Handgeschreven conceptbrief of ambtelijk schrijven.
Origineel
Handgeschreven conceptbrief of ambtelijk schrijven. Genoemd in de tekst: 13 september (waarschijnlijk jaren '40, gezien de inhoud). In bijlage dezes heb ik de eer U te doen
toekomen, afschriften van een (tweetal rapporten)
~~van den~~ op 13 sept - ^opgemaakt ~~door~~ een ambtenaar
van mijn dienst ~~opgemaakt~~ ~~door~~ ~~den~~ waaruit
blijkt, dat A. J. ~~Mans~~ ~~geb. wonende~~ zich hebben
schuldig gemaakt aan overtreding van ~~de~~
~~door den Secretaris-Generaal van het Depart van~~
~~Handel, Nijverheid en Scheepvaart gestelde verbod~~
~~van het verkoopen van bonloos gebak.~~
distributievoorschriften, n.l. het verkoopen van
bonloos gebak.
Op grond hiervan heb ik ..
voornoemd m. i. v. ...... het recht ontzegd
om gedurende 14 dagen een plaats op een der
markten te dezer stede in te nemen.
Ik heb de eer U beleefd te verzoeken, wel te willen
bevorderen, dat in aansluiting op mijn straf genoemde
kooplieden bij Besluit van den Burgem. het recht tot het
~~innemen~~ innemen van een plaats op een der markten
hier ter stede voor onbepaalden tijd wordt ontnomen op
grond van ~~het~~ het bepaalde in art. 39 van het Reglement op de
markten ~~en~~ wel m.i.v.
gg * Onderwerp: Het document betreft een strafmaatregel tegen marktkooplieden die de distributiewetten hebben overtreden.
* Delict: De verkoop van "bonloos gebak". Tijdens de schaarste (waarschijnlijk de Tweede Wereldoorlog) was het verplicht om voor bepaalde voedingsmiddelen distributiebonnen te innen. Verkoop zonder bonnen was een economisch delict.
* Bestuurlijke context: De opsteller van de brief (mogelijk een marktdirecteur of afdelingshoofd) heeft de kooplieden al een tijdelijk marktverbod van 14 dagen opgelegd. Hij verzoekt de Burgemeester nu om dit verbod "voor onbepaalden tijd" te maken, steunend op artikel 39 van het Marktreglement.
* Schrijfstijl: Formeel-ambtelijk taalgebruik ("heb ik de eer U te doen toekomen", "beleefd te verzoeken"). De vele doorhalingen wijzen op een concepttekst waarbij de juridische formulering zorgvuldig werd afgewogen. Dit document is zeer waarschijnlijk te dateren in de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). De term "bonloos gebak" is typerend voor de distributietijd. De doorgehaalde verwijzing naar de "Secretaris-Generaal van het Departement van Handel, Nijverheid en Scheepvaart" bevestigt dit; tijdens de bezetting namen de Secretarissen-Generaal de honneurs waar voor de afgetreden ministers en voerden zij de distributieregelingen aan. De brief toont hoe lokale overheden streng toezagen op de naleving van de distributievoorschriften om de zwarte markt tegen te gaan.