Dienstbrief / Ambtelijke correspondentie.
Origineel
Dienstbrief / Ambtelijke correspondentie. 7 januari 1944. De Directeur (van een niet nader gespecificeerde gemeentelijke dienst). De Wethouder voor de Arbeidszaken, "Alhier" (binnen dezelfde gemeente). 8a/6/7'43 M. [handgeschreven: Verzonden 7/1 Hm] 7 Januari 1944. SV.
Sociale verzorging
oorlogsdienstnemers.
Den Heer Wethouder
voor de Arbeidszaken,
A l h i e r.
Naar aanleiding van het bepaalde
onder III b van het besluit van den Burge-
meester d.d. 24 December 1942 no. 2152 Arb.
1942 en van Uw circulaire d.d. 19 Juli jl.
no. 1114 Arb. 1943, heb ik de eer U te be-
richten, dat gedurende het vierde kwartaal
1943 ingevolge artikel 5 van bovengenoemd
besluit door mijn dienst is uitgekeerd een
bedrag ad. f. 308,72.
De Directeur, * Inhoud: De brief dient als een formele financiële verantwoording. De directeur meldt dat er in het laatste kwartaal van 1943 een totaalbedrag van 308,72 gulden is uitgekeerd aan sociale zorg voor "oorlogsdienstnemers".
* Juridische basis: De uitbetaling is gebaseerd op een burgemeestersbesluit van 24 december 1942 (no. 2152 Arb. 1942) en een specifieke circulaire van de wethouder uit juli 1943. Dit wijst op een gestroomlijnde bureaucratische procedure voor oorlogsgerelateerde sociale steun.
* Terminologie: De term "oorlogsdienstnemers" is specifiek. In de context van 1944 kan dit verwijzen naar personen in actieve (vaak vrijwillige of gedwongen) dienst aan het front, of meer waarschijnlijk in een gemeentelijke context, naar de sociale nazorg voor gezinnen van militairen of personen die door de bezetter waren ingezet.
* Stijl: Het taalgebruik is uiterst formeel ("heb ik de eer U te berichten") en typerend voor de Nederlandse ambtelijke correspondentie uit de eerste helft van de 20e eeuw. * Historische context: Dit document stamt uit de late bezettingsperiode in Nederland (januari 1944). De administratie van gemeenten draaide onder toezicht van de bezetter gewoon door. De verwijzing naar de "Wethouder voor de Arbeidszaken" duidt op een periode waarin het gemeentebestuur nog functioneerde volgens de toen geldende (vaak door de bezetter aangepaste) structuren.
* Sociaal-economisch: Een bedrag van f. 308,72 was in 1944 een aanzienlijke som (ter vergelijking: een gemiddeld arbeidersloon lag destijds rond de 30-40 gulden per week), maar aangezien het een totaalbedrag voor een heel kwartaal betreft, gaat het waarschijnlijk om een kleine groep ontvangers of aanvullende uitkeringen.
* Archivistische waarde: Dergelijke documenten zijn cruciaal voor het reconstrueren van de sociale geldstromen en de ambtelijke verhoudingen tijdens de Tweede Wereldoorlog op lokaal niveau. Het toont aan hoe de bureaucratie, ondanks de oorlogsomstandigheden, nauwgezet bleef rapporteren over relatief kleine bedragen.