Archief 745
Inventaris 745-398
Pagina 489
Dossier 3
Jaar 1943
Stadsarchief

Brief / Ambtelijke mededeling

7 januari 1944 Van: De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke sociale dienst of bureau voor arbeidszaken) Aan: Den Heer Wethouder voor de Arbeidszaken, Alhier

Origineel

Brief / Ambtelijke mededeling 7 januari 1944 De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke sociale dienst of bureau voor arbeidszaken) Den Heer Wethouder voor de Arbeidszaken, Alhier [Handgeschreven paraaf in blauw]

8a/6/7'43 N.                               7 Januari 1944.     SV.

Sociale verzorging
oorlogsdienstnemers.                     Den Heer Wethouder
                                        voor de Arbeidszaken,

A l h i e r.
                                        ===========

Naar aanleiding van het bepaalde
onder III b van het besluit van den Burge-
meester d.d. 24 December 1942 no. 2152 Arb.
1942 en van Uw circulaire d.d. 19 Juli jl.
no.1114 Arb.1943, heb ik de eer U te be-
richten, dat gedurende het vierde kwartaal
1943 ingevolge artikel 5 van bovengenoemd
besluit door mijn dienst is uitgekeerd een
bedrag ad. f. 308,72.

De Directeur, Dit document is een formele financiële rapportage binnen een gemeentelijk apparaat tijdens de Tweede Wereldoorlog. De directeur van een niet nader genoemde dienst (waarschijnlijk de sociale dienst of een afdeling van Arbeidszaken) informeert de wethouder over de uitbetalingen die zijn gedaan in het kader van de "Sociale verzorging oorlogsdienstnemers".

De brief verwijst naar specifieke regelgeving: een besluit van de burgemeester uit december 1942 en een circulaire van de wethouder uit juli 1943. Voor het vierde kwartaal van 1943 is een totaalbedrag van 308,72 gulden uitgekeerd. Gezien het relatief lage bedrag gaat het hier waarschijnlijk om een rapportage voor een specifieke casus of een kleine gemeente. Het document dateert uit januari 1944, de periode van de Duitse bezetting van Nederland. De term "oorlogsdienstnemers" heeft in deze specifieke context een beladen betekenis. Het werd door de bezetter en de collaborerende overheid gebruikt voor Nederlanders die vrijwillig dienst hadden genomen in Duitse militaire of paramilitaire eenheden, zoals de Waffen-SS of het NSKK.

Om de werving voor het oostfront te stimuleren, trof de bezetter (vaak uitgevoerd door lokale overheden onder toezicht van NSB-functionarissen) uitgebreide sociale voorzieningen voor de achterblijvende gezinnen van deze mannen. Dit document toont de bureaucratische afhandeling van deze uitkeringen aan de hand van lokale verorderingen ("besluit van den Burgemeester"). Het feit dat de brief is gericht aan de wethouder "Alhier" (hier ter plaatse) wijst erop dat de communicatie plaatsvond binnen hetzelfde gemeentehuis of tussen nabijgelegen gemeentelijke gebouwen.

Samenvatting

Dit document is een formele financiële rapportage binnen een gemeentelijk apparaat tijdens de Tweede Wereldoorlog. De directeur van een niet nader genoemde dienst (waarschijnlijk de sociale dienst of een afdeling van Arbeidszaken) informeert de wethouder over de uitbetalingen die zijn gedaan in het kader van de "Sociale verzorging oorlogsdienstnemers".

De brief verwijst naar specifieke regelgeving: een besluit van de burgemeester uit december 1942 en een circulaire van de wethouder uit juli 1943. Voor het vierde kwartaal van 1943 is een totaalbedrag van 308,72 gulden uitgekeerd. Gezien het relatief lage bedrag gaat het hier waarschijnlijk om een rapportage voor een specifieke casus of een kleine gemeente.

Historische Context

Het document dateert uit januari 1944, de periode van de Duitse bezetting van Nederland. De term "oorlogsdienstnemers" heeft in deze specifieke context een beladen betekenis. Het werd door de bezetter en de collaborerende overheid gebruikt voor Nederlanders die vrijwillig dienst hadden genomen in Duitse militaire of paramilitaire eenheden, zoals de Waffen-SS of het NSKK.

Om de werving voor het oostfront te stimuleren, trof de bezetter (vaak uitgevoerd door lokale overheden onder toezicht van NSB-functionarissen) uitgebreide sociale voorzieningen voor de achterblijvende gezinnen van deze mannen. Dit document toont de bureaucratische afhandeling van deze uitkeringen aan de hand van lokale verorderingen ("besluit van den Burgemeester"). Het feit dat de brief is gericht aan de wethouder "Alhier" (hier ter plaatse) wijst erop dat de communicatie plaatsvond binnen hetzelfde gemeentehuis of tussen nabijgelegen gemeentelijke gebouwen.

Gerelateerde Documenten 6