelijk sluit voor ongewenste klanten of zijn eigen "vriendjes" voortrekt.
De toon van de brief is verontwaardigd en wanhopig; ondanks de officiële toewijzing van "groentenbonnen" slaagt zij er niet in om daadwerkelijk voedsel te kopen.
Historische Context
De brief dateert uit juni 1943, een periode in de Tweede Wereldoorlog waarin de schaarste in Nederland steeds nijpender werd. Het distributiestelsel was bedoeld om voedsel eerlijk te verdelen via bonnen, maar de praktijk was vaak grillig.
Winkeliers hadden veel macht omdat de vraag vele malen groter was dan het aanbod. Dit leidde tot "onder de toonbank"-verkoop en favoritisme, waarbij vaste klanten of bekenden werden voorgetrokken. De Groentencentrale was het orgaan dat toezicht moest houden op de eerlijke verdeling en aanvoer. Brieven zoals deze zijn waardevolle egodocumenten die de dagelijkse overlevingsstrijd en de sociale spanningen in de steden tijdens de bezetting illustreren.