Archief 745
Inventaris 745-417
Pagina 259
Dossier 2A
Jaar 1943
Stadsarchief

Officieel rapport / proces-verbaal.

1 december 1943. Van: Een Controleur (ondertekend in rode inkt, mogelijk B. Ultimus).

Origineel

Officieel rapport / proces-verbaal. 1 december 1943. Een Controleur (ondertekend in rode inkt, mogelijk B. Ultimus). No. 77/78/5- 1943 1/2

R A P P O R T

In aansluiting op mijn rapport van 22 November 1943,contra
Ch.Meijer en P.S.Servaas,betreffende de ~~diefs~~ verduistering van
de 10 kisten bospeen ten nadeele van de N.V.Nederlandsche Veiling
van Land en Tuinbouwproducten"Amsterdam",kan ik U thans melden
dat mij bij nader onderzoek is gebleken,dat niet alleen Meijer
als personeel van de Ned:Veiling bij dit geval betrokken was,maar
maar met hem nog 5 leden van het personeel van de Ned:Veiling,te
weten:

WILLEM STEINES,geboren te Amsterdam 12 November 1916,wonen-
de Joan Melchior Kemperstraat 96/III;

WILLEM WESTERHOUDT,geboren te Amsterdam 17 Augustus 1919,
wonende Zeeburgerdijk 61/II,

JOANNES FRANCISCUS IGNATIUS MARIA BROCKHOFF,geboren te
Sloten(N-H) 17 Augustus 1902,wonende Hoofdweg 153/I,

ADRIANUS WILHELMUS MARIA VAN AMSTERDAM,geboren te Sloten
13 Februari 1907,wonende Crijnssenstraat 54 huis,

SIPKE HENDRIK DE BONT,geboren te Amsterdam 2 Februari 1908,
wonende Vegastraat 128 huis.

Voor zoover uit het verhoor van deze personen is gebleken,heeft
het geval waarbij zij betrokken zijn zich als volgt voorgedaan.
Zij waren allen,dus ook Meijer,in exportloods op 18 November 1943
omstreeks 15.30 uur met toezicht belast op de afgifte van groente
terwijl zij daar op een stil oogenblik bij elkaar stonden deelde
Meijer hen mede,dat hij aan een koopman een partijtje kisten met
bospeen kon verkoopen.Meijer veronderstelde dat in zijn vak,waare
over hij het toezicht had eenige kisten bospeen zouden overblij-
ven.Zij hebben hem toen niet gezegd het wel te doen of niet te
doen maar de mededeeling van Meijer gelaten voor wat ze was.
Na het beeindigen van hun dienst op dien 18 November krgen zij
in de exportloods elk van Meijer ƒ 7-,waarvan zij begrepen dat het
geld afkomstig moest zijn van de kisten peen die Meijer dan verko
kocht had.Van de verkoop zelf of aan wien Meijer de bospeen had
verkocht,noch wie de bospeen had weggehaald wisten zij iets.
ast staat in elk geval,dat zij geld van Meijer hebben aangenomen
terwijl zij redelijkerwijs konden weten,dat dit door misdrijf ver
kregen was.Terzake dit feit zijn zij dan ook door den Directeur
van de Ned:Veiling op 30 November 1943 uit hun dienst ontslagen.
De Directuer van de Ned:Veiling die aanvankelijk een strafrechter-
lijke vervolging had gewild,is hierop terug gekomen.
Toeganskaarten van de 5 hierboven genoemde personen heb ik inge-
houden en bij dit rapport gevoegd.

Amsterdam 1 December 1943
Controleur,

[Ondertekening in rood: B. Ultimus]

Den Heer Bedrijfschef
van de Centrale Markt.

[Linkermarge in blauw/rood:] bij de [onleesbaar] ||
[Onderaan midden in blauw potlood:] 116 Dit rapport documenteert de afronding van een onderzoek naar de diefstal en illegale verkoop van tien kisten bospeen bij de Amsterdamse veiling. De kern van de zaak is dat een werknemer genaamd Meijer op 18 november 1943 "overgebleven" groenten verkocht aan een handelaar.

Hoewel de vijf genoemde collega's de diefstal niet zelf uitvoerden, waren zij getuigen van het voornemen van Meijer en grepen zij niet in. Bovendien accepteerden zij na afloop van de dienst elk 7 gulden (een aanzienlijk bedrag voor die tijd), wetende dat dit "bloedgeld" afkomstig was van een misdrijf.

De juridische afhandeling is opmerkelijk: hoewel er sprake is van een strafbaar feit (heling of medeplichtigheid), besluit de directeur van de veiling om geen strafrechtelijke vervolging in te stellen. In plaats daarvan is gekozen voor een disciplinaire maatregel: alle betrokkenen zijn op 30 november 1943 op staande voet ontslagen en hun toegangskaarten tot de Centrale Markt zijn ingenomen. Het document dateert van december 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Deze context is cruciaal voor het begrijpen van het incident:

  1. Voedseltekorten: In 1943 was er sprake van toenemende schaarste en strenge rantsoenering. Diefstal uit de voedselketen werd zeer hoog opgenomen, omdat het de officiële voedselvoorziening ondermijnde.
  2. Zwarte Handel: Het verkopen van "overgebleven" partijen buiten de officiële veiling om was een vorm van zwarte handel. De 7 gulden die de mannen ontvingen, was een manier om hen zwijggeld te betalen.
  3. Rechtspraak onder bezetting: Dat de directeur afzag van strafrechtelijke vervolging kan een bewuste keuze zijn geweest om de werknemers uit de handen van de Duitse bezettingsautoriteiten (zoals de Ordnungspolizei of de Economische Controledienst) te houden. Inschakeling van de politie kon in oorlogstijd leiden tot veel zwaardere straffen, zoals deportatie naar werkkampen, dan enkel ontslag. De zaak werd zodoende "binnenskamers" opgelost door de Bedrijfschef van de Centrale Markt.

Samenvatting

Dit rapport documenteert de afronding van een onderzoek naar de diefstal en illegale verkoop van tien kisten bospeen bij de Amsterdamse veiling. De kern van de zaak is dat een werknemer genaamd Meijer op 18 november 1943 "overgebleven" groenten verkocht aan een handelaar.

Hoewel de vijf genoemde collega's de diefstal niet zelf uitvoerden, waren zij getuigen van het voornemen van Meijer en grepen zij niet in. Bovendien accepteerden zij na afloop van de dienst elk 7 gulden (een aanzienlijk bedrag voor die tijd), wetende dat dit "bloedgeld" afkomstig was van een misdrijf.

De juridische afhandeling is opmerkelijk: hoewel er sprake is van een strafbaar feit (heling of medeplichtigheid), besluit de directeur van de veiling om geen strafrechtelijke vervolging in te stellen. In plaats daarvan is gekozen voor een disciplinaire maatregel: alle betrokkenen zijn op 30 november 1943 op staande voet ontslagen en hun toegangskaarten tot de Centrale Markt zijn ingenomen.

Historische Context

Het document dateert van december 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Deze context is cruciaal voor het begrijpen van het incident:

  1. Voedseltekorten: In 1943 was er sprake van toenemende schaarste en strenge rantsoenering. Diefstal uit de voedselketen werd zeer hoog opgenomen, omdat het de officiële voedselvoorziening ondermijnde.
  2. Zwarte Handel: Het verkopen van "overgebleven" partijen buiten de officiële veiling om was een vorm van zwarte handel. De 7 gulden die de mannen ontvingen, was een manier om hen zwijggeld te betalen.
  3. Rechtspraak onder bezetting: Dat de directeur afzag van strafrechtelijke vervolging kan een bewuste keuze zijn geweest om de werknemers uit de handen van de Duitse bezettingsautoriteiten (zoals de Ordnungspolizei of de Economische Controledienst) te houden. Inschakeling van de politie kon in oorlogstijd leiden tot veel zwaardere straffen, zoals deportatie naar werkkampen, dan enkel ontslag. De zaak werd zodoende "binnenskamers" opgelost door de Bedrijfschef van de Centrale Markt.

Locaties

Amsterdam.

Ambtenaren

Bedrijfschef

Gerelateerde Documenten 5