Handgeschreven brief (verzoekschrift) met administratieve aantekeningen en stempels.
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift) met administratieve aantekeningen en stempels. 28 september 1943. G. J. v. Ruijven (of v. Rijn), Papelaan 102, Voorschoten. [Links bovenin, omcirkeld:] 257
Voorschoten 28-9-43
Mijnheer [onleesbaar, mogelijk achternaam of functie]
Daar ik steeds op de markt
nu was in Amsterdam
met bloembollen en
planten, zoo verzoek ik
u om een vergunning
Hoogachtend
G J v Ruijven [mogelijk Ruijin]
Papelaan 102
Voorschoten
[Stempel in blauw/paars:]
No. 20/38/1 M. 1943 1/10
[Handgeschreven notitie onder stempel:]
Oproepen welke markt
[Handtekening/Paraaf, mogelijk 'de Haas']
[Onderaan, in kleiner handschrift:]
Kerk Hr. Dijkema g.u. [?] ...
deze man? j 7/10 z.o.z De kern van dit document is een kort en zakelijk verzoek van een inwoner van Voorschoten om een marktvergunning voor Amsterdam. De afzender, G.J. van Ruijven, geeft aan dat hij voorheen reeds met bloembollen en planten op de markt in Amsterdam stond en vraagt nu om de officiële toestemming om dit voort te zetten.
De brief is representatief voor de administratieve gang van zaken tijdens de bezettingsjaren, waarbij vergunningen strikt gereguleerd waren. De blauwe stempel en de handgeschreven kanttekeningen onderaan tonen de ambtelijke verwerking van het verzoek: er wordt gevraagd om te specificeren om "welke markt" het gaat en er wordt verwezen naar een zekere "Hr. Dijkema" voor verdere afhandeling. De datum van ontvangst/verwerking is genoteerd als 1 oktober (1/10) of 7 oktober (7/10). In september 1943 was Nederland ruim drie jaar bezet door nazi-Duitsland. De handel en distributie van goederen, waaronder sierteeltproducten zoals bloembollen, stonden onder strikt toezicht van zowel de Nederlandse autoriteiten als de bezetter. Het reizen tussen steden en het drijven van handel op openbare markten vereiste diverse bewijzen en vergunningen, mede om de zwarte handel te bestrijden en de voedselvoorziening (of in dit geval de exportwaardige sierteelt) te controleren.
De Papelaan in Voorschoten, waar de afzender woonde, was en is een bekende straat in een regio die van oudsher nauw verbonden is met de bollenteelt. Dit verzoek is een klein maar illustratief voorbeeld van hoe burgers tijdens de oorlog trachtten hun normale economische activiteiten voort te zetten binnen een steeds complexer wordend bureaucratisch systeem. De verwijzing naar "z.o.z" (zie ommezijde) suggereert dat er op de achterkant van het originele document mogelijk nog meer correspondentie of interne notities staan. G.J. van Ruijven