Archief 745
Inventaris 745-407
Pagina 644
Dossier 100
Jaar 1943
Stadsarchief

Archiefdocument

15 maart 1943 Van: Niet bij naam genoemd, aangeduid als "de ondergeteekenden" (vermoedelijk ambtenaren van de Amsterdamse distributiedienst). Aan: Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam (Alhier).

Origineel

15 maart 1943 Niet bij naam genoemd, aangeduid als "de ondergeteekenden" (vermoedelijk ambtenaren van de Amsterdamse distributiedienst). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam (Alhier). vD/HG.

46A/88/1 M.

15 Maart 1943.

Vischregeling
seizoen 1943.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Hiermede hebben de ondergeteekenden de eer U te berichten, dat zij zich, voor den aanvang van het nieuwe vischdistributieseizoen, over verschillende onderwerpen hebben beraden. Het resultaat doen wij U hieronder in een puntsgewijze samenvatting toekomen. Wij mogen U beleefd verzoeken ons Uw beslissing omtrent de verschillende door ons gestelde conclusien kenbaar te maken.
Op 11 dezer hebben wij verschillende dezer onderwerpen met den Directeur der Nederlandsche Visscherijcentrale, den Heer Haasnoot en twee zijner ambtenaren, de heeren Veldkamp en Vriens, besproken. Het verslag van deze bespreking zullen wij U nog doen toekomen.

I. G a r n a l e n .

Tijdens besprekingen, welke dezerzijds eenige weken geleden met den heer Vriens, leider der afdeeling Garnalen van de Nederlandsche Visscherijcentrale werden gehouden, is gebleken, dat door verschillende manipulaties van den grossier C.Rooseman alhier, diens garnalentoewijzing in Zeeland voor het jaar 1943 in vergelijking met die van het jaar 1942 is teruggeloopen van 38% op 17%. Op zichzelf zou deze achteruitgang in zaken van een particulier ons weinig belang behoeven in te boezemen, ware het niet, dat de voorziening der Gemeente Amsterdam met garnalen hierdoor ernstig wordt benadeeld. Aangezien namelijk Rooseman, die met eenige Volendammers, deel uitmaakte van de combinatie, verplicht was om de garnalen te Amsterdam aan te voeren, beteekent de vermindering van het percentage van Rooseman, dat Amsterdam 21% minder garnalen uit Zeeland zou ontvangen. Dit nu is een gang van zaken, die ons zeer ongewenscht voorkomt, reden waarom wij deze aangelegenheid in de bespreking van 11 Maart jl. uitvoerig met den Directeur der Nederlandsche Visscherijcentrale en den leider der afdeeling Garnalen hebben besproken. Genoemde directeur verklaarde zich bereid om de Amsterdam toekomende garnalentoewijzing over te schrijven op een anderen grossier. De moeilijkheid was evenwel om uit te maken aan wien deze toewijzing zou worden verstrekt. Wel staat de Volendammer Puul Mooyer, die tot voor kort deel uitmaakte van de Combinatie Rooseman, als bona fide garnalenaanvoerder bekend, * Kernprobleem: Er dreigt een tekort van 21% in de aanvoer van garnalen naar Amsterdam vanuit Zeeland voor het seizoen 1943.
* Oorzaak: Een specifieke grossier (C. Rooseman) heeft door ongedefinieerde "manipulaties" zijn officieel toegewezen percentage zien krimpen van 38% naar 17%. Omdat hij de voornaamste leverancier voor Amsterdam was, raakt dit de stedelijke voedselvoorziening direct.
* Voorgestelde Oplossing: De ambtenaren hebben overlegd met de Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC). De directeur van de NVC is bereid het Amsterdamse quotum over te dragen aan een andere, betrouwbare partij.
* Sleutelfiguren: De heer Haasnoot (Directeur NVC), de heer Vriens (afdelingshoofd garnalen), en Puul Mooyer (een Volendamse visser/grossier die als "bona fide" wordt bestempeld). Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze tijd was de voedselvoorziening strak gereguleerd via een distributiesysteem. De Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) was het orgaan dat door de bezetter en de Nederlandse administratie werd gebruikt om de gehele vissector te controleren en te sturen.

De tekst illustreert de bureaucratische strijd om quota veilig te stellen voor de grote steden. Termen als "manipulaties" wijzen mogelijk op onregelmatigheden zoals zwarte handel of het niet naleven van distributievoorschriften door handelaren, wat in 1943 streng werd bestraft. De verwijzing naar de "Volendammer Puul Mooyer" is interessant; de familie Mooyer is tot op de dag van vandaag een bekende naam in de Nederlandse vishandel. Het document toont hoe lokale overheden (Amsterdam) moesten lobbyen bij centrale organen om te voorkomen dat hun bevolking tekortkwam door falende of frauduleuze schakels in de keten.

Samenvatting

  • Kernprobleem: Er dreigt een tekort van 21% in de aanvoer van garnalen naar Amsterdam vanuit Zeeland voor het seizoen 1943.
  • Oorzaak: Een specifieke grossier (C. Rooseman) heeft door ongedefinieerde "manipulaties" zijn officieel toegewezen percentage zien krimpen van 38% naar 17%. Omdat hij de voornaamste leverancier voor Amsterdam was, raakt dit de stedelijke voedselvoorziening direct.
  • Voorgestelde Oplossing: De ambtenaren hebben overlegd met de Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC). De directeur van de NVC is bereid het Amsterdamse quotum over te dragen aan een andere, betrouwbare partij.
  • Sleutelfiguren: De heer Haasnoot (Directeur NVC), de heer Vriens (afdelingshoofd garnalen), en Puul Mooyer (een Volendamse visser/grossier die als "bona fide" wordt bestempeld).

Historische Context

Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze tijd was de voedselvoorziening strak gereguleerd via een distributiesysteem. De Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) was het orgaan dat door de bezetter en de Nederlandse administratie werd gebruikt om de gehele vissector te controleren en te sturen.

De tekst illustreert de bureaucratische strijd om quota veilig te stellen voor de grote steden. Termen als "manipulaties" wijzen mogelijk op onregelmatigheden zoals zwarte handel of het niet naleven van distributievoorschriften door handelaren, wat in 1943 streng werd bestraft. De verwijzing naar de "Volendammer Puul Mooyer" is interessant; de familie Mooyer is tot op de dag van vandaag een bekende naam in de Nederlandse vishandel. Het document toont hoe lokale overheden (Amsterdam) moesten lobbyen bij centrale organen om te voorkomen dat hun bevolking tekortkwam door falende of frauduleuze schakels in de keten.

Gerelateerde Documenten 3