Archief 745
Inventaris 745-406
Pagina 621
Dossier 100
Jaar 1943
Stadsarchief

Archiefdocument

12 Februari 1943.

Origineel

12 Februari 1943. VD/HB.

46a/52/2 M.
n 2.
12 Februari 1943.

Vischvoorziening.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.

Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d.10 dezer om spoedig advies ontvangen stuk no.155 L.M.1942, heb ik de eer U het volgende te berichten.

De te dezer stede door de Nederlandsche Visscherij Centrale ingestelde Verdeelingscommissie is niet belast met den aanvoer en verkoop van visch, doch heeft uitsluitend tot taak om de Gemeente Amsterdam van advies te dienen in zaken de verdeeling betreffende. Deze Commissie bestaat uit 9 kleinhandelaren en 1 groothandelaar.

De voor Amsterdam bestemde visch wordt door de Nederlandsche Visscherij Centrale naar deze stad gedirigeerd, doordat zij daarvoor in aanmerking komende groothandelaren in den lande opdraagt een bepaald percentage van hun toewijzingen op de primaire afslagen naar de Gemeentelijke vischhal te Amsterdam te zenden. De Nederlandsche Visscherij Centrale contrôleert aan de hand van de dagelijksche opgaven, welke dezerzijds van de aanvoeren worden verstrekt, of de groothandelaren de hun opgelegde verplichtingen nakomen. Ook de Centrale Contrôle Dienst is met deze taak belast.

De te Amsterdam aangevoerde visch wordt door de gemeentelijken afslag onder de daarvoor in aanmerking komende kleinhandelaren (gelet op de adviezen van bovengenoemde verdeelingscommissie) tegen de vastgestelde maximumprijzen verdeeld. Deze kleinhandelaren zijn, wat den verkoop betreft, aan bepaalde voorschriften gebonden.

Dit is zeer in het kort de in overleg met de Nederlandsche Visscherij Centrale getroffen regeling te Amsterdam, welke is vervat in het 2e Uitvoeringsbesluit van het Visscherijbesluit 1941, waarvan in bijlage dezes een exemplaar wordt overgelegd. Indien de Gemeente Breda omtrent een en ander meer uitgebreide gegevens wenscht te ontvangen, achten wij het den meest practischen gang van zaken, dat vertegenwoordigers van deze gemeente zich nader mondeling met ons in verbinding stellen.

Wat de overige vragen betreft, deelen wij nog mede, dat bij door de Nederlandsche Visscherijcentrale gedwongen leve- Dit document is een ambtelijk schrijven gericht aan de Amsterdamse Wethouder voor Levensmiddelen. Het doel van de brief is om opheldering te verschaffen over de organisatie en distributie van vis in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog.

De kernpunten van de brief zijn:
1. Rol van de Verdeelingscommissie: Deze commissie (bestaande uit winkeliers en één groothandelaar) heeft enkel een adviserende taak naar de gemeente toe wat betreft de verdeling, maar gaat niet over de fysieke aanvoer.
2. Aanvoer en Controle: De Nederlandsche Visscherij Centrale (NVC) reguleert de visstroom door groothandelaren in het land te verplichten een percentage van hun vis naar Amsterdam te sturen. Dit wordt gecontroleerd via dagopgaven en door de Centrale Contrôle Dienst.
3. Distributie: De vis wordt via de gemeentelijke afslag verdeeld onder geselecteerde kleinhandelaren tegen vastgestelde maximumprijzen.
4. Samenwerking: Er wordt verwezen naar een wettelijk kader uit 1941 en er wordt aangeboden om de gemeente Breda (die kennelijk navraag heeft gedaan) van nadere mondelinge informatie te voorzien. De brief dateert van februari 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. Tijdens deze periode was de voedselvoorziening strikt gecentraliseerd en gerantsoeneerd onder toezicht van de bezetter. De Nederlandsche Visscherij Centrale was een door de overheid (onder Duitse invloed) ingesteld orgaan om de visserijsector volledig te beheersen, van vangst tot consument.

Het document illustreert de bureaucratische complexiteit van de voedseldistributie in oorlogstijd. De schaarste maakte strikte controle op prijzen ("maximumprijzen") en verdeling noodzakelijk om zwarte handel tegen te gaan en de bevolking van een minimaal rantsoen te voorzien. Het feit dat de gemeente Breda informatie opvraagt bij Amsterdam, suggereert dat de hoofdstad als voorbeeld diende voor hoe de complexe distributieregels in de praktijk moesten worden uitgevoerd. De brief toont aan hoe lokale overheden moesten opereren binnen een strak keurslijf van landelijke besluiten (zoals het Visscherijbesluit 1941).

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk schrijven gericht aan de Amsterdamse Wethouder voor Levensmiddelen. Het doel van de brief is om opheldering te verschaffen over de organisatie en distributie van vis in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog.

De kernpunten van de brief zijn:
1. Rol van de Verdeelingscommissie: Deze commissie (bestaande uit winkeliers en één groothandelaar) heeft enkel een adviserende taak naar de gemeente toe wat betreft de verdeling, maar gaat niet over de fysieke aanvoer.
2. Aanvoer en Controle: De Nederlandsche Visscherij Centrale (NVC) reguleert de visstroom door groothandelaren in het land te verplichten een percentage van hun vis naar Amsterdam te sturen. Dit wordt gecontroleerd via dagopgaven en door de Centrale Contrôle Dienst.
3. Distributie: De vis wordt via de gemeentelijke afslag verdeeld onder geselecteerde kleinhandelaren tegen vastgestelde maximumprijzen.
4. Samenwerking: Er wordt verwezen naar een wettelijk kader uit 1941 en er wordt aangeboden om de gemeente Breda (die kennelijk navraag heeft gedaan) van nadere mondelinge informatie te voorzien.

Historische Context

De brief dateert van februari 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. Tijdens deze periode was de voedselvoorziening strikt gecentraliseerd en gerantsoeneerd onder toezicht van de bezetter. De Nederlandsche Visscherij Centrale was een door de overheid (onder Duitse invloed) ingesteld orgaan om de visserijsector volledig te beheersen, van vangst tot consument.

Het document illustreert de bureaucratische complexiteit van de voedseldistributie in oorlogstijd. De schaarste maakte strikte controle op prijzen ("maximumprijzen") en verdeling noodzakelijk om zwarte handel tegen te gaan en de bevolking van een minimaal rantsoen te voorzien. Het feit dat de gemeente Breda informatie opvraagt bij Amsterdam, suggereert dat de hoofdstad als voorbeeld diende voor hoe de complexe distributieregels in de praktijk moesten worden uitgevoerd. De brief toont aan hoe lokale overheden moesten opereren binnen een strak keurslijf van landelijke besluiten (zoals het Visscherijbesluit 1941).

Gerelateerde Documenten 6