Archief 745
Inventaris 745-417
Pagina 420
Dossier 28
Jaar 1943
Stadsarchief

Ambtelijk schrijven/brief.

1 juli 1943. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen of de Dienst voor de Levensmiddelen).

Origineel

Ambtelijk schrijven/brief. 1 juli 1943. De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen of de Dienst voor de Levensmiddelen). [Handgeschreven, blauw potlood/krijt:] Verzonden 1/7 [gevolgd door paraaf, mogelijk HMuller] [getypt:] HB.

85/22/1M. 1 Juli 1943.

      Intrekking kramen-

vergunning ten name van
fa. Wed.C. Schuitenvoerder.

                                        Den Heer Wethouder
                                        voor de Levensmiddelen,
                                        A l h i e r .

      Hiermede heb ik de eer U te berichten,

dat de Wed.C.Schuitenvoerder, Bloedstraat
22, alhier, wie op 29 November 1938 onder
no.811 L.M.'38 vergunning is verleend voor
het plaatsen van kramen op de markt Nieuw-
markt, zich, volgens ontvangen mededeeling
in Duitschland bevindt.

      Op grond hiervan verzoek ik U beleefd

wel te willen bevorderen, dat bij Besluit
van den Burgemeester de op haar betrekking
hebbende beschikking wordt ingetrokken.

                                        De Directeur, Dit document is een formele ambtelijke verzoekschrif om een marktvergunning in te trekken. De vergunning stond op naam van de **Weduwe C. Schuitenvoerder**, gevestigd aan de **Bloedstraat 22** te Amsterdam. Zij had sinds 1938 een vergunning voor kramen op de **Nieuwmarkt**.

De zakelijke, bureaucratische toon van de brief contrasteert scherp met de achterliggende realiteit. De reden voor de intrekking wordt eufemistisch en administratief omschreven: de betrokkene "bevindt zich in Duitschland". In de context van juli 1943 in Amsterdam betekende dit vrijwel zonder uitzondering dat de persoon in kwestie was weggevoerd (gedeporteerd) naar de concentratie- of vernietigingskampen.

Het document illustreert hoe de gemeentelijke administratie meewerkte aan het "opschonen" van registers en het formeel beëindigen van de rechten van Joodse burgers nadat zij waren weggevoerd. De brief dateert uit de kernperiode van de Jodenvervolging in Nederland. De Bloedstraat en de Nieuwmarkt lagen midden in de oude Jodenbuurt van Amsterdam. De naam Schuitenvoerder is een bekende Joodse familienaam in deze regio.

In 1943 was de systematische deportatie van de Joodse bevolking uit Amsterdam in volle gang. Terwijl mensen werden weggevoerd naar Westerbork en verder naar het Oosten ("Duitsland"), hield de Amsterdamse bureaucratie zich bezig met het administratief afwikkelen van hun achtergebleven bezittingen en rechten, zoals marktvergunningen. De wethouder voor de Levensmiddelen en de door de bezetter aangestelde burgemeester (Edward Voute) speelden hierin een uitvoerende rol.

Uit archiefonderzoek (o.a. Joods Monument) blijkt dat de familie Schuitenvoerder inderdaad zwaar getroffen is; veel bewoners van de Bloedstraat zijn in deze periode gedeporteerd en vermoord. Dit document is een direct bewijs van de bureaucratische uitwissing die de fysieke vernietiging vergezelde.

Samenvatting

Dit document is een formele ambtelijke verzoekschrif om een marktvergunning in te trekken. De vergunning stond op naam van de Weduwe C. Schuitenvoerder, gevestigd aan de Bloedstraat 22 te Amsterdam. Zij had sinds 1938 een vergunning voor kramen op de Nieuwmarkt.

De zakelijke, bureaucratische toon van de brief contrasteert scherp met de achterliggende realiteit. De reden voor de intrekking wordt eufemistisch en administratief omschreven: de betrokkene "bevindt zich in Duitschland". In de context van juli 1943 in Amsterdam betekende dit vrijwel zonder uitzondering dat de persoon in kwestie was weggevoerd (gedeporteerd) naar de concentratie- of vernietigingskampen.

Het document illustreert hoe de gemeentelijke administratie meewerkte aan het "opschonen" van registers en het formeel beëindigen van de rechten van Joodse burgers nadat zij waren weggevoerd.

Historische Context

De brief dateert uit de kernperiode van de Jodenvervolging in Nederland. De Bloedstraat en de Nieuwmarkt lagen midden in de oude Jodenbuurt van Amsterdam. De naam Schuitenvoerder is een bekende Joodse familienaam in deze regio.

In 1943 was de systematische deportatie van de Joodse bevolking uit Amsterdam in volle gang. Terwijl mensen werden weggevoerd naar Westerbork en verder naar het Oosten ("Duitsland"), hield de Amsterdamse bureaucratie zich bezig met het administratief afwikkelen van hun achtergebleven bezittingen en rechten, zoals marktvergunningen. De wethouder voor de Levensmiddelen en de door de bezetter aangestelde burgemeester (Edward Voute) speelden hierin een uitvoerende rol.

Uit archiefonderzoek (o.a. Joods Monument) blijkt dat de familie Schuitenvoerder inderdaad zwaar getroffen is; veel bewoners van de Bloedstraat zijn in deze periode gedeporteerd en vermoord. Dit document is een direct bewijs van de bureaucratische uitwissing die de fysieke vernietiging vergezelde.

Gerelateerde Documenten 5