Officieel inspectierapport betreffende de controle op zwarte handel.
Origineel
Officieel inspectierapport betreffende de controle op zwarte handel. (Handgeschreven, linksboven:)
Pootaardappelen
Wijers
(Stempel:)
Nº 24/91/25 M. 1944
(Handgeschreven in de stempel: 12/10)
(Rechtsboven:)
HB.
Aan den Heer Inspecteur van het Marktwezen.
A l h i e r .
=============
R a p p o r t .
Op Maandag, den zestienden October 1944, bevonden wij, ondergetekenden, F. de Vries en J.C. Lobbes, belast zijnde met de contrôle en opsporing van z.g. zwarten handel, ons ± 11.00 uur op het Singel t/o perceel no.7, alwaar wij een schuit aantroffen, geladen met aardappelen.
Bij onderzoek bleek ons het volgende:
De schuit was geladen, blijkens de ons door den Heer Sidonius, Petrus, Dirk Wesseling, geboren 8 October 1916 en wonende Balistraat 99 huis te Amsterdam, van beroep zaadhandelaar, ter hand gestelde stukken, met 4.000 Kg. Bevelanders, 15.000 Kg. Eerstelingen en 15.000 Kg. Eigenheimers, totaal 34.000 Kg.
Hier volgt een afschrift van het geleidebiljet:
Bedrijfschap voor Zaaizaad en Pootgoed, voor Akker- en Weidebouw.
-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-. Serie: No.103527
Geleidebiljet Volgnummer 2.
Pootaardappelen-Binnenland.
Leverancier: J.P. Beemsterboer
Dorpstraat 184,
Verg.no.2372. Warmenhuizen.
Poter-handelaar: S.Wesseling,
Balistraat 99 hs.,
Verg.no.2374. Amsterdam
Bevelander AA. 45/60 Klei goed Kg. 4.000
Eersteling A. 35/55 " " " 15.000
Eigenheimer B. 45/60 " " " 15.000
Totaal Kg. 34.000
Datum: 12.October 1944.
Ter zake nader gehoord zijnde, verklaarde Wesseling het volgende: Deze aardappelen zijn bestemd voor het personeel van de fa. Wijers en de fa. Ketje, beide gevestigd N.Z. Voorburgwal 7-9.
De Heer Antonius, Wilhelmus, Leo Verhulst, geboren 14 Januari 1907, wonende Olympiakade 21 huis te Amsterdam, van beroep algemeen chef bij de N.V. J.P. Wijers, N.Z. Voorburgwal 7-9, door laatst-ondergetekende, J.C. Lobbes, gehoord zijnde, na voorzoover noodig ter zake te zijn ingelicht, verklaarde het volgende: de bewuste partij aardappelen, behoorende aan Wesseling, is, naar mij bekend is, bestemd om verdeeld te worden onder het personeel van de fa. Wijers en de fa. Ketje. Naar deze heer Verhulst deed uitkomen, was deze partij aardappelen bestemd voor consumptie-doeleinden. Dit document is een proces-verbaal van de Amsterdamse inspectie. De kern van de zaak is een juridische overtreding: een enorme partij van 34.000 kg aardappelen is officieel gedocumenteerd als pootgoed (bedoeld om te planten), maar wordt in werkelijkheid aangewend als consumptiegoed.
De inspecteurs hanteren een strikt ambtelijke toon. Het overnemen van het volledige 'geleidebiljet' dient als bewijslast. De verklaring van de heer Verhulst (chef bij de firma Wijers) is de "smoking gun": hij geeft openlijk toe dat de aardappelen bestemd zijn om onder het personeel te verdelen voor consumptie. Hoewel dit moreel verdedigbaar was om honger te bestrijden, was het destijds een economisch delict onder de noemer "zwarte handel", omdat het de officiële distributie via distributiebonnen omzeilde. De datum van het rapport, 16 oktober 1944, is cruciaal. West-Nederland bevond zich op dat moment aan het begin van de Hongerwinter. Na de spoorwegstaking van september 1944 hadden de Duitse bezetters als strafmaatregel alle voedseltransporten naar het westen geblokkeerd.
In Amsterdam heerste enorme schaarste. Bedrijven probeerden met man en macht buiten de officiële kanalen om voedsel voor hun werknemers te regelen (eigen voorziening). Dat men hierbij pootaardappelen (het zaaigoed voor het volgende jaar) opat, illustreert de wanhoop van de situatie: men vrat de toekomst op om vandaag te overleven. Dit document toont de wrange realiteit waarbij de bureaucratie (het Marktwezen) bleef doorfunctioneren en controles uitvoerde op voedselvoorraden, terwijl de stad letterlijk begon te verhongeren.