Archief 745
Inventaris 745-406
Pagina 678
Dossier 100
Jaar 1943
Stadsarchief

Brief/klachtenbrief

25 februari 1943

Origineel

Brief/klachtenbrief 25 februari 1943 vischverdeeling [onderstreept]
A’dam, 25/2 1943

Dir. N.V.C.

Hiermede vraag ik voor het volgende Uw aandacht.

Zoovals U bekend is, heeft o.a. de A’damsche vischhandelaar J. N. Bergen, gevestigd in een winkel in de 1e Atjehstr. 168 gedurende het aalseizoen van de N. V. C. toestemming om zijn aal rechtstreeks, dus buiten de verdeeling alhier om, van een primairen afslag te betrekken, omdat hij aldaar op zijn eigen naam toewijzing heeft. Bergen staat echter weer op de verdeellijsten te A’dam genoteerd voor ca 1/2 kg Zw. [zoetwatervisch], 1/2 kg. zeevisch en 3 kisten ongep. [ongepelde] garnalen.

Mij is thans gebleken, dat hij de Z. W. visch en zeevisch uit de verdeeling niet in ontvangst neemt, doch wel zijn toewijzing garnalen, terwijl hij ook mosselen van de Mos. Comb. [Mossel Combinatie] ontvangt. Naar mij wordt medegedeeld, zou Bergen de Z. W. en zeevisch nog steeds rechtstreeks van grossiers in den lande betrekken, de zeevisch bijv. van C. Parijs te IJmuiden. Dit acht ik een volkomen ongeoorloofden gang van zaken, in strijd met het 2e Uitv. Besluit van het Visscherijbesluit 1941. Ik zou het dan ook zeer op prijs stellen, indien U ter zake een onderzoek zoudt willen instellen en wanneer inderdaad de juistheid van de van mij gedane mededeelingen zou blijken, met kracht tegen Bergen op te treden.

Hierbij heb ik alle toewijzingen van Bergen, voor zoover ... [document loopt af] Het document is een zakelijke correspondentie waarin melding wordt gemaakt van een vermeende overtreding van de distributievoorschriften tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van de klacht is dat de Amsterdamse visboer J.N. Bergen "dubbelspel" speelt: hij geniet enerzijds het privilege om aal rechtstreeks bij een primaire afslag te kopen, maar staat anderzijds ook op de lokale distributielijsten voor andere vissoorten. De klager stelt dat Bergen de vis uit de officiële distributie weigert (behalve de populaire garnalen en mosselen) omdat hij deze vis illegaal (rechtstreeks van grossiers) betrekt.

De klager beroept zich expliciet op de wetgeving van de bezetter, namelijk het Visscherijbesluit 1941. Het taalgebruik is formeel en wijst op een toezichthoudende rol of een concurrerende handelaar die de regels strikt naleeft. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) was bijna de gehele voedselvoorziening streng gereguleerd via een distributiesysteem. De N.V.C. (Nederlandsche Visscherij Centrale) was de instantie die toezicht hield op de handel en distributie van vis. Schaars voedsel zoals vis was alleen op de bon of via strikte toewijzingen aan winkeliers verkrijgbaar om de zwarte handel tegen te gaan en de Duitse bevoorrading te waarborgen.

Het "buiten de verdeeling om" betrekken van handelswaar werd gezien als een economisch delict. Het feit dat de brief in februari 1943 is geschreven — een periode van toenemende schaarste — verklaart de ernst van de beschuldiging. Dergelijke meldingen konden voor de beklaagde leiden tot zware boetes, intrekking van de vergunning of zelfs arrestatie door de Crisis Controle Dienst (CCD).

Samenvatting

Het document is een zakelijke correspondentie waarin melding wordt gemaakt van een vermeende overtreding van de distributievoorschriften tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van de klacht is dat de Amsterdamse visboer J.N. Bergen "dubbelspel" speelt: hij geniet enerzijds het privilege om aal rechtstreeks bij een primaire afslag te kopen, maar staat anderzijds ook op de lokale distributielijsten voor andere vissoorten. De klager stelt dat Bergen de vis uit de officiële distributie weigert (behalve de populaire garnalen en mosselen) omdat hij deze vis illegaal (rechtstreeks van grossiers) betrekt.

De klager beroept zich expliciet op de wetgeving van de bezetter, namelijk het Visscherijbesluit 1941. Het taalgebruik is formeel en wijst op een toezichthoudende rol of een concurrerende handelaar die de regels strikt naleeft.

Historische Context

Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) was bijna de gehele voedselvoorziening streng gereguleerd via een distributiesysteem. De N.V.C. (Nederlandsche Visscherij Centrale) was de instantie die toezicht hield op de handel en distributie van vis. Schaars voedsel zoals vis was alleen op de bon of via strikte toewijzingen aan winkeliers verkrijgbaar om de zwarte handel tegen te gaan en de Duitse bevoorrading te waarborgen.

Het "buiten de verdeeling om" betrekken van handelswaar werd gezien als een economisch delict. Het feit dat de brief in februari 1943 is geschreven — een periode van toenemende schaarste — verklaart de ernst van de beschuldiging. Dergelijke meldingen konden voor de beklaagde leiden tot zware boetes, intrekking van de vergunning of zelfs arrestatie door de Crisis Controle Dienst (CCD).

Gerelateerde Documenten 6