Tweede pagina van een ambtelijke brief (doorslag).
Origineel
Tweede pagina van een ambtelijke brief (doorslag). 1943 (exacte datum niet gespecificeerd op deze pagina). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen (Amsterdam). Bladzijde 2 van brief No.46A/88/1 M. 1943 aan den Heer
Wethouder voor de Levensmiddelen.
doch deze verzorgt reeds de aanvoeren uit geheel Noord-Nederland,
zoodat het voor hem bezwaarlijk is om ook in het Zuiden als
kooper op te treden. En de practijk met Rooseman heeft wel bewe-
zen, dat het voor een goeden aanvoer noodzakelijk is, dat de
grossier persoonlijk op de afslagen aanwezig is. In de reeds ver-
melde bespreking met den heer Vriens is door dezen al de vraag
opgeworpen of deze toewijzing niet aan de combinatie Lammers-
Gootjes ware te geven. Wij hebben, gelet op deze situatie, aan
de leiding van de Nederlandsche Visscherijcentrale medegedeeld,
dat onzerzijds geen bezwaar zou bestaan, indien deze toewijzing
aan de combinatie Lammers-Gootjes zou worden gegeven. Wij hebben
erop gewezen, dat onze ervaring met deze Combinatie, wat de
mosselen betreft, heeft geleerd, dat de betreffende aanvoeren
dan stellig in hun geheel ten goede zullen komen aan de Amster-
damsche bevolking, terwijl wij er tevens van overtuigd zijn, dat
de Combinatie met kracht de aanvoeren van garnalen op alle moge-
lijke wijzen zal bevorderen.
Ook de heer Haasnoot is van dit gevoelen en hoewel hij
ervan overtuigd is, dat inschakeling van de combinatie Lammers
op het gebied der garnalen een precedent beteekent, daar zij
nimmer als groothandelaar in garnalen is opgetreden en het daarom
mogelijk zou kunnen zijn, dat er actie tegen inschakeling van
Lammers zou kunnen worden gevoerd, speciaal door de groep Roose-
man, meende genoemde, directeur zich toch op het standpunt te
mogen stellen, dat de bovenbedoelde toewijzing op naam van de
combinatie Lammers zou worden overgeschreven, daar geen der be-
staande combinaties technisch in staat is de tot nog toe door
Rooseman verzorgde aanvoer over te nemen. Wij vertrouwen, dat U
zich met deze beslissing wel zult kunnen vereenigen.
/aal-
II. Volendammer regeling voor het aanstaande /seizoen.
Nadat de Volendammers, die in Amsterdam handel plegen
te drijven gedurende een tweetal weken in 1942 (van 18 – 31 Mei)
in de verdeeling te Amsterdam waren opgenomen, hetgeen beteekende,
dat de te Volendam voor deze handelaren aangevoerde aal, naar
Amsterdam werd gezonden en aldaar onder alle kleinhandelaren werd
verdeeld, hebben de Volendammers voor de rest van het aalseizoen
bereikt, dat de Nederlandsche Visscherijcentrale in overleg met
het Gemeentebestuur heeft goedgekeurd, dat deze aal te Volendam
werd verdeeld en dat de Volendammer kleinhandelaren deze aal via
de Gemeentelijke Vischmarkt, alhier met een geleidebiljet naar de
verkoopplaatsen vervoerden. Als voornaamste argument werd hier-
voor door Volendam aangevoerd en door de Nederlandsche Visscherij-
centrale ondersteund, dat de Volendammers op hun eigen coopera-
tieven afslag een rechtstreeksche toewijzing hadden, welke niet
kon worden ingetrokken. De Nederlandsche Visscherijcentrale neemt
namelijk het standpunt in, dat handelaren, die op een primairen
afslag een eigen toewijzing hebben, het recht hebben deze te
blijven ontvangen. Dit is ook de reden, dat de Amsterdamsche
kleinhandelaren Bergen, Bambergen, Buter en L. Jansen, die in de-
zelfde omstandigheid verkeeren, in het afgeloopen aalseizoen is
toegestaan om hun eigen toewijzing te houden; ook deze klein-
handelaren zijn in het aalseizoen niet in de verdeeling te
Amsterdam opgenomen.
Aan het einde van het aalseizoen kon aan de hand van de
aanvoercijfers niet worden gezegd, dat de bovenstaande regeling
voor Amsterdam ongunstig heeft gewerkt, daar de verhouding van Het document is een beleidsmatig verslag betreffende de voedselvoorziening in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het valt uiteen in twee hoofdonderwerpen:
- Herziening Mossel- en Garnalenhandel: Er wordt voorgesteld om de toewijzing voor de aanvoer van mosselen en garnalen over te dragen van de partij "Rooseman" naar de "combinatie Lammers-Gootjes". De reden is logistiek: Rooseman kan de aanwezigheid op de afslagen in zowel Noord- als Zuid-Nederland niet meer combineren. Men verwacht dat Lammers-Gootjes de aanvoer voor de Amsterdamse bevolking beter kan waarborgen.
- De Volendammer Aalregeling: Er wordt verslag gedaan van een uitzonderingspositie voor Volendammer vissers/handelaren. In plaats van hun aal af te staan aan de algemene Amsterdamse distributiepool, mogen zij hun eigen vangst rechtstreeks verkopen. Dit recht is gebaseerd op hun directe toewijzing via hun eigen coöperatieve afslag. Dezelfde regeling gold voor enkele specifieke Amsterdamse handelaren (Bergen, Bambergen, Buter en L. Jansen). De conclusie is dat deze decentrale aanpak de totale aanvoercijfers voor de stad niet heeft geschaad. Dit document stamt uit 1943, een periode waarin Nederland bezet was door nazi-Duitsland. De voedselvoorziening was precair en stond onder strikte overheidscontrole (het distributiestelsel). De "Wethouder voor de Levensmiddelen" in Amsterdam had de zware taak om de schaarse goederen zo eerlijk mogelijk te verdelen.
De genoemde "Nederlandsche Visscherijcentrale" was een door de bezetter gecontroleerd orgaan dat de gehele sector reguleerde. De brief illustreert de voortdurende spanning tussen de drang naar centralisatie (alles in één grote verdeelbak voor de stad) en de historische rechten van specifieke vissersgemeenschappen zoals Volendam. Het gebruik van termen als "geleidebiljet" duidt op de bureaucratische controle op elk transport van levensmiddelen in oorlogstijd om zwarte handel te voorkomen.