Officieel rapport van bewaking/inspectie.
Origineel
Officieel rapport van bewaking/inspectie. 1943 (exacte dag/maand niet gespecificeerd in de tekst, betreft een zaterdagavond). No. 106/4/1 M. 1943
Rapport.
[Handgeschreven tekst bovenaan:]
Louwen.
vorig naar telef. gesprek / afschrift doorverzonden naar Dir. G.P.V. Luet(?) / Dir. G. Vervsch / noodige maatregelen te nemen
Zaterdagavond pl.m. 11 uur begaf ik mij op het terrein van de Centrale Markt tot het houden van een extra controle.
Ik vond de portiersloge verduisterd en het hek op den haak, zoodat ik zonder door den portier te worden opgemerkt het terrein op kon gaan.
Om pl.m. 11.03 uur bevond ik mij bij het "rusthuisje" van de hondenwachts, waarin zich op dat moment niemand bevond. Direct da rop kwam een persoon uit de richting van de Hal. Ik hield hem staande en zag dat het de hondenwacht J.H. Finken was, zonder hond. Ik vroeg hem waar zijn hond was en wat hij in het zakje had dat hij bij zich droeg. Hij antwoordde mij dat hij zijn hond even had vastgelegd, omdat hij een zak uien ging halen van een schipper, die met zijn schip aan de aardappelkant lag. Ik vroeg hem naar den naam van den schipper, doch die wist hij mij niet te noemen, evenmin als den naam van het schip. ~~en wat hij in den zak had~~ Ik beval hem met mij mede te gaan naar den bewusten schipper.
Op dit moment meende ik iemand op pl.m. 50 Meter afstand ~~ien~~ langs het koelhuis te zien loopen. Ik zei Finken even te wachten en begaf mij op de fiets naar de andere persoon. Dit bleek mij de hondenwacht W.v.d. Weijden te zijn; deze droeg eveneens een zak met inhoud. Op mijn ~~xxxx~~ vraag wat hij in den zak had deelde hij mij mee, dat dit uien waren, die hij van een schipper, die met zijn schip aan den groentenkant lag, had gekregen. Toen ik hem hierop zei met mij naar dezen schipper toe te gaan, deelde hij mij mede deze uien niet van een schipper te hebben gekregen, doch deze uit de Hal te hebben weggenomen. Ook Finken gaf toe de uien te hebben weggenomen van een grossier uit de Hal.
Ik heb hierop de zakjes met uien door hen op Kamer 69 laten neerzetten. Vervolgens heb ik hen meegenomen naar de grossiersplaatsen in de Hal, alwaar ze mij op de plaats van S. de Graaf (Hal 11 en 12) de kist met uien aanwezen waaruit zij beiden, volgens hun eigen verklaring, de door mij in beslag genomen uien hadden weggenomen.
Om pl.m. 11.25 uur aan de poort terug gekomen vond ik het * Taalgebruik: Formeel, ambtelijk Nederlands uit de eerste helft van de 20e eeuw (gebruik van de naamvallen 'den' en 'dezen', spellingen als 'zoodat').
* Opvallende zaken: De rapporteur voert een onverwachte controle uit ("extra controle"). Hij constateert dat de beveiliging laks is (portier merkt hem niet op).
* De overtreding: Twee "hondenwachten" (bewakers die met een hond surveilleren) zijn op heterdaad betrapt met gestolen uien. Beiden proberen aanvankelijk te liegen door te beweren dat ze de uien van een schipper hebben gekregen, maar vallen door de mand wanneer de rapporteur voorstelt de bewuste schippers te bezoeken.
* Locatie: De Centrale Markt (mogelijk Amsterdam of Rotterdam gezien de omvang en aanwezigheid van een koelhuis en scheepskades). De diefstal vond plaats bij de firma S. de Graaf (stallen 11 en 12). Dit document stamt uit 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van toenemende voedselschaarste en distributiebonnen. Uien waren een waardevol product op de zwarte markt.
De term "verduisterd" in de tweede alinea verwijst niet alleen naar de fysieke duisternis, maar ook naar de wettelijk verplichte verduistering tijdens de oorlog om geallieerde bombardementsvliegtuigen het navigeren te bemoeilijken. Dat de portier in een verduisterde loge zat en de controleur niet opmerkte, was een ernstige plichtsverzuim. Het feit dat de bewakers zelf stalen van de goederen die zij moesten beschermen ("hondenwachten"), illustreert de morele en economische druk van de oorlogsjaren, waarbij zelfs handhavers betrokken raakten bij kleine criminaliteit voor voedsel. G. Vervsch G.P.V. Luet J.H. Finken S. de Graaf