Ambtsbrief (doorslag of kopie).
Origineel
Ambtsbrief (doorslag of kopie). 3 maart 1943. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt of een daaraan gerelateerde gemeentelijke dienst in Amsterdam). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier. [Linksboven handgeschreven paraaf en aantekeningen: onleesbaar, opl. / sie]
[Rechtsboven handgeschreven:] Bijz Chef
VD/HB.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
77/7/2 M. 2. 3 Maart 1943.
Straf A.J.v.Hulssen
Centrale Markt.
Onder terugzending van de met Uw kantbrief d.d.25 Februari jl. om advies ontvangen stukken no.54/30 L.M.1943 heb ik de eer U te berichten, dat bijnde ambtenaren, dienstdoende op de Centrale Markt van een medewerking van adressant bij het opruimen van een broeinest van zwarten handel in het geheel niets bekend is. de heer Groen heeft bij mij nimmer over van Hulssen gesproken!.
Gelet op den ernst van het door adressant gepleegde feit bestaat er mijnerzijds geen aanleiding U voor te stellen om de ten deze door den Burgemeester opgelegde straf thans op te heffen.
De Directeur,
--- In deze brief reageert de Directeur (waarschijnlijk van de Amsterdamse Centrale Markt) op een verzoek om advies van de Wethouder voor de Levensmiddelen. Het verzoek betreft een zekere A.J. van Hulssen, die door de Burgemeester is gestraft.
Van Hulssen heeft blijkbaar geprobeerd strafvermindering of opheffing te verkrijgen door te beweren dat hij de autoriteiten heeft geholpen bij het oprollen van een "broeinest van zwarten handel" op de markt. De Directeur heeft dit laten natrekken bij de aanwezige ambtenaren en bij een zekere heer Groen, maar niemand weet iets van dergelijke medewerking.
Vanwege de ernst van het vergrijp dat Van Hulssen heeft gepleegd, en het feit dat zijn bewering over medewerking niet gestaafd kan worden, adviseert de Directeur negatief over het opheffen van de straf.
--- Dit document stamt uit maart 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De context is cruciaal voor het begrip:
- Voedselvoorziening en de Centrale Markt: Tijdens de bezetting was voedsel schaars en strikt gerantsoeneerd. De Centrale Markt in Amsterdam was de spil in de voedseldistributie. Toezicht op deze markt was van vitaal belang voor zowel de Nederlandse gemeente als de Duitse bezetter.
- Zwarte Handel: Door de schaarste was de zwarte handel (handel buiten het distributiesysteem om) wijdverbreid. De autoriteiten traden hier zeer streng tegen op met zware boetes, intrekking van vergunningen of zelfs arrestatie. De term "broeinest" illustreert hoe de overheid tegen deze illegale handel aankeek.
- Bestuurlijke structuur: De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was een specifieke post die in oorlogstijd extra gewicht kreeg. De burgemeester van Amsterdam was in 1943 Edward Voûte, een collaborerend bestuurder die direct verantwoording verschuldigd was aan de Duitse bezettingsautoriteiten.
- De toon: De formele, ambtelijke toon verhult de grimmige realiteit van de oorlog waarin een beschuldiging van zwarte handel verstrekkende gevolgen kon hebben voor iemands levensonderhoud en veiligheid.