Archief 745
Inventaris 745-421
Pagina 103
Dossier 100
Jaar 1944
Stadsarchief

Getypte verklaring (afschrift van een verhoorverslag).

Origineel

Getypte verklaring (afschrift van een verhoorverslag). Behoort bij brief no. 2e/91/20 M. d.d. 29 November 1944 aan den Heer Wethouder voor de levensmiddelen van den Directeur van het Marktwezen.
A f s c h r i f t .
******************

Verhoor Schipper Van Noort op Zaterdag 18 November 1944 door Directeur Marktwezen, in bijzijn van Mr. Koning, Chef van de Prijsbeheersching.

Schipper Van Noort, Rijnsburg, verklaart, dat hij des nachts om 2 uur aan de markt is gekomen. Hij had 90 passagiers aan boord, die tot na spertijd op de boot zijn gebleven, een lading bloemen en 200 à 300 kisten groenten. Het was hem bekend, dat de groenten niet met papieren waren gedekt. Het was alles smokkelwaar.

Hij kende niet alle passagiers, maar hij heeft wel opgemerkt personeel van verschillende Rijnsburgsche grossiers, die op de Centrale Markt zijn gevestigd, bijv. Den Hoyer Jr., Van der Spijk, Van Klaveren en Van Vliet.

Om 5 uur des morgens hebben deze knechts de groenten gelost en in de pakhuizen gebracht, waar ze om 8 uur des morgens door personeel van het Marktwezen in beslag werd genomen.

De stoomboot Voorne en Putten heeft Van Noort gehuurd van een zekeren Houteboon tegen den prijs van f. 600,--. Met alle kosten mee kost de boot f. 1000,-- per week. Van Noort kan met zijn eigen schepen niet meer varen, omdat hij geen olie meer heeft. Hij heeft vanuit Westland, Katwijk en Leiden steeds groote hoeveelheden groenten voor de Centrale Markt gevaren, maar momenteel wordt er voor Amsterdam geen kist groente op de veilingen aangevoerd.

De laatste weken moet hij alleen smokkelwaar vervoeren. Het is hem bekend, dat hij geen groenten zonder geldige papieren mag vervoeren.

Voor eensluidend afschrift:
De Directeur van het Marktwezen, Dit document is een getuigenverklaring van schipper Van Noort uit Rijnsburg, die door de Amsterdamse Dienst van het Marktwezen wordt verhoord over illegale voedseltransporten.

De belangrijkste punten uit het verhoor zijn:
1. De overtreding: Van Noort is op 18 november 1944 aangekomen bij de Centrale Markt in Amsterdam met 200 tot 300 kisten groenten die niet over de juiste papieren beschikten. Hij geeft ruiterlijk toe dat het om "smokkelwaar" gaat.
2. Betrokkenheid van derden: De groenten waren bestemd voor bekende Rijnsburgse grossiers op de markt. Hun personeel hielp bij het lossen in de vroege ochtenduren (5:00 uur), waarna de Dienst van het Marktwezen om 8:00 uur op de partij beslag legde.
3. Logistieke nood: Van Noort verklaart dat hij gedwongen is een stoomboot ("Voorne en Putten") te huren voor het enorme bedrag van 1000 gulden per week, omdat zijn eigen schepen door een gebrek aan brandstof (olie) stilliggen.
4. Sperwereld: De aanwezigheid van 90 passagiers die tot na de spertijd aan boord moesten blijven, onderstreept de penibele situatie van burgers die probeerden de stad in of uit te komen, waarschijnlijk op zoek naar voedsel. Dit document stamt uit het hart van de Hongerwinter (1944-1945) in het bezette westen van Nederland. Na de Spoorwegstaking van september 1944 blokkeerden de Duitse bezetters het voedseltransport naar de grote steden als strafmaatregel.

  • Voedselvoorziening: De officiële aanvoer via veilingen naar Amsterdam was, zoals Van Noort bevestigt, nagenoeg stilgevallen. Hierdoor ontstond een enorme zwarte markt. Smokkel was voor veel Amsterdammers de enige manier om aan eten te komen, maar de autoriteiten (zowel de bezetter als de gemeentelijke diensten) probeerden hierop grip te houden om woekerprijzen tegen te gaan of om de distributie zelf te controleren.
  • Brandstoftekort: Het feit dat de schipper geen olie meer heeft voor zijn eigen schepen is typerend voor deze periode. Alles wat op stoom (kolen) werkte, was nog enigszins inzetbaar, maar de kosten waren astronomisch door de schaarste.
  • Marktwezen en Prijsbeheersing: De Dienst van het Marktwezen en de Bureau Prijsbeheersing hadden de taak om de eerlijke verdeling en prijsvorming van schaarse goederen te bewaken. In de praktijk betekende dit vaak het in beslag nemen van illegale partijen, die vervolgens via de officiële kanalen (de gaarkeukens of distributie) werden verdeeld.
  • Spertijd: In november 1944 gold er een streng uitgaansverbod in de nacht. Wie zich op straat of op het water bevond zonder vergunning, riskeerde arrestatie of erger. De 90 passagiers op de boot van Van Noort waren waarschijnlijk wanhopige stedelingen die op "hongertocht" waren geweest naar het platteland.

Samenvatting

Dit document is een getuigenverklaring van schipper Van Noort uit Rijnsburg, die door de Amsterdamse Dienst van het Marktwezen wordt verhoord over illegale voedseltransporten.

De belangrijkste punten uit het verhoor zijn:
1. De overtreding: Van Noort is op 18 november 1944 aangekomen bij de Centrale Markt in Amsterdam met 200 tot 300 kisten groenten die niet over de juiste papieren beschikten. Hij geeft ruiterlijk toe dat het om "smokkelwaar" gaat.
2. Betrokkenheid van derden: De groenten waren bestemd voor bekende Rijnsburgse grossiers op de markt. Hun personeel hielp bij het lossen in de vroege ochtenduren (5:00 uur), waarna de Dienst van het Marktwezen om 8:00 uur op de partij beslag legde.
3. Logistieke nood: Van Noort verklaart dat hij gedwongen is een stoomboot ("Voorne en Putten") te huren voor het enorme bedrag van 1000 gulden per week, omdat zijn eigen schepen door een gebrek aan brandstof (olie) stilliggen.
4. Sperwereld: De aanwezigheid van 90 passagiers die tot na de spertijd aan boord moesten blijven, onderstreept de penibele situatie van burgers die probeerden de stad in of uit te komen, waarschijnlijk op zoek naar voedsel.

Historische Context

Dit document stamt uit het hart van de Hongerwinter (1944-1945) in het bezette westen van Nederland. Na de Spoorwegstaking van september 1944 blokkeerden de Duitse bezetters het voedseltransport naar de grote steden als strafmaatregel.

  • Voedselvoorziening: De officiële aanvoer via veilingen naar Amsterdam was, zoals Van Noort bevestigt, nagenoeg stilgevallen. Hierdoor ontstond een enorme zwarte markt. Smokkel was voor veel Amsterdammers de enige manier om aan eten te komen, maar de autoriteiten (zowel de bezetter als de gemeentelijke diensten) probeerden hierop grip te houden om woekerprijzen tegen te gaan of om de distributie zelf te controleren.
  • Brandstoftekort: Het feit dat de schipper geen olie meer heeft voor zijn eigen schepen is typerend voor deze periode. Alles wat op stoom (kolen) werkte, was nog enigszins inzetbaar, maar de kosten waren astronomisch door de schaarste.
  • Marktwezen en Prijsbeheersing: De Dienst van het Marktwezen en de Bureau Prijsbeheersing hadden de taak om de eerlijke verdeling en prijsvorming van schaarse goederen te bewaken. In de praktijk betekende dit vaak het in beslag nemen van illegale partijen, die vervolgens via de officiële kanalen (de gaarkeukens of distributie) werden verdeeld.
  • Spertijd: In november 1944 gold er een streng uitgaansverbod in de nacht. Wie zich op straat of op het water bevond zonder vergunning, riskeerde arrestatie of erger. De 90 passagiers op de boot van Van Noort waren waarschijnlijk wanhopige stedelingen die op "hongertocht" waren geweest naar het platteland.

Gerelateerde Documenten 6