Archief 745
Inventaris 745-397
Pagina 67
Dossier 3
Jaar 1943
Stadsarchief

Uittreksel uit het Boek der Besluiten (Extract).

30 april 1943.

Origineel

Uittreksel uit het Boek der Besluiten (Extract). 30 april 1943. No.296 L.M.1943. [stempel: No. 1/24/1 M. 1943]

[handgeschreven boven de M:] 12

Regeling in zake schoonmaken gemeente-gebouwen.

[handgeschreven in blauw:] Dir. Dienst Markt wezen.
[handgeschreven in rood:] Vooraf ter inzage / Jager

E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten
van den Burgemeester van Amsterdam.
Vrijdag, 30 April 1943.

Op voorstel van den Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen wordt het volgende besluit genomen:
De Burgemeester van Amsterdam;
Gezien het rapport van den Directeur van den Dienst der Gemeentelijke Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen dd.16 April 1943, No.1944 W.S.B.Z.;

B e s l u i t :

I. den Directeur van den Dienst der Gemeentelijke Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen te machtigen alle tot de afdeeling Schoonmaakdienst van zijn dienst gerichte aanvragen tot het verrichten van werkzaamheden op haar noodzakelijkheid te beoordeelen; uitvoering daarvan af te wijzen dan wel uit te stellen tot een later tijdstip en eventueel de volgorde vast te stellen, waarin de werkzaamheden zullen worden uitgevoerd;

II. dat de hoofden van gemeentediensten, bedrijven en administratieën werkzaamheden, welke ten gevolge van de tijdsomstandigheden niet kunnen worden uitgevoerd door den Dienst der Gemeentelijke Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen, afd. Schoonmaakdienst, niet mogen opdragen aan een particuliere(n) schoonmaakdienst of glazenwasscherij, tenzij de Directeur van laatstgenoemden dienst daaromtrent gunstig heeft geadviseerd en het werk onder toezicht van zijn dienst wordt uitgevoerd;

III. dat de Directeur van den Dienst der Gemeentelijke Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen in gevallen, als onder II bedoeld, in het algemeen slechts een gunstig advies zal kunnen uitbrengen, indien uitvoering van het werk naar

C.S.Stadhuis
A' dam 5-'43
No.5 Dit document is een officieel besluit van de (tijdens de bezetting aangestelde) burgemeester van Amsterdam, Edward Voûte. De kern van het besluit is de centralisatie van de controle over alle schoonmaakwerkzaamheden binnen de gemeentelijke gebouwen.

De belangrijkste punten zijn:
1. Centralisatie van macht: De Directeur van de Gemeentelijke Wasch- en schoonmaakdienst krijgt de volledige bevoegdheid om te bepalen welke schoonmaakklussen "noodzakelijk" zijn. Hij mag werk weigeren, uitstellen of de prioriteit bepalen.
2. Verbod op particuliere diensten: Het wordt andere gemeentediensten verboden om zelfstandig particuliere schoonmaakbedrijven of glazenwassers in te huren. Dit mag alleen met expliciete toestemming en onder toezicht van de centrale gemeentelijke dienst.
3. Schaarste en controle: Het besluit wordt gemotiveerd door de "tijdsomstandigheden" (een eufemisme voor de oorlogsomstandigheden en de daarmee gepaard gaande schaarste).

De handgeschreven aantekeningen wijzen op de administratieve loop van het document; het is ter inzage gestuurd aan de Directeur van de Dienst Marktwezen en geparafeerd door een ambtenaar genaamd Jager. Het document dateert van april 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er een enorm tekort aan materialen (schoonmaakmiddelen, brandstof, textiel) en mankracht.

De term "tijdsomstandigheden" in punt II verwijst direct naar deze oorlogssituatie. De bezetter en het collaborerende stadsbestuur probeerden de efficiëntie te verhogen en de kosten te drukken door strikte centralisatie en rantsoenering van middelen. Door particuliere schoonmaakdiensten feitelijk uit te sluiten, hield de gemeente de beperkte beschikbare middelen en budgetten in eigen hand. Dit type besluitvorming is kenmerkend voor de dirigistische en autoritaire manier waarop het stadsbestuur onder toezicht van de nazi-bezetter opereerde.

Samenvatting

Dit document is een officieel besluit van de (tijdens de bezetting aangestelde) burgemeester van Amsterdam, Edward Voûte. De kern van het besluit is de centralisatie van de controle over alle schoonmaakwerkzaamheden binnen de gemeentelijke gebouwen.

De belangrijkste punten zijn:
1. Centralisatie van macht: De Directeur van de Gemeentelijke Wasch- en schoonmaakdienst krijgt de volledige bevoegdheid om te bepalen welke schoonmaakklussen "noodzakelijk" zijn. Hij mag werk weigeren, uitstellen of de prioriteit bepalen.
2. Verbod op particuliere diensten: Het wordt andere gemeentediensten verboden om zelfstandig particuliere schoonmaakbedrijven of glazenwassers in te huren. Dit mag alleen met expliciete toestemming en onder toezicht van de centrale gemeentelijke dienst.
3. Schaarste en controle: Het besluit wordt gemotiveerd door de "tijdsomstandigheden" (een eufemisme voor de oorlogsomstandigheden en de daarmee gepaard gaande schaarste).

De handgeschreven aantekeningen wijzen op de administratieve loop van het document; het is ter inzage gestuurd aan de Directeur van de Dienst Marktwezen en geparafeerd door een ambtenaar genaamd Jager.

Historische Context

Het document dateert van april 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er een enorm tekort aan materialen (schoonmaakmiddelen, brandstof, textiel) en mankracht.

De term "tijdsomstandigheden" in punt II verwijst direct naar deze oorlogssituatie. De bezetter en het collaborerende stadsbestuur probeerden de efficiëntie te verhogen en de kosten te drukken door strikte centralisatie en rantsoenering van middelen. Door particuliere schoonmaakdiensten feitelijk uit te sluiten, hield de gemeente de beperkte beschikbare middelen en budgetten in eigen hand. Dit type besluitvorming is kenmerkend voor de dirigistische en autoritaire manier waarop het stadsbestuur onder toezicht van de nazi-bezetter opereerde.

Gerelateerde Documenten 6