Handgeschreven notitie of dagboekfragment.
Origineel
Handgeschreven notitie of dagboekfragment. 5 juni 1943. Waarom ik het dan ook beter vond het publiek zich
zelf te overtuigen. Ik had van Schaik wel weer door
kunnen laten gaan, maar vroeg hem, om de menschen
tevreden te stellen alles maar te verkoopen, wat v Sch.
dan ook deed. Van verschillende ^kanten hoorde ik zeggen,
dat ik goed gedaan had, dan weer hoorde ik zeggen:
"Die kooplieden mogen toch ook hun portie."
Dan weer: "Ze nemen nog al niet; het is een
schandaal!" De meeningen waren zooals altijd
verdeeld. Op alle markten constateerd men een
tzelfde figuur.
5 Juni 1943. [Handtekening] De tekst beschrijft een incident op een markt waarbij de schrijver een besluit nam om goederen direct te laten verkopen om de rust onder het publiek te bewaren ("de menschen tevreden te stellen"). De schrijver gaf een zekere 'Van Schaik' de instructie om alles te verkopen in plaats van door te lopen.
De kern van de tekst draait om de uiteenlopende reacties van de omstanders. Er is sprake van een scherpe tweedeling in de publieke opinie:
1. Mensen die het besluit van de schrijver prezen.
2. Mensen die vonden dat de kooplieden ook hun deel verdienden ("hun portie").
3. Mensen die verontwaardigd waren en spraken van een "schandaal", waarschijnlijk doelend op vermeende hebzucht of oneerlijke verdeling door de kooplieden.
De auteur concludeert gelaten dat men op elke markt hetzelfde patroon van verdeeldheid ziet ("tzelfde figuur"). Het document is gedateerd op 5 juni 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Deze periode kenmerkte zich door toenemende schaarste, strenge distributie en een bloeiende zwarte markt.
Op markten liepen de spanningen vaak hoog op wanneer er goederen beschikbaar kwamen. De houding tegenover 'kooplieden' was in deze tijd ambivalent: aan de ene kant waren zij de bron van noodzakelijke goederen, aan de andere kant werden zij vaak gewantrouwd en beschuldigd van woekerprijzen of het achterhouden van voorraden. De opmerking over "hun portie" en "schandaal" weerspiegelt de sociale frictie die ontstond door de voedselschaarste en de controle op de handel door instanties zoals de CCD (Crisis Controle Dienst). De schrijver lijkt hier op te treden als een toezichthouder of ambtenaar die probeert de openbare orde te handhaven door de verkoop af te dwingen.