Archief 745
Inventaris 745-401
Pagina 262
Dossier 26
Jaar 1943
Stadsarchief

Officieel ambtelijk rapport van de gemeente Amsterdam.

17 september 1943. Van: J. J. de Grebber, Controleur bij het Marktwezen Amsterdam. Aan: De Directeur van het Marktwezen te Amsterdam.

Origineel

Officieel ambtelijk rapport van de gemeente Amsterdam. 17 september 1943. J. J. de Grebber, Controleur bij het Marktwezen Amsterdam. De Directeur van het Marktwezen te Amsterdam. MARKTWEZEN AMSTERDAM No. 20/20/10 M. 1943 18/9


ONDERWERP: __R_A_P_P_O_R_T__
Het verkoopen en afleveren van
koek zonder inname van distribu-
tiebonnen.

Ondergeteekende, J. J. de Grebber, Controleur bij het Marktwezen, rapporteert U het navolgende;
"Op Vrijdag, 17 September 1943, bevond ik mij ter contröle op de dagmarkt "ALBERT CYUPSTRAAT" alhier. Door een persoon werd een standplaats ingenomen voor den verkoop van koek. Ik constateerde, dat deze persoon koek aan het publiek verkocht, zonder inname van de betreffende distributiebonnen. Deze persoon is genaamd;
Anne Brinksma, geboren 24 Januari 1905, wonende Ten Katestraat 99, 3e etage alhier. Hij is in het bezit van een jaarkaart voor een standplaats op de dagmarkt Ten Katestraat. Op bedoelde dagmarkt kan Brinksma voornoemd niet genoeg meer verdienen en daarom staat hij nu op de Albert Cyupstraat. Hij betaalt daar per dag zijn verschuldigde marktgeld.
Waarvan dit rapport te Amsterdam op 17 September 1943.

De Controleur voornoemd,
[handtekening J.J. de Grebber]

Aan
Den Heer Directeur van het Marktwezen
A L H I E R.

[handgeschreven in rood/bruin potlood:]
20/20/10 a

[handgeschreven in grijs potlood:]
14 dag [?]
en voorstel
well. onbep. tijd
Akkoord! [gevolgd door paraaf] 20/20/10 6
u Dit document is een proces-verbaal of rapportage van een marktcontroleur in oorlogstijd. De kern van de zaak is een overtreding van de distributiewetgeving: de heer Anne Brinksma verkocht koek op de Albert Cuypmarkt zonder de verplichte distributiebonnen te innen. In 1943 was koek een schaars goed dat uitsluitend 'op de bon' verkregen mocht worden om een eerlijke verdeling te garanderen en de zwarte handel tegen te gaan.

Opvallend is de persoonlijke noot in het rapport: de controleur vermeldt dat Brinksma eigenlijk een vergunning had voor de Ten Katemarkt, maar daarvandaan was uitgeweken naar de Albert Cuyp omdat hij op zijn oorspronkelijke plek niet genoeg verdiende. Dit schetst de economische nood waarin kleine handelaren verkeerden. De handgeschreven krabbels onderaan lijken administratieve afhandelingen of strafmaten te zijn, waarbij mogelijk sprake is van een schorsing van 14 dagen of zelfs voor onbepaalde tijd. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) werd het distributiestelsel steeds strenger. Vrijwel alle levensmiddelen en gebruiksgoederen waren alleen nog verkrijgbaar via een systeem van distributiebonnen en stamkaarten. De Dienst Marktwezen van de gemeente Amsterdam had de taak om op de markten streng toe te zien op de naleving van deze regels.

Het verkopen van goederen zonder bonnen werd gezien als economische sabotage of zwarte handel. Hoewel het voor de handelaar vaak een manier was om te overleven, traden de autoriteiten (onder druk van de bezetter) hier hard tegen op. De Albert Cuypstraat en de Ten Katestraat waren toen, net als nu, belangrijke locaties voor de Amsterdamse daghandel, maar stonden in de oorlogsjaren onder voortdurend toezicht van controleurs zoals J.J. de Grebber.

Samenvatting

Dit document is een proces-verbaal of rapportage van een marktcontroleur in oorlogstijd. De kern van de zaak is een overtreding van de distributiewetgeving: de heer Anne Brinksma verkocht koek op de Albert Cuypmarkt zonder de verplichte distributiebonnen te innen. In 1943 was koek een schaars goed dat uitsluitend 'op de bon' verkregen mocht worden om een eerlijke verdeling te garanderen en de zwarte handel tegen te gaan.

Opvallend is de persoonlijke noot in het rapport: de controleur vermeldt dat Brinksma eigenlijk een vergunning had voor de Ten Katemarkt, maar daarvandaan was uitgeweken naar de Albert Cuyp omdat hij op zijn oorspronkelijke plek niet genoeg verdiende. Dit schetst de economische nood waarin kleine handelaren verkeerden. De handgeschreven krabbels onderaan lijken administratieve afhandelingen of strafmaten te zijn, waarbij mogelijk sprake is van een schorsing van 14 dagen of zelfs voor onbepaalde tijd.

Historische Context

Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) werd het distributiestelsel steeds strenger. Vrijwel alle levensmiddelen en gebruiksgoederen waren alleen nog verkrijgbaar via een systeem van distributiebonnen en stamkaarten. De Dienst Marktwezen van de gemeente Amsterdam had de taak om op de markten streng toe te zien op de naleving van deze regels.

Het verkopen van goederen zonder bonnen werd gezien als economische sabotage of zwarte handel. Hoewel het voor de handelaar vaak een manier was om te overleven, traden de autoriteiten (onder druk van de bezetter) hier hard tegen op. De Albert Cuypstraat en de Ten Katestraat waren toen, net als nu, belangrijke locaties voor de Amsterdamse daghandel, maar stonden in de oorlogsjaren onder voortdurend toezicht van controleurs zoals J.J. de Grebber.

Gerelateerde Documenten 6