Officiële mededeling/brief (doorslag of kopie voor archief).
Origineel
Officiële mededeling/brief (doorslag of kopie voor archief). 22 juli 1943. De Burgemeester van Amsterdam (Edward Voûte) en de Gemeentesecretaris (J.F. Franken). P.J. Koekenbier, John Franklinstraat 30 I, Amsterdam. No. 77/19/3 M. 1943 $^22/_7$
[omcirkelde handgeschreven paraaf met datum: 22/7 '43]
toelating tot de Centr. Markt
L.M. 47/6
-1943-
Marktw.
Aan
den heer P.J. Koekenbier,
John Franklinstraat 30 I
A_L_H_I_E_R (W).
22 Juli 1943.
Van d. Dir bedrijfsh... [handgeschreven]
Ik deel U mede te hebben besloten U met ingang van 1 Augustus 1943 wederom tot de Centrale Markt toe te laten, met dien verstande dat, indien U zich wederom aan een soortgelijk feit zoudt schuldig maken, U voorgoed van de markt zult worden verwijderd.
vM
De Burgemeester van Amsterdam,
(get.) Voûte
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN
77 [handgeschreven rechtsonder] * Inhoud: Het document betreft een officiële waarschuwing en herstelde toegangsverlening. De heer Koekenbier was blijkbaar eerder de toegang tot de Centrale Markt ontzegd vanwege een niet nader gespecificeerd "feit". Hij krijgt per 1 augustus 1943 een tweede kans, maar onder de expliciete dreiging van een levenslang verbod bij recidive.
* Bestuurlijke context: De brief is ondertekend door de burgemeester en de gemeentesecretaris. Opmerkelijk is dat de namen getypt zijn met de toevoeging "(get.)", wat staat voor "getekend". Dit wijst erop dat dit een archiefexemplaar of een afschrift is van het origineel dat aan de betrokkene is verzonden.
* Administratieve sporen: De diverse nummers (No. 77/19/3, L.M. 47/6) en de handgeschreven krabbel "Marktw." (waarschijnlijk een afkorting voor Marktwezen) duiden op een zorgvuldige dossiervorming binnen de gemeentelijke bureaucratie. * Historische periode: De brief dateert uit juli 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. Amsterdam stond op dat moment onder het bestuur van de pro-Duitse burgemeester Edward Voûte.
* De Centrale Markt: De Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat waren tijdens de oorlog van vitaal belang voor de voedselvoorziening van de stad. Vanwege de schaarste en de rantsoenering was de controle op de handelaren extreem streng. "Soortgelijke feiten" waaraan een handelaar zich schuldig kon maken, betroffen vaak zwarthandel, prijsopdrijving of het onttrekken van goederen aan de officiële distributieketen.
* Locatie: De ontvanger woonde in de John Franklinstraat in Amsterdam-West (vandaar de toevoeging '(W)' bij ALHIER). Deze straat ligt in de directe nabijheid van de Centrale Markthallen, wat suggereert dat de heer Koekenbier een lokale handelaar of marktwerker was.